Hier komt de door nazi's afgekeurde kunst tot leven

Kunstenaars wier werk door de nazi's entartet werd verklaard, zijn veelal in de vergetelheid geraakt. Hoe onterecht dat is, laat Kunstmuseum Solingen zien.

Beeld Georg Netzband

In een vitrine aan het begin van de permanente tentoonstelling staat werk van beroemde kunstenaars: Paul Klee, Franz Marc, Emil Nolde, Kurt Schwitters. 'Maar daar gaat het hier niet om', zegt Rolf Jessewitsch, de 62-jarige directeur van het Duitse Kunstmuseum Solingen. 'Het gaat om wat er in de zalen hierna komt.'

Daar hangt geen kunstenaar van naam. En dat is precies de reden waarom zij worden geëxposeerd. Het is de generatie die door het nazi-regime is uitgewist.

Neem Milly Steger (1881-1948), die als een van de grootste kunstenaars van haar tijd werd beschouwd. Haar meer dan levensgrote naaktbeelden van vrouwen op de gevel van een theater veroorzaakten in het begin van de 20ste eeuw een schandaal. In 1937 werden sculpturen van haar door de nazi's als 'entartet' (ontaard) verklaard en in beslag genomen.

Jessewitsch: 'Toen wij een tentoonstelling over Milly Steger maakten, bleek dat een museum allemaal beelden van haar in het depot had staan. Waarom laten jullie die niet zien, vroegen we? Omdat ze niet bekend is, was het antwoord.'

(Tekst gaat verder onder foto).

Beeld Maurice Adler

Verloren generatie

Het is onvoltooid verleden tijd dat de klok slaat in de zalen van Kunstmuseum Solingen. Hier, op pakweg een uur rijden van de Nederlandse grens, hangt en staat het werk van de verschollene Generation, de verloren generatie die door de nazi's is onderdrukt en daarna nooit meer vaste voet aan de grond heeft gekregen. 'Na de oorlog zat het begrip entartete Kunst nog steeds in de kop.'

Ruim twintigduizend werken haalden de nazi's uit de musea, vooral van avant-gardistische kunstenaars. Een deel werd verbrand, veel werd stiekem doorverkocht. Na de Tweede Wereldoorlog is de confiscatie nooit meer rechtgezet. 'In 1955, op de eerste Documenta van Kassel, heeft men de vaders van het expressionisme, Kirchner, Heckel, Schmidt-Rotluff, Beckmann, gerehabiliteerd. Dat is niet gebeurd met de kunstenaars die wij in ons museum laten zien.'

Zoals Hubert Rüther (1886-1945), de met een Joodse getrouwde graficus en schilder. Hij moest dwangarbeid verrichten en pleegde in 1945 zelfmoord. Of Hans Grundig (1901-1958), die ondanks een beroepsverbod allegorische gravures maakte over de nazi's, wat hem op transport naar een concentratiekamp kwam te staan. En Georg Netzband (1900-1984), de later door de Russen gevangengenomen soldaat die in 1943 zo moedig was een spotprent te maken over Adolf Hitler.

(Tekst gaat verder onder foto).

Rolf Jessewitsch, directeur Kunstmuseum Solingen.Beeld Christian Beier
Georg Netzband, Zentrum für verfolgte Künste.Beeld Zentrum für verfolgte Künste

Van de 1.600 kunstenaars van wie werk als entartet werd verklaard, zijn er 1.580 vergeten, stelt Jessewitsch. Natuurlijk, veel van de kunst in zijn collectie heeft vooral een documentaire waarde. Maar er zitten ook kunstenaars tussen die tot de groten behoren, stelt de directeur.


Carl Rabus (1898-1983) bijvoorbeeld, die met zijn joodse vriendin naar België vluchtte en van de gelauwerde James Ensor te horen kreeg dat hij een 'knappe schilder' was. Hij was een van Duitslands beste illustratoren en maakte sterke schilderijen en grafieken.


Of Oscar Zügel (1892-1968), die in 1933 het kubistische schilderij Der Propagandaminister maakte, waarin nazikopstuk Joseph Goebbels valt te herkennen. Jessewitsch: 'Als Zügel een slechte kunstenaar was geweest, was hij niet met Braque, Léger en Picasso bevriend geraakt. Dan was hij niet uitgenodigd voor een belangrijke tentoonstelling in 1951 in Florence.' Daar hingen ook schilderijen van groten als Chagall, Kandinsky, Matisse en Miró.

Dramatische verhalen

Bij elk werk in Kunstmuseum Solingen is een dramatisch verhaal over de maker te vertellen - wat Jessewitsch in een noodtempo probeert te doen. Als hem wordt gevraagd hoe hij hier is terechtgekomen, begint hij over de tijd dat hij in Nederland de kunst uit de Gouden Eeuw bestudeerde. De allegorieën van Willem Buytewech (ca 1592-1624) fascineerden hem. 'Hoe komt die er toe zulke werken te maken, met zo veel aanwijzingen? Schilderijen zijn ook een tijdsdocument. Er is meer dan de pure schildering.'


Dat geldt volgens hem ook voor de kunst in Solingen, die de donkerste periode uit de geschiedenis van Duitsland becommentarieert. 'Als iemand een kunstwerk maakt ondanks een beroepsverbod, ondanks vervolging, ondanks levensgevaar, dan is dat al een grandioze prestatie.'


Bij toeval raakte hij op het spoor van de collectie. 'Toen ik een tentoonstelling wilde maken over een kunstenaar kreeg ik het adres van ene Gerhard Schneider. Die bleek 3.000 kunstwerken te hebben verzameld over de Duitse geschiedenis in de 20ste eeuw, vooral uit 1914-1945. Op het moment dat ik deze vergeten kunstenaars zag, wilde ik ze exposeren. Ik heb de verzameling getoond in zeven Duitse musea en daarna in België, Oostenrijk, Frankrijk, Tsjechië, Polen.'

Holocaustkunst

Kunstmuseum Solingen verzorgde in 2015 een expositie in het Duitse parlement die ging over de bevrijding van de concentratiekampen zeventig jaar eerder. Der Tod hat nicht das letzte Wort was samengesteld door Jürgen Kaumkötter, die zich al vijftien jaar in verbannings- en holocaustkunst verdiept. Onder dezelfde titel is nog kort een vervolgexpositie te zien in Kunstmuseum Solingen. Indrukwekkendst is de video Dancing Auschwitz uit 2010 van Jane Korman, waarin een overlevende van het concentratiekamp met nakomelingen danst bij monumenten die aan de Jodenvervolging herinneren. De muziek: I will survive van Gloria Gaynor.

Unieke instelling

In 2004 heeft Kunstmuseum Solingen een deel van deze collectie overgenomen. Vier jaar later kwam daar de verzameling van journalist Jürgen Serke bij, bestaande uit 2.500 stuks literatuur. Serke had voor het weekblad Stern een serie geschreven over de dichters en schrijvers die door de boekverbrandingen van de nazi's in de vergetelheid zijn geraakt. 'Die reeks, Die verbrannte und verbannte Dichter, heeft het zicht op de literatuur veranderd. Daardoor zijn veel van deze dichters en schrijvers weer geliefd geraakt. Men kan hun boeken tegenwoordig weer kopen.'

Zijn instelling is de enige in zijn soort in Duitsland, stelt Jessewitsch, directeur sinds de oprichting in 1996. Wie verwacht dat Kunstmuseum Solingen alleen al door drommen scholieren wordt bezocht, komt bedrogen uit. Het trekt jaarlijks slechts 12 duizend bezoekers.

'De jongere generatie weet weinig over de nazitijd. Op de middelbare school zijn geëngageerde leraren die daar goed over onderwijzen. Maar er zijn ook veel scholen waar jongeren maar een paar uur les krijgen over het nationaal-socialisme. Dan kan men dat niet geheel begrijpen. Daarom moeten wij verklaren en laten zien.'

Langzaam neemt de belangstelling voor zijn museum toe, zegt hij. Vanwege zijn succesvolle exposities in het buitenland krijgt hij geregeld financiële steun van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. Drie jaar geleden mocht hij in het gebouw van de Bondsdag, het Duitse parlement, een tentoonstelling verzorgen. 'De voorzitter van het parlement, Norbert Lammert, interesseert zich voor het onderwerp.' De expositie beviel zo goed dat Jessewitsch er in 2015 nog een mocht organiseren, ditmaal over een 'politiek heikel onderwerp': de herdenking van de bevrijding van de concentratiekampen (zie inzet).

Beeld Katia Zügel, Balingen

Nieuwe tentoonstellingsruimte

Vorige maand zag de directeur een droom in vervulling gaan. In zijn museum is een nieuwe tentoonstellingsruimte geopend onder de naam 'Zentrum für vervolgte Künste'. Hij vroeg Lammert het openingswoord uit te spreken. De parlementsvoorzitter - de hoogste representant van de Duitse staat op de bondspresident na, meldt Jessewitsch trots - kwam.

In de nieuw ingerichte zalen zijn wisselende tentoonstellingen te zien die meer op de jeugd zijn gericht. Jessewitsch krijgt ook nog eens een miljoen euro van de Bondsdag, waarmee hij twee Duitse collecties met vervolgde kunst kan veiligstellen. De huidige collectie van 500 objecten beeldende kunst wordt daardoor bijna verdubbeld. Kortgeleden zijn twee wetenschappelijk medewerkers aangesteld.

Kortom: Kunstmuseum Solingen zit in de lift, al is dat op de website van de kunstinstelling nauwelijks te zien. Jessewitsch moet lachen als wordt gesuggereerd dat de kunstenaars uit zijn museum nog steeds vervolging hebben te vrezen, zo minimaal is de informatievoorziening. 'We zijn een heel klein team. We moesten de nieuwe tentoonstelling samenstellen, we moesten de opening doen en we hebben aan een nieuwe site, verfolgte-kuenste.de, gewerkt. Die gaat snel de lucht in. Dit is eigenlijk een onderwerp voor een groot museum.'


Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden