Het zelfvertrouwen is terug in Villa VPRO

De VPRO als antwoord op de verrechtsing? Algemeen directeur Lennart van der Meulen: ‘Je moet er wel iets tegenover zetten....

Nee nee, het even vermaarde als beruchte zondagavondje VPRO keert nooit meer terug, hoewel er iedere algemene ledenvergadering wel een vraag over wordt gesteld.

‘Er is te veel veranderd. Iedereen is vergeten dat in 1988 Nederland 3 er pas bij kwam, en in 1990 de commerciële zenders. Toen de VPRO Van Kooten en De Bie uitzond, en Het Gat van Nederland, bestond er een monopolie op de kijker. Maar de tijd dat je een kijker in een donkere zaal zette en de deur dichttrok, is voorbij. De kijker kan continu bewegen naar andere netten. En hij doet dat ook.’

Het interview met Lennart van der Meulen, sinds ruim een jaar algemeen directeur, begint met de vraag of de VPRO nog steeds in verwarring is. Het eindigt met de conclusie dat dat niet het geval is. Zelfverzekerdheid heeft weer bezit genomen van Villa VPRO.

Ontspannen schetst Van der Meulen de contouren van de recente geschiedenis; de glorietijd, met die dominante zondagavond, en de grote terugval eind jaren negentig. ‘Als je maar genoeg ruimte geeft aan de programmamakers en hun ideeën komt het goed, was de opvatting. Maar dat bleek dus niet waar te zijn. Eind jaren negentig werd niet meer naar de VPRO gekeken. Er werden programma’s gemaakt voor tachtig-, honderdduizend mensen.’

Bijkomstigheid (of medeoorzaak): ‘Iedereen was doodsbang om voor de massa tv te maken. Je deed het voor je vrienden.’

Waarna de VPRO de creative class ontdekte, en daarmee een doelgroep die houvast bood. ‘Tussen de massa en de elite zit iets dat je de creatieve klasse kan noemen. Dat is geen elite, maar dat zijn tweeënhalf, drie miljoen mensen in Nederland. Hogeropgeleid, tweeverdieners, singles, wonend in verstedelijkte gebieden en veelal werkzaam in creatieve beroepen. Van leraar tot consultant. De vrijgestelden, noemden we ze vroeger. Het gaat om een grote groep mensen die in principe geïnteresseerd is in programma’s van de VPRO. Op hen moet je je richten.’

Kortom: ‘Er is hier een enorme slag gemaakt in het maken van programma’s en er is een slag gemaakt in het denken over het publiek.’

Verwarring verdwenen. Meer VPRO, is de nieuwe slogan. ‘De VPRO staat weer ergens voor.’

En wat is dat dan?

‘De vrijzinnigheid van de VPRO heeft weer betekenis gekregen. Ondogmatisch, niet vooringenomen zijn, over de grens durven kijken en nieuwsgierig zijn. Onbevangen op zoek naar universele waarden. Dat past bij de VPRO. En dan ben je meer dan omroep, dan word je een instituut dat voor een grote groep mensen de smaak mee bepaalt.’

‘Met onze programma’s zitten we nu veel dichter bij wat ik de publieke zaak zou willen noemen. Dat heeft met het veranderde maatschappelijke klimaat te maken. Door de verheerlijking van het marktdenken en het moderne populisme krijgt een kritische omroep als de VPRO meer relevantie. Toen WNL een plek in het bestel kreeg, een jaar geleden, meldden zich bij ons spontaan 30 duizend nieuwe leden aan. Die mensen willen hun eigen geluid blijven horen.’

Die mensen kwamen zomaar aanwaaien?

‘We hadden een kleine ledenwerf-actie, VPRO Feest voor de geest. Dus ze kwamen vrijwel spontaan binnen, ja. We hebben ze geen groene thee of zo aangeboden.

‘In januari hebben we het lidmaatschapsgeld verhoogd van 6,80 euro naar 10 euro. Van de 361 duizend leden hebben er 80 opgezegd. Dat bewijst dat de VPRO voor een grote groep mensen iets betekent.

‘Dat is allemaal Meer VPRO. Wij vinden dat in het publieke bestel meer programma’s moeten worden gemaakt zoals de onze. Je redt het niet als het onderscheid niet groter wordt. En dus moet de VPRO een belangrijke plek in het bestel krijgen. Houden. Iedereen mag roepen dat het bestel moet verrechtsen, maar dan moet er wel plaats blijven voor de vrijzinnigheid.’

De VPRO als antwoord op de verrechtsing.

‘Er is een knop om in Nederland. Alles wordt in het perspectief gezien van opkomend rechts. We laten ons knechten door onredelijkheid, door angst, door vooringenomenheid. Ongenuanceerd is stoer en dat geeft veel mensen nog houvast ook, maar je moet er wel iets tegenover zetten. Dat doen wij. Niet in politieke zin, de VPRO is geen politieke organisatie. Wel als het om een mentaliteit gaat.’

De VPRO was en is toch progressief?

‘De VPRO is onderdeel van wat je de progressieve, culturele voorhoede kunt noemen. Maar we zijn minder maatschappelijk uitgesproken zoals de sociaal-democratie en de VARA. De oude domineesvinger is verdwenen. Wij zijn niet dogmatisch, spiegelen liever, of we maken het belachelijk.’

De VPRO was elitair.

‘Elites hebben altijd de neiging zich terug te trekken op zichzelf. Ja, we hebben aan de rand gezeten. De VPRO heeft een tijd de splendid isolation gezocht. Maar dat is verdwenen. De slag naar de actualiteit is gemaakt. Met reisverhalen, de Beagle, Zomergasten. Er wordt gekeken naar de relevantie van onderwerpen. Wat je ook van de Wilders-film vond, het was een eigen manier om die man te portretteren.’

Is dat nou een programma waarop we de VPRO kunnen beoordelen?

‘Het was een Teledoc, een nieuw initiatief om publieksdocumentaires te maken. Met een grote inbreng van een onafhankelijke producent. Dit soort filmische documentaires passen heel goed in de VPRO-traditie. Maar de film zelf, eh, nou ja. Ik vond dat de film de extremen en de controverses rond Wilders goed liet zien. Maar de film was niet af. En hij ging uit als een nachtkaars.’

De publieke omroep ligt onder vuur. En de VPRO dus ook.

‘De band met de achterban is heel sterk. Ook door de nieuwe media. De stap die we proberen te maken is dat we ons niet meer steeds verzetten tegen de vercommercialisering of de vervlakking, maar een eigen plek willen innemen in het media aanbod.’

Uw toon is zelfverzekerd.

‘Er is geen verwarring meer.’

Veel omroepen onderzoeken de mogelijkheid te fuseren. De VPRO niet.

‘We willen niet fuseren. Wel meer samenwerken. Dat doen we al met Human, de NTR, de VARA en de AVRO. En dat kan veel intensiever. Bij wetenschap, kunst en cultuur, documentaires, geschiedenis. Je kunt heel goed samenwerken en je eigen interpretatie en invalshoek behouden. Waarom zou de VPRO fuseren met de VARA en BNN? Dan ben je een keurmerk kwijt en de band met je publiek. Waar we last van hebben, is dat omroepen onderling geen afspraken kunnen maken. Dat moeten we verbeteren.’

Feit blijft dat men vindt dat er te veel omroepen zijn.

‘Ik vind het helemaal niet gek dat de KRO, de IKON en de NCRV kijken of ze één omroep kunnen vormen. Gevoelsmatig zit daar hetzelfde soort publiek. Natuurlijk kijken wij ernaar of ons publiek ook bij andere omroepen zit. Daarom praten we met de VARA en de AVRO. Maar de verschillen zijn groot.

‘Ik was bij de najaarspresentaties van de VPRO en de VARA. Wij laten drie kwartier beeld zien en één man presenteren, Frank Lammers. Dus iedereen zit naar televisie te kijken. Een dag later heeft de VARA een presentatie, hartstikke goed, met 25 presentatoren en vier fragmenten. En die presentatoren praten over hun programma. Dat is totaal anders. Geef de VARA omroepgeld en ze zetten een tafel neer en maken met een redactie een prachtig programma. En hier gaan ze een documentaire maken. Je kunt zeggen dat het elkaar aanvult. Maar het staat ook ver van elkaar.’

Zorgelijk is het wel, toch, al die discussies over inkrimping van het bestel en bezuinigingen?

‘Ik ben opgegroeid in de jaren zeventig. Ik geloof in het publieke domein, de verzorgingsstaat. Dus ik vind dat je arrangementen kunt maken die stuk voor stuk een alternatief zijn voor wat de markt doet. Dat kan op allerlei gebieden zijn. Onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting, verkeer en vervoer. En dan gaat het me aan het hart dat steeds harder en vaker wordt geroepen dat de commercie het allemaal wel kan overnemen. Want die doet dat niet. Die levert iets totaal anders.

‘Kijk naar internet, naar radio, televisie. Nergens ter wereld maakt de commerciële markt wat hier de publieke omroep maakt. Dus moet je dat blijven organiseren. Dat het beter kan, en misschien goedkoper, natuurlijk, dat geloof ik graag. Maar het sentiment dat het allemaal niet deugt, maakt het nu erg lastig.

‘Je hoort veel te weinig dat de publieke omroep bij de democratie hoort; dat het een arrangement is voor onafhankelijke nieuwsvoorziening, voor meningsvorming en verdieping. Je kunt er altijd over praten of we het goed doen, maar ontken niet dat het nodig is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden