HET ZELFBEDROG VAN DE ESSAYISTIEK

In een extra dik nummer van De Gids komen Nederlandse en Vlaamse essayisten aan het woord in 108 hoofdstukken die moeten doen denken aan hun beroemde voorganger Michel de Montaigne....

In een van zijn langste essays, het dertiende hoofdstuk uit het derde boek ‘over de ervaring’, stelt Michel de Montaigne zich de vraag of een onverbeterlijke stijfkop ook een nieuwe geest opvat wanneer hij een nieuwe discussie opvat. Het is ‘op grond van mijn ervaring dat ik de menselijke onwetendheid aan de kaak stel’. De schrijver van de Essais heeft zich van kindsbeen af geoefend om zijn leven in dat van anderen te spiegelen. Het is zijn tweede natuur.

‘Ervaring is de beste leermeester’, luidt de aanhef van het essay van Kees Schuyt in De titels van Montaigne, een driedubbelnummer van De Gids. Dat hoort hij vaak zeggen, en dan vraagt hij zich altijd af: wát wordt er geleerd, en wat is ervaring eigenlijk?

De Gids vroeg uiteenlopende Nederlandse en Vlaamse essayisten voor één keertje op de stoel van de meester plaats te nemen. Ze konden vrijuit opschrijven wat hún ervaringen waren, hún scepsis en hún waarnemingen – desnoods met ‘de blik van de gedragsbioloog’, zoals Tijs Goldschmidt in het openingsessay schrijft.

De lijst van de 107 titels uit de Essais, waarvan de eerste editie in 1580 verscheen, werd door de redactie ‘als het ware opnieuw opengesteld’. Uiteindelijk zijn het er in De Gids 108 geworden – straks meer daarover. ‘Dit, lezer’, schreef Montaigne in zijn voorwoord, ‘is een eerlijk boek.’ Voor het schrijven van zijn essays beriep de auteur zich op niets anders dan zijn persoonlijke ervaringen en eigenaardigheden, die hij toetste aan uitspraken van anderen.

De onpersoonlijke manier van essayistiek bedrijven, schrijven de samenstellers, heeft in de Lage Landen lange tijd de overhand gehad. Dát is verleden tijd. Elke krant of elk tijdschrift, radio- of televisiezender, website of ledenblad van de kleinste roei- of biljartvereniging heeft een columnist in dienst. Misschien is het nu juist andersom: in het overwoekerende genre van de column – ja, zelfs recensies worden columnistisch – geven auteurs zich steeds meer bloot. Schijnbaar volgen ze de weg die Montaigne heeft bewandeld: ‘Had ik in een van de landen geleefd waar, zoals dat heet, de zoete vrijheid van de oorspronkelijke natuurwetten nog heerst’, mijmerde hij in zijn boek, ‘dan had ik mij heel graag, dat kan ik U verzekeren, van top tot teen en volkomen naakt afgebeeld.’

Is wellicht daarom het lemma ‘leugen’ een terugkerend onderwerp in De Gids? Hoe eerlijker de auteur zich voordoet, hoe argwanender de lezer. ‘Liegen doet iedereen’, zegt Hugo Brandt Corstius in het hoofdstukje ‘Over leugenaars’. Het is ook niet verboden. ‘De bittere waarheid is dat iedereen liegt’, luidt het in ‘Over loochenen’, de bijdrage van Jos de Mul. ‘Na het dagboek is het essay zonder twijfel het meest leugenachtige literaire genre.’

De essayist is de grootmeester van het zelfbedrog, ‘essayistiek is voor alles zelfbedrog’.

Bestaat er een objectief essay? Die vraag naar de ervaring en de waarneming, die zich door het hele boek heen kronkelt, stelt Arjen Mulder zich in ‘Wij hebben onze gevoelens niet in de hand’. Soms ontspoort het en wordt het essay, waarin de eigen ervaring voorop wordt gesteld, een polemiek. Op ‘Over de onzekerheid van ons oordeel’ van Arjan Peters, het 47ste hoofdstuk uit het eerste boek, volgt een weerwoord van Elsbeth Etty onder de zelfde kop. Zo telt het boek niet langer 107, maar eigenlijk 108 titels.

Er wordt duchtig met modder gegooid, met de gretigheid van de duellist. De pennenstrijd over ‘de juistheid van het oordeel’, die we al langer in de kritieken en columns van Etty en Peters aantreffen, escaleert ten volle in De titels van Montaigne. Hoe kan het anders? Het essay – om de grote Franse schrijver te parafraseren – is als ‘toute cette fricassée que je barbouille’, die fricassee die ik bijeenklieder, een smakelijke pot fijn gehakt vlees met een scherpe pikante saus. Paul Depondt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden