Het zag er niet uit – maar klinken dééd het

Instrument en houding..

Het zag er eerlijk gezegd niet uit. Wijdbeens, ver achterovergebogen en met doorgezakte knieën, als de Grote Boze Wolf die zijn longen volzuigt om in één ademtocht het hutje van De Drie Biggetjes omver te blazen – zo stond Patti Smith zondagavond op het podium van het uitverkochte Paradiso in Amsterdam. Haar vingers omklemden een zwartgelakte bes-klarinet, die ze als een toverstaf stokstijf naar de microfoon richtte.

Hoe zou het komen dat een muziekinstrument in sommige handen zo’n levenloos, onwennig ding blijft, terwijl hetzelfde apparaat zich in andere gevallen soepel naar de bespeler voegt?

Natuurlijk: tienduizend uur oefenen, sjouwen, studeren – dat maakt het verschil. Kijk naar Forest Whitaker, die in de film Bird (1988) de rol van altsaxofonist Charlie Parker vertolkt. Zodra Whitaker de alt aan zijn lippen zet, gaat het mis. Je ziet dan geen met zijn toeter vergroeide muzikant, maar een acteur die heel erg doet alsof.

Bij de tragische tenorist Dale Turner in ’Round Midnight (1986) heb je die twijfel niet. Die werd dan ook niet vertolkt door een Hollywood-acteur, maar door saxofoonveteraan Dexter Gordon, die zijn tenorsax aanpakt zoals een moeder haar kind: teder maar gedecideerd.

Doen alsof, daar lijkt het ook op neer te komen bij de saxofonisten David Bowie, Van Morrison en Golden Earring-voorman Barry Hay. Want los van de vraag hoe goed of verdienstelijk ze klinken, je ziet in een oogopslag: geen fulltime-blazers.

Bowie, the thin white duke, geloof je als saxsolist nog niet half, hoeveel nijvere uren hij ook versleet bij zijn leraar Ronnie Ross.

Ook Patti Smith had een leraar. Al eind jaren zeventig droeg ze haar song Frederick op aan haar echtgenoot, gitarist Fred ‘Sonic’ Smith (1949-1994): ‘my clarinet teacher’.

En eerlijk is eerlijk, klinken deed het wél in Paradiso, zondagavond. De 60-jarige beat- en punk-koningin stond er harkerig bij – colbert tot op de knieën, lubberend T-shirt met handgetekend ban-de-bomteken – maar haar formidabele altstem stuurde ze soeverein alle kanten op en met die klarinet was goedbeschouwd ook niks mis.

In een oosters meanderende introductie daalde ze af in het diepe chalumeau-register van het instrument; een subtiel, vet, inktzwart geluid, dat uitmondde in een prachtvertolking van Jimi Hendrix’ Are You Experienced – in tammere gedaante ook te vinden op haar recente cd Twelve (waarop haar klarinetpartij jammer genoeg veel te ver naar de achtergrond is gemixt): But first, are you experienced?/ Have you ever been experienced?/ Well, I have.

Een Benny Goodman is Patti natuurlijk niet, en ook geen Don Byron of Michael Moore. Maar die toon: een mirakel waar ze die vandaan heeft. De betreurde Fred ‘Sonic’ Smith kennen we als de bad boy van de crimineel harde protopunkgroep MC5 uit de late jaren zestig. Wat had die in vredesnaam met subtiele klarinetregisters? Erik van den Berg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden