'Het wordt tijd voor risico's'

Drie albums lang was Solo een band, nu gaat Michiel Flamman solo. ‘Na onze ervaringen in Amerika wist ik: ik moet helemaal durven staan voor wat ik doe....

Het is koud in Utrecht en de straten zijn glad. Vooral dat laatste heeft Michiel Flamman (1971) geweten toen hij een dag eerder door de stad fietste. Zul je altijd zien: prachtige nieuwe plaat in de winkels, juichende recensies, mooie reeks optredens op komst, en ja hoor, ga je keihard onderuit met de fiets.

Hoofdschuddend toont Flamman, gezeten in de stationsrestauratie op Utrecht Centraal, een ingezwachtelde linkerhand. Uit het verband steekt een grauwpaarse, gezwollen wijsvinger omhoog. Eigenlijk weet hij al zeker wat hij de volgende dag officieel wereldkundig zal maken: de eerste optredens, in Delft en Tilburg, zullen moeten worden afgeblazen. Met deze hand valt geen gitaar te bespelen.

‘Heel frustrerend’, zegt hij. ‘Ik had juist zo’n zin in optreden.’

Allicht, want met de clubtournee zou op 4 december een nieuwe fase zijn aangebroken. Drie albums lang was Solo een band, waarvan het muzikale hart gevormd werd door een duo: Flamman, als muzikant opererend onder de artiestennaam J Perkin, en pianist Simon Gitsels, die op Songs ’n Sounds (2004) nog een dienende rol had, maar op Solopeople (2006) dominanter, zelfs geluidsbepalend werd.

Toen het derde album af was (voor de voltooiing ervan reisden Flamman en Gitsels naar de Tiny Telephone-studio in San Francisco), ging de kogel door de kerk: Flamman zou nu écht solo gaan. Per direct.

Het derde album kreeg de titel Before We Part: een laatste tiental warm sprankelende, melancholieke popliedjes van het ‘oude’ Solo, in goede harmonie uitgewerkt en opgenomen.

Dat van die harmonie, wil Flamman graag benadrukken: ‘Toen we naar San Francisco gingen, wisten we niet dat we uit elkaar zouden gaan. We hebben geen moment ruzie gehad en zijn na de opnamen nog een week samen op vakantie geweest: naar Yosemite Park en Joshua Tree National Park, op zoek naar de plek waar Gram Parsons overleed.’

Toch was er in de Tiny Telephone-studio, onder de geestdriftige supervisie van de Amerikaanse producer Scott Solter, iets veranderd. ‘Scott gaf me ontzettend veel vertrouwen’, vertelt Flamman.

‘Daardoor ben ik me gaan realiseren dat het tijd wordt om mijn onzekerheid achter me te laten en dingen zélf te doen. In de oude Solo-structuur kon ik me altijd verschuilen achter Simon, omdat hij zo’n geweldige, geschoolde pianist is, en achter onze producer Martijn Groeneveld, die altijd de knopen doorhakte in de studio. Na onze ervaringen in Amerika wist ik: ik moet beter worden, Solo moet progressie boeken, ik moet meer recht doen aan de ziel van mijn liedjes door bijvoorbeeld mijn eigen gitaarspel naar voren te halen, al is dat niet perfect. Ik moet helemaal durven staan voor wat ik doe. Daarom moet ik alleen verder.’

Terug in eigen land was de breuk snel een feit, al was het uiteindelijk Gitsels die zich bij Flamman meldde met de mededeling dat hij er geen zin meer in had. Flamman: ‘Ik was al nieuwe liedjes aan het schrijven. Ook Simon wilde zich richten op andere dingen.’

Zo kon het gebeuren dat de liedjes voor de opvolger al goeddeels af waren toen Before You Part op 14 november verscheen. Aan de teksten werkt Flamman nog. Verschillende ervan zullen over afscheid gaan, want de breuklijn die Solo spleet, drong onverwacht diep Flammans leven binnen: kort daarna implodeerde ook zijn relatie. De namen Solo en Before We Part hadden een wel heel navrante klank gekregen.

‘Mensen die denken dat Before We Part over afscheid en verlies gaat, hebben het mis’, zegt hij. ‘De plaat is tot stand gekomen toen daar nog geen sprake van was. Het is juist een optimistische plaat. Ik ben er trots op, maar emotioneel gezien was het album voor mij al door de werkelijkheid ingehaald toen het verscheen. Het vólgende album, dát wordt een plaat over afscheid en verlies. Ik wil het al in april 2009 uitbrengen. Het moet een plaat worden die als het ware terugverwijst naar Before We Part en er min of meer een tweeluik mee vormt.’

Uit het niets noemt hij zichzelf een ‘moeilijke jongen’. ‘Ik ben lastig. Grillig. Dat komt voort uit onzekerheid: ik denk te veel na over wat mensen van me verwachten. Toen we in 2006 Solopeople opnamen, raakte ik bijna in paniek toen ik constateerde dat er nog geen echt pakkende single op het album stond. Die single is er uiteindelijk gekomen, in de vorm van Come Back To Me, maar ik vind dat ik over zulke dingen helemaal niet moet nadenken, minder moet zoeken naar erkenning. Het wordt tijd voor risico’s. Tijd om echt volwassen te worden, als muzikant én als mens.’

Hij staat op, vertelt nog dat hij rond de jaarwisseling wil terugkeren naar San Francsico en Joshua Tree National Park, plekken die in het najaar diepe indruk op hem maakten. ‘Het zal vast te maken hebben met de fase waarin mijn leven zich nu bevindt, maar ik overweeg daar een tijdje te gaan wonen.’

Eerst moet hij naar het ziekenhuis, gewoon hier in Utrecht, om te laten vaststellen hoe ernstig zijn hand er aan toe is. Het sms’je, de volgende dag, is geruststellend: alleen gekneusd, niet gebroken. Met een weekje vertraging trekt Michiel Flamman op 12 december, in Groningen, de toekomst tegemoet, in alle opzichten Solo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden