ColumnPeter Middendorp

Het wordt bozer, botter, lomper en gemener - ik zou hem willen toefluisteren: ‘mond dicht, Arie, je ziel staat open’

Arie Storm heeft een nieuw boek geschreven, Het horrortheater van de Nederlandse literatuur. Volgens de achterflap neemt hij daarin de hele literaire wereld op de hak, naar het voorbeeld van dichter John Keats, die in 1817 schreef: ‘Ik heb absoluut mijn buik vol van literaire lieden en wil nooit meer iets met ze te maken hebben.’

Ik heb het boek meteen gekocht. Dat doe ik altijd als Storm een nieuw boek uitbrengt. Hij is een schrijver naar mijn hart en zal dat ook na deze column nog wel even blijven. Ik hou van de stem in zijn korte romans, Luisteren hoe huizen ademen, Een diadeem van dauw. Van de lange, meanderende zinnen en zelfs van het voortdurende herhalen, hernemen en herschikken van steeds hetzelfde, beperkte materiaal.

Ook Het horrortheater begint sterk met interessante stukken over zijn bewondering voor het werk van Frans Kellendonk en Maarten ’t Hart. Maar gaandeweg verdwijnt de liefde, de aandacht en de humor uit het proza en lijkt de frustratie de pen te hebben overgenomen. Het wordt bozer, botter, lomper en gemener tot een punt waarop je hem zou willen toefluisteren – mond dicht, Arie, je ziel staat open.

De schrijvers die worden behandeld hebben met elkaar gemeen dat ze succes hebben terwijl ze volgens Arie ‘niet kunnen schrijven’. Misschien dat hij de honden daarom ook wel op ze loslaat op momenten dat ze zwak staan, rouwen (Anna Enquist, Tommy Wieringa), ziek en stervende zijn (Renate Dorrestein) of lijden aan ‘hervonden’ herinneringen aan misbruik (Griet Op de Beeck).

Wieringa zou te diep hebben gezucht voordat hij aan zijn toespraak bij het graf van zijn vriend begon, dichter Menno Wigman (1966-2018). Daarna had hij ook nog ineens een leesbril uit zijn kleding tevoorschijn gehaald. Zo ‘had hij al meteen duidelijk gemaakt dat het publiek niet was gekomen om afscheid te nemen van Menno maar om naar Tommy te luisteren’, die Wigmans gedichten ‘duidelijk voor het eerst zag’.

Storm gruwt van de ‘hervonden’ incestherinneringen van Op de Beeck, die ze bij DWDD wereldkundig heeft gemaakt. Er zijn wel meer mensen die het moeilijk vinden om over haar op te houden, valt me op, mannen vooral. Terwijl ze rustig zouden kunnen zwijgen. Of het is waar wat ze zegt, of niet – in beide gevallen is er iets ergs gebeurd.

Tegen het einde schrijft Storm dat hij is opgegroeid in de Haagse Schilderswijk – en dat hij nog droomt van een man met zijn broek op de enkels in een donkere kelderbox. Is dit een grapje of wil hij ons iets vertellen? Het zou wel verklaren waarom mensen die aandacht voor hun ellende krijgen zoveel woede in hem wekken.

Er is een Russisch mopje over een arme, hongerende boer, die op een dag bezoek krijgt van een goede fee. Hij mag één wens doen. De boer denkt even na en wenst dan dat de enige geit van de buurman doodgaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden