Het woord is even hoog als bedrieglijk

Geen Britse ironie, maar serieuze romans over politiek en geschiedenis typeren Justin Cartwright. In zijn nieuwste volgt hij de teloorgang van de vriendschap tussen een lezer en een idealist....

De jongste roman van Justin Cartwright, Het lied voordat het wordt gezongen, laat overtuigend zien hoe een roman zich onder de handen van een auteur kan ontwikkelen. Het boek komt wat stijf op gang, gaandeweg krijgt het richting, en in de laatste delen ontstaan soms machtige passages van een grote wijsheid en sereniteit. Die ook als een richtsnoer kunnen dienen voor het leven in moeilijke tijden.

Justin Cartwright (1945) werd geboren in Zuid-Afrika, waar hij gedurende het Apartheidsregime naar school ging. Na studies in de Verenigde Staten en Oxford schrijft hij sinds 1972 boeken, aanvankelijk thrillers, sinds jaren literaire romans waarvoor hij prijzen en nominaties (onder meer voor de Booker Prize) ontving. Politiek en geschiedenis, de sociale omstandigheden waarin mensen leven, zijn steeds terugkerende onderwerpen in zijn werk.

Zijn boeken worden bepaald niet gekenmerkt door de zo typisch Britse ironie waarmee alles wat schrijnt wordt weggewimpeld. Ook Het lied voordat het wordt gezongen is in hoge mate serieus, van toon, van inzet; het wil de (foute) wereld in de ogen zien.

Het gaat zelfs over de mate waarin mensen zich die plicht opleggen, de wereld trachten te lezen, of te verbeteren. Centraal staan inderdaad een lezer en een idealist. Met het intrigerende relaas van hun dromen en bedoelingen toont Cartwright niet alleen de complexiteit van de (politieke) geschiedenis, maar ook hoe mensen zich tragisch van elkaar kunnen verwijderen door de keuzes die ze maken, uit idealisme, uit opportunisme, uit wraak. De roman gaat nadrukkelijk ook over falen en de vraag of men de grootheid bezit dat vervolgens onder ogen te zien.

De beide hoofdpersonen, de Duitser Gottberg en de Brits-joodse Mendel, zijn door Cartwright gemodelleerd naar de bestaande voorbeelden Adam von Trott (medewerker van Von Stauffenberg bij de aanslag op Adolf Hitler op 20 juli 1944) en de geleerde Isaiah Berlin.

De auteur volgt de teloorgang van hun vriendschap tegen het decor van de uitbarstende Tweede Wereldoorlog, een decor dat gaandeweg steeds minder ruimte laat. Beiden hebben iets aristocratisch, de een is een aristocraat van de geest (Mendel), de ander vertegenwoordigt een aantal klassieke Duitse eigenschappen die nu juist in het Derde Rijk werden verkracht. De een gelooft in het denken, de persoonlijke keuze van mensen, maar laat zich bij zijn afwegingen onbewust leiden door persoonlijke motieven (ressentiment), het plezier in het roddelen, het fabuleren, het manipuleren van de wereld met het woord.

De ander voelt zich geroepen te handelen tegen de geest van het zich op een oorlog voorbereidende Duitsland in. Hij belijdt (bijna religieus) een ander Duits-zijn en belandt uiteindelijk in het verzet. Hoe kun je diplomaat worden van het nazi-rijk en tegelijkertijd het systeem ondergraven?

Mendel verraadt zijn vriend bij zijn zoektocht naar steun bij de geallieerden, door hem alleen te laten in zijn messianistische missie zonder veel kans van slagen.

Jaren later geeft Mendel een van zijn leerlingen aan de universiteit een zeventiental dozen met documenten, het materiaal waarvan hun vriendschap is gemaakt, verworden tot papier.

Voor de jongeman betekenen deze dozen behalve een fascinerende inkijk in die vriendschap en het leven in de Tweede Wereldoorlog, een loden last die zijn leven ontwricht.

Mendels erfenis tekent de grootheid van de geleerde die de jongeman de kans biedt te oordelen over de geschiedenis en zijn persoonlijk handelen.

Hij begint een speurtocht naar de waarheid die alle trekken van een missie heeft. Steeds fijnzinniger weet Cartwright dan te formuleren waarom het woord even hoog als bedrieglijk kan zijn, en waarom opportunisme een van de laagste menselijke, maar al te menselijke kenmerken is.

Daartegenover doelbewust, met veronachtzaming van alles een daad stellen, getuigt wellicht van een ijl, en zelfs ijdel idealisme, maar het kan ook troosten. Die troost vindt de jongeman/verteller in het Noordduitse meer waarin Gottberg vroeger baadde.

Daar, in de sereniteit van de natuur, komen de geschiedenis en het weten samen, niet uit een doos, maar in het water. Dat moment van loutering geneest hem van zijn eigen leven, van zijn inertie en zijn ‘scharreldenken’.

Dat is fraai.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden