Het woord babydoll gekerfd in een been

Het zijn de beelden die meedogenloos worden opgeroepen, de verstikkende geuren die uit de bladzijden opstijgen, de geluiden die zich via woorden oorverdovend in de geest rondwentelen....

Ineke van den Bergen

Toen ze een jaar of twaalf was belandde ze bij toeval in de jachtschuur van een jongen uit de buurt. Gevilde, aan repen gesneden dieren, stroken nat, roze vlees, aan haken. De aarden vloer was bloedroestbruin, foto’s van naakte vrouwen aan de wanden. Zichzelf wijd opengespreid, vastgepind of gepenetreerd. Met glazige ogen en uitgezakte, dooraderde borsten, als druiven, van achteren door een man genomen.

Dat was allemaal te ruiken in de benauwende, bloederige lucht in het stadje Wind Gap, onder in Missouri. Ooit was het – dicht bij de Mississippi – een havenstad, nu is het slachten van varkens de belangrijkste bron van inkomsten. Rond de tweeeduizend inwoners: oud geld en uitschot. Vorig jaar werd er een 9-jarig meisje vermoord, nu wordt er een 10-jarig meisje vermist. Camille Preaker, journaliste in Chicago, begin dertig, keert op bevel van haar chef terug naar het stadje waar ze opgroeide en waar de inwoners alles wat ze van elkaar weten ook uitspelen, in woord- of andere spelletjes, als ze maar hard treffen.

Camille noteerde op haar elfde dwangmatig alles wat er tegen haar werd gezegd. Ze moest de woorden opschrijven om ze te pakken te krijgen, ze niet te laten ontglippen of verdwijnen. Nu leeft ze ongemakkelijk met de woorden die ze later in haar lichaam begon te kerven, om het leven draaglijk te maken.

‘Ik ben een snijder, zie je. En ook een krasser, een hakker, een steker en een kerver. Ik ben een heel apart geval. Ik heb een doel. Mijn huid schreeuwt namelijk. Hij is bedekt met woorden als koken, cake, katje, krullen, alsof een klein kind met een mes op mijn huid heeft leren schrijven. Soms lach ik erom, maar niet vaak. Als ik uit bad stap en vanuit mijn ooghoek babydoll over de lengte van mijn been zie staan. Als ik een trui aantrek en in een flits op mijn pols zie staan: schadelijk. Het laatste woord dat ik in mijn huid kerfde, zestien jaar nadat ik ermee begon: verdwijn. Ik zat twaalf weken in de kliniek. Ik ben nu een halfjaar vrij. Het zijn wankele tijden.’

Zo laat de Amerikaanse tv-recensente Gillian Flynn haar hoofdpersoon aan het woord in haar debuut Teerbemind (oorspronkelijke titel: Sharp Objects). Een hard, zenuwprikkelend verhaal, bevolkt door personages die noch met de levenden, noch met de doden kunnen leven. De ik-vorm draagt de beklemmende intensiteit over van Camille Preakers ervaringen in het stadje waar drank en drugs stevig genuttigd worden, en waar je elke dag struikelt over mensen die je wel kunt schieten, of ze nu zwak of zwaar gestoord zijn. Want zo lopen er nogal wat rond in deze nachtmerrie-achtige omgeving, die er feilloos, als met een stanleymes, door de auteur bij de lezer worden ingekerfd.

Ook de humor, een broodnodig onderdeel, heeft scherpe kantjes. Camille beschrijft een vriendin van haar moeder die zichtbaar net een facelift heeft ondergaan. ‘Haar ogen waren nog opgezet en haar gezicht was vochtig, rood en strak, alsof ze een boze baby was die zich uit de baarmoeder perste.’

Naarmate de gebeurtenissen meer uit de hand lopen, na de ontdekking van het lijk van het vermiste meisje, krijgen dramatische voorvallen uit het verleden steeds scherpere contouren en komen de gezichten van de hoofdpersonen akelig dichtbij.

‘Mijn moeder vroeg natuurlijk niet wat ik hier in vredesnaam voor mijn werk kwam doen. We hadden elkaar bijna een jaar niet gezien. Zij zag er nog precies hetzelfde uit, niet veel ouder dan ik nu ben, al was ze achter in de veertig. Een stralende lichte huid, lang blond haar en lichtblauwe ogen. Ze was als een lievelingspop. Zo eentje waar je niet mee speelt.’

Haar 13-jarige halfzusje is al even mooi als haar rijke, neurotische moeder. En lijkt ook evenveel donkere kanten te hebben. De redacteur vraagt om nog een paar artikelen, waardoor Camille gedwongen wordt meer te weten te komen over de jonge slachtoffers, hun familie, en haar eigen familieleden die in Wild Gap hun sinistere scepter zwaaien.

Langzaam openbaren zich de achtergronden van haar behoefte om zich veilig te voelen door gedachten en woorden te snijden op plekken waar ze ze kan zien en voelen. Als bewijs. De waarheid, stekend op haar huid als een bizar soort steno. De waarheid over de dode meisjes – tot wie ze ook haar jaren geleden overleden zusje rekent – die zich nu wurgend, in etappes en soms met misleiding, aan haar opdringt.

Mooi, wanhopig proza, dat beklijft, en het einde kan natuurlijk niet echt gelukkig zijn. Gedachten blijven met elkaar kibbelen, zoals de woorden op het lichaam van de hoofdpersoon.

Ineke van den Bergen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden