Recensie Boeken

Het wonder van Dickens: aanschouw het grotere geheel en zie een meesterwerk (vier sterren)

In beeldend proza behandelt Charles Dickens in zijn laatste, in nieuwe vertaling verschenen, roman de menselijke kleingeestigheid en hypocrisie.

In veel opzichten is de Theems de ware hoofdpersoon van Charles Dickens’ roman Our Mutual Friend. De plot begint en eindigt op de rivier en in het bestaan van alle belangrijke personages speelt zij een essentiële rol. De Theems is in de roman een symbool van leven en dood, van zuivering en corruptie, van eeuwigheid, sterfelijkheid en wedergeboorte.

Our Mutual Friend (1865) was Dickens’ veertiende roman en de laatste die hij voltooide. Bij zijn dood in 1870 was hij nog volop bezig aan The Mystery of Edwin Drood. Onder de titel Onze wederzijdse vriend is het boek thans in een nieuwe, soepele en fraai uitgegeven vertaling verschenen.

Testament

Zoals in veel romans van Dickens en zijn tijdgenoten speelt een testament een belangrijke rol. In Onze wederzijdse vriend laat een vrekkige mensenhater, rijk geworden door het verzamelen en uitkammen van gigantische hoeveelheden vuilnis, zijn geld na aan zijn zoon, John Harmon, die in Zuid-Afrika woont. Er is echter één voorwaarde: hij dient te trouwen met de hem onbekende Bella Wilfer.

Harmon reist naar Londen, maar komt daar nooit aan. Wel wordt rond de tijd van zijn verwachte aankomst het lichaam van een jonge man gevonden in de Theems. Papieren in zijn zakken suggereren dat hij John Harmon moet zijn.

Nu de eerste erfgenaam is overleden, gaat de nalatenschap van de oude vrek naar Noddy en Henrietta Boffin, het echtpaar dat hun hele leven trouw bij hem in dienst is geweest. En zo worden twee simpele zielen, die kunnen lezen noch schrijven, ineens schatrijk. Ze verwerven een positie in de middle class society, die weliswaar met afgrijzen en jaloezie op hen neerkijkt, maar hen in hun gezicht met respect bejegent, want rijkaards moet je te vriend houden. Boffin krijgt al snel de bijnaam ‘de gouden vuilnisman’.

Beeld Martyn F. Overweel

Kleingeestigheid en hypocrisie

Dickens weeft de ‘beschaafde’ maar afgunstige reacties van de society als een variant op de Griekse koorzangen door het hele boek heen (hij gebruikt de term ‘koorzang’ zelf). Met humor en dikwijls fraai beeldend proza werkt hij een van de hoofdthema’s van zijn roman uit: de menselijke kleingeestigheid en hypocrisie.

Onze wederzijdse vriend telt tientallen personages en bevat een kluwen aan verhaallijnen, die elkaar met regelmaat kruisen. Er spelen onder meer een moordzaak, meerdere afpersingszaken en uiteraard een reeks moeilijke, onmogelijke, fatale liefdes. Er wandelen drie lieflijke maar krachtige jonge vrouwen over de pagina’s, die elk een bijna omgekeerde ouder-kindrelatie met hun vader onderhouden.

De roman bevat klassieke Dickensiaanse semi-karikaturen, zoals een verzamelaar van menselijke botten, een eenbenige balladenschrijver, een wraakzuchtige sluiswachter, een maniakale onderwijzer, een mensenschuwe naaister van poppenkleertjes. En er is een goedmoedige Joodse geldlener, waarmee Dickens naar verluidt zijn morele schuld aan de Joodse gemeenschap wilde inlossen. Die had hem de figuur van Fagin in Oliver Twist niet in dank afgenomen. In zijn twee belangrijkste plotlijnen, twee liefdesverhalen, relativeert de roman het belang van geld en sociale status, thema’s die Dickens aan het hart waren gebakken.

Naast de telkens terugkerende rivier en alles waar zij voor staat, kent de roman nog een tweede krachtig beeld: dat van de gigantische vuilnisbelt die Harmon senior rijk heeft gemaakt, en die zowel hoop en ambitie als teleurstelling en verval belichaamt. Alleen al wat Dickens in dit boek met de rivier en de vuilnisbelt doet, toont zijn genie.

Niet veel hedendaagse schrijvers zouden zich Dickens’ plottechnische onwaarschijnlijkheden en eenzijdige karakteriseringen permitteren. Tegelijk hebben weinigen het vermogen zulke memorabele personages te scheppen en zo’n indringend beeld van een maatschappij neer te zetten. Dat is het wonder van Dickens: op de vierkante centimeter is er genoeg op hem af te dingen, maar zet een paar stappen achteruit, aanschouw het grotere geheel, en je ziet een meesterwerk.

Charles Dickens: Onze wederzijdse vriend. Uit het Engels vertaald door Peter Charles.  Athenaeum – Polak & Van Gennep; 973 pagina’s; € 39,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden