Column Peter Middendorp

Het witte, mannelijke perspectief: is er niet iets anders om een boek mee te lijf te gaan?

Enkele maanden geleden schreef Persis Bekkering in de Volkskrant over Grand Hotel Europa, de nieuwe, bejubelde roman van Ilja Leonard Pfeijffer. Zoals altijd kon ik me helemaal in de bespreking vinden, al was er ditmaal ook een regel waar ik aan bleef haken: ‘Het lukt Pfeijffer niet zijn eigen witte-mannen-perspectief te ontstijgen: elke waarneming past in zijn eigen denkkader; daar tieren de clichés welig.’

Toen ik het las, vroeg ik me twee dingen af. Was de witte, mannelijke blik van een schrijver, een personage of een mengvorm van de twee, zo langzamerhand bezig uit te groeien tot een zelfstandig argument tegen kunstwerken?

En, ten tweede, er was toch ook nog wel iets anders om het boek mee te lijf te gaan? Zo was de roman deze keer, naar mijn bescheiden mening, niet zo magistraal uitgepakt als we intussen van hem gewend zijn, vooral sinds het geweldige La Superba.

Of was dat wat Bekkering bedoelde? Maar waarom koppelde ze dit dan aan het witte, mannelijke perspectief van de schrijver? Was dat om mannelijke saaiheid van andere verschijningsvormen ervan te onderscheiden misschien? Of zei ik nu wat saais?

Er is veel te verbeteren aan de manier waarop witte mannen in het algemeen uit hun doppen naar de wereld kijken. Maar als die ook al meeweegt in de beoordeling van hun werk, kunnen we wel inpakken, vrees ik. Aan een perspectief zou je misschien nog kunnen ontsnappen, als je je best doet, maar tegen kritiek erop sta je machteloos: ‘Nou ben je je perspectief alweer niet ontstegen, het is al de derde keer vandaag!’

In de Volkskrant stond laatst een mooi interview met Ramsey Nasr, schrijver en acteur. Hij is wel een beetje een kunstenaar naar mijn hart, die alles op het spel zet voor zijn werk, het hele leven, en als hij klaar is, een project is af, in het vroege lentezonnetje op zijn balkon voorzichtig naar een gezin gaat zitten verlangen.

Nasr maakte een theaterbewerking van Dood in Venetië, de beroemde novelle van Thomas Mann, die, zoals ze zeggen, op Manns eigen ervaringen is gebaseerd. Het is een raamvertelling geworden: een toneelstuk over een schrijver met homoseksuele verlangens, die een boek schrijft over een componist die verliefd wordt op een jongen.

Het oordeel van toneelcriticus Marijn Lems in NRC Handelsblad: ‘Eigenlijk voelt deze Dood in Venetië van begin tot eind als één grote lofzang op de allesbepalende blik van de mannelijke kunstenaar.’ Twee sterren. Want het voelde zo. Bij Lems. Eigenlijk.

Ik besefte dat er inderdaad twee wegen naar gelijkheid leiden: kansarmen kansen geven en kansrijken kansen afnemen. De tweede weg, de weg van Lems, is het kortst.

Intussen werd ik nieuwsgierig naar Dood in Venetië, want het was misschien wel zoals Coen Peppelenbos het schreef op het literaire weblog Tzum: ‘In dit toneelstuk zou de mannelijke blik weleens kunnen werken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden