Boekrecensie Vraag niet om genade

Het wil maar niet griezelig worden in deze klassiek ogende spionagethriller (twee sterren)

Beeld Floor Rieder

Martin Österdahl: Vraag niet om genade 

Uit het Zweeds vertaald door Neeltje Wiersma.

Ambo Anthos; 511 pagina’s; € 22,99.

Op het omslag van Vraag niet om genade, de nogal omvangrijke debuutthriller van Martin Österdahl, is de skyline van een stad aan het water te zien, met daarboven een dreigende wolkenlucht. Helemaal bovenin, daar waar de wolken het zwartst zijn, zien we de onderste helft van een slordig geschoren jongemannengezicht.

Vermoedelijk moet dat Max Anger voorstellen, de door roeien en ruiten vliegende held in Vraag niet om genade. Waarom die zo dreigend in de lucht hangt, is onduidelijk.

Niet alleen het omslag is een beetje vreemd. Op het eerste gezicht is het debuut van de Zweed Österdahl (over wie op veel plekken op internet wordt benadrukt dat hij twee keer producer was van het Eurovisie Songfestival – dit te uwer info) een spannende, niet al te diepgravende spionagethriller waarin een westerse held het opneemt tegen een levensgevaarlijke Rus. Lekker klassiek, zorgend voor wat een Duitse gebruiker van recensieplatform Goodreads treffend omschrijft als ‘lebendiges Kopfkino’. 

Maar het lijkt tezelfdertijd een parodie op het genre. Vooral wanneer Max, die werkt bij een Zweedse denktank, in de tweede helft als een soort Ethan Hunt op knäckebröd door verlaten sovjetstelsels draaft, op zoek naar zijn ‘collega en geliefde’ Pashie, die in Sint-Petersburg is verdwenen. Op die momenten krijg je het gevoel dat de schrijver van een afstandje naar je zit te knipogen. Zie je me spelen met genreclichés? Zal ik er ook nog een op afstand bestuurbare bom in doen? Komt-ie! 

Dat zaakje stinkt

Ook Österdahls formuleringen doen af en toe denken aan van die foeilelijke jarenzeventighemden die nu ironisch door hippe types worden gedragen, gewoon omdat ze zo lelijk zijn dat ze onmogelijk anders dan ironisch gedragen kunnen worden. Tenminste, ik denk niet dat Österdahl echt gelooft dat een jongen als Max Anger dingen zou denken als ‘Dat zaakje stinkt. Dat is zo klaar als een klontje’, zoals je ook nog maar weinig mensen Zwitserland zult horen omschrijven als ‘Weer dat kleine Alpenlandje dat zo goed geheimen kon bewaren’.

Het zou kunnen dat dit in 1996 nog courante uitdrukkingswijzen waren, want in dat jaar speelt Vraag niet om genade zich af. Tegen de achtergrond van de herverkiezing van Boris Jeltsin laat Österdahl de lezer kennismaken met een nogal onduidelijke schaduwpolitiek van lobbygroepen en denktanks. Wat die mensen allemaal uitvoeren, en waarom dat precies belangrijk is, wordt niet helemaal duidelijk, maar ze zijn er druk mee. Hoewel het verhaal zich daarmee afspeelt in een heden dat niet meer bestaat, zijn sommige elementen uiterst actueel. 

Bejaarde bolsjewiek

Controle over telefonie en internet is de toekomst van het strijdperk, stelt een lid van een soort geheime, vijfde colonne van kneiterharde stalinisten vast. Misschien bestond dit inzicht in Rusland in 1996 al ten volle, maar het lijkt waarschijnlijker dat de schrijver de Poetin-actualiteit naar het Jeltsin-verleden heeft getransporteerd. Toch wil het maar niet griezelig worden, vooral omdat Österdahl het allemaal net niet aannemelijk weet te maken. Dat alle gebeurtenissen (Österdahl is gul met lijken) samenhangen met een gebeurtenis in het verleden, in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog, ja, dat wordt door de regelmatig terugkerende flashbacks naar die periode al gauw duidelijk. En wat die gebeurtenis is, kun je al (iets te) snel zien aankomen.

Het had geholpen als het Kwaad zich niet zo had toegespitst op één figuur, een bejaarde bolsjewiek die De Gans wordt genoemd en die onder een nieuwe naam een soort ondergronds leger van stalinisten leidt om de Russische decadentie ongedaan te maken. Mochten er ooit internationale kampioenschappen worden uitgeschreven voor de slechtste slechterik, dan was deze De Gans, een ‘aangenomen zoon van Stalin’, medaillekandidaat. En tegen de tijd dat je er van overtuigd bent dat De Gans werkelijk de allerafschuwelijkste antagonist is die je ooit in een kaft bent tegengekomen, een monster met politieke overtuigingen waar Stalin zelf nog wit van zou wegtrekken, het vocabulaire van de gemiddelde online reaguurder en – dat dan weer wel – een virtuoos op de piano, juist op dat moment legt hij ook nog de eetlust van Hannibal Lecter aan de dag. 

Voor de lezer het signaal om zelf om genade te vragen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden