Recensie Odilon Redon

Het werk van Redon is hallucinerend, op het duistere af (vier sterren)

Odilon Redon, Tête de martyr sur une coupe (Saint Jean), 1877 Beeld Kröller-Müller Museum

Odilon Redon. La littérature et la musique, Kröller-Müller Museum, Otterlo.
Te zien tot en met 9 september.

Het is altijd goed om weer eens een opdonder te krijgen op je smaakpapillen. En om te beseffen dat de kunst geen rechte weg is die van tevoren met rood-wit gestreepte linten is afgezet, maar een dwaalspoor dat langzaam ontstaat en waarop kunstenaars hun weg zoeken, tussen kreupelhout, wadend door moerassen, in volstrekte duisternis.

Voor wie dacht (of nog steeds denkt) dat de enige echte ontwikkeling in de Westerse moderne kunst de A1 is van Courbet via Pissarro, Cézanne en Picasso naar Mondriaan, haast u over de kronkelige bospaden van de Hoge Veluwe naar het Kröller-Müller Museum voor een overzicht van de duistere en deels vergeten Odilon Redon (1840-1916), Frans schilder, tekenaar, graficus, pastellist, symbolist, muziek- en literatuurliefhebber, pigmentenmenger en mythologische synthestesie-aanhanger voor wie kleuren geluid maakten en geluiden kleuren uitstraalden. 

Toegegeven, die lichtelijk veronachtzaamde en lichtelijk hysterische Redon was lange tijd niet mijn favoriet. Meer het kleine, onvolgroeide broertje van tijdgenoot Gustave Moreau, de Grote Kleurentovenaar van de late 19de eeuw, die een uitgebreid pallet kende, alle stijlen beheerste (ook de abstracte!), en met wie onze Redon in vergelijking iets clichématigs leek te bezitten. Veel van zijn getekende gezichten zijn haast identiek, de holle ogen staren je in honderdvoud tegemoet, de larmoyante vrouwen werken op je zenuwen. 

En toch. 

Het geëxalteerde werd door Redon geraffineerd en gevarieerd gedoseerd. De tentoonstelling met prenten, tekeningen en schilderijen laat zich bekijken zoals je een gedichtenbundel leest waarvoor je de tijd moet nemen. Wat niet anders kan, daarvoor is het werk te klein van formaat. Soms heb je een leesbril nodig. 

Grove schets van de tentoonstelling: de wereld waaruit Redon put is die van fabels en mythen, van bloemrijk vertelde gebeurtenissen uit de Bijbel, van verhalen van Edgar Allan Poe en Gustave Flaubert, muziek van Wagner, Schumann en Beethoven en de kunst van Goya en Delacroix.  Het wemelt in Otterlo van de vrouwen met een ingetogen, dromerige blik; van de vrouw als muze (Ophelia), als verleidster (Beatrice) en als onthoofdster (Salomé). Met in het spoor daarvan veel aandacht voor afgehakte mannenhoofden: Johannes de Doper, Perseus, Orpheus. 

Dat klinkt allemaal dromerig, maar het is eerder hallucinerend, op het duistere af. Grimmig en onverklaarbaar als een nachtmerrie. Neem gelijk maar het beste deel van Redons oeuvre: de reeks prenten die hij maakte na het lezen van Flauberts De verleiding van de Heilige Antonius, wat ook een verleidelijk gegeven is natuurlijk. Vol erotiek, menselijke dwaasheid en tekortkomingen, en fantasy. Kortom, een thematisch kolfje naar Redons hand: ET meets J. Christus meets Hans Klok meets Pamela Anderson. 

Maar het onderwerp was blijkbaar ook een gewille aanleiding om de pennen te slijpen en etsnaalden te scherpen. De 23 ‘illustraties’ zijn een proeve van lichtheid en donkerte, met ruwe vegen, fijne details, korrelige oppervlaktes, schetsmatige lijnen, alsof Redon het hele arsenaal aan lithografische mogelijkheden van stal wilde halen. Geniaal. Onnavolgbaar.

Het is deze grillige experimenteerlust die hem grotendeels buiten de kunsthistorische overzichten heeft gehouden en, zeg maar, in de berm van de A1 heeft doen belanden. Ten onrechte.

Muziek als de kunst van de eeuw

Odilon Redon liet zich inspireren door de sferische en zweverige klanken van de grote operacomponist Richard Wagner. Niet alleen het monumentale Ring des Nibelungen, maar zeker ook Parsifal, waarin de ene noot zich aan de andere rijgt in een melodieloze bedwelming. Wagner was ook hét voorbeeld van de gesamt­kunstenaar: hij componeerde niet alleen, hij schreef ook het ­libretto, ontwierp de kleding en zelfs zijn eigen opera­tempel in Bayreuth. We zien zijn invloed terug bij Redon in de even bedwelmende, soms wat vage kleurvlakken en houtskoolvegen, en in ­Redons voorliefde voor meerdere disciplines: beeldende kunst, muziek en literatuur. Redon, zelf violist en pianist, beschouwde muziek ‘de kunst van de eeuw en de hoogste kunst’. Hij dacht er zelfs aan om zich te melden als tweede violist bij het ­Théâtre Saint-Germain in Parijs. Referenties aan muziek en musici zijn soms heel herkenbaar in Redons werk terug te vinden: een viooltje hier, een kerkklok daar, een contrabas of het portret van een andere muziekliefde, ­Robert Schumann. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.