Interview Neo Matloga

Het werk van Neo Matloga is heel eigen en herkenbaar, maar tegelijkertijd heeft het ook iets ondoorgrondelijks

Neo Matloga is een van de drie kunstenaars die kans maakt op de Volkskrant Beeldende Kunstprijs. We spreken hem, en ook de professional uit de kunstwereld die hem voordroeg voor de prijs. 

Neo Matloga. Beeld Rebecca Fertinel

Vanochtend zette Neo Matloga (1993) zijn schaar in Billie Holiday. Althans, een papieren Billie, een foto-Billie, een Billie in zwart-wit. Matloga verwijderde haar ogen en legde ze bij de oren, neuzen en gelaatstrekken die hij eerder uit andere foto’s had gesneden. Vanmiddag zal hij ze opbergen in zijn archiefkast in de lade met het opschrift ‘ogen’. Ze zijn de grondstof voor zijn kunstwerken.

Deze werken zijn heel eigen en ook heel herkenbaar, wat misschien wel op hetzelfde neerkomt. Ze zien er als volgt uit: wandvullende tekeningen met grijze, verdunde inkt waarvan delen zijn bedekt met collages. Ze tonen huiselijke scenes, soms alledaags, soms feestelijk: dansende mensen, kaartende mensen; taferelen die gezellig zouden zijn ware het niet voor de verontrustend vervormde figuren erop. Ze hebben iets ondoorgrondelijks. Je blijft er over nadenken, zoals je soms blijft nadenken over een droom. Op grond van deze werken droeg de Nederlands-Indiase entrepreneur Rattan Chadha de jonge Zuid-Afrikaan voor voor de Volkskrant Beeldende Kunstprijs. Matloga is er zeer opgetogen over.

Detail uit de collage O ska ngkarametsa van Neo Matloga. Beeld Pauline Marie Niks

Hij ontvangt in zijn pas betrokken atelier op de bovenetage van een leegstaand winkelpand (Jamin) aan het Buikslotermeerplein in Amsterdam-Noord, een goedlachse verschijning in een broek met verfspatten.

Het is nog een beetje behelpen hier, zegt hij. De elektriciteit werkt nog niet. Gisteravond heeft hij daarom getekend bij kaarslicht – heel romantisch. Dit is een helft van zijn praktijk. De andere helft bevindt zich in Mamaila, zijn geboortestad in de Zuid-Afrikaanse provincie Limpopo; de plek waar hij zijn eerste tekeningen maakte (in het zand), en besloot naar de kunstacademie in Johannesburg te gaan. Mist hij die plek? De alomtegenwoordigheid van Mamaila in zijn tekeningen van de afgelopen twee jaar lijkt erop te wijzen van wel.

Een tweejarige residentie aan de prestigieuze postdoctorale opleiding De Ateliers in Amsterdam bracht Matloga naar Nederland. Hij maakte er snel naam. Zijn werk was onder meer te zien is een tentoonstelling over jonge Zuid-Afrikaanse kunstenaars in Kunsthal Kade, Amersfoort en won de laatste editie van de Koninklijke Prijs voor schilderkunst.

Hij was niet altijd een collageplakker. Schilder wilde hij aanvankelijk zijn. Olieverf. Tijdens zijn eerste jaar op De Ateliers maakte hij olieverfschilderijen, mooie, lievige werken die naar eigen zeggen weinig toevoegden, en al na een jaar wist-ie dat hij er niet mee verder wilde. Toen hij tijdens z’n vakantie in Mamaila door een stapel tijdschriften bladerde, ontdekte hij zijn ideale medium: collage.

Hij begon gezichten te verzamelen: acteurs, muzikanten, politici. Hij bewerkte ze op de computer, blies ze op en printte ze uit. Het was een financiële aderlating, maar dat was goed, zegt hij: ‘Het betekende dat er iets op het spel stond.’ Het resulteerde in Black Collages, een reeks van 48 kubistische koppen opgebouwd uit de trekken van onder meer de burgerrechten-activist Steve Biko, Winny Mandela, schrijver James Baldwin en Martin Luther King. Hij was blij met het resultaat, maar hij miste de schilderkunstige toets. Zo kwam hij uit bij schilderen met inkt.

Het werk kent een zelfopgelegde beperking: kleur. De incidentele blauwe jurk daargelaten zijn ze gemaakt op een dieet van grijzen. Zwart-wit, zegt Matloga, is aantrekkelijk omdat het zo rijk is aan connotaties (politiek, bijbels, raciaal) maar ook vanwege de kunstmatigheid ervan: ‘De echte wereld komt tot ons in kleur. Komt iets niet tot ons in kleur dan is het niet de echte wereld. Het is een andere wereld: mijn wereld.’

Neo Matloga, O ska ngkarametsa (2018). Beeld Pauline Marie Niks

Het geldt ook voor een van de meest ambitieuze werken in Schiedam: Nna le kaitseli ea ka (Ik en mijn zus). Het toont een huiskamerfeestje. Er is een dansvloer. Naast de dansers staat een spiegeltje waarin de kunstenaar en zijn zus worden weerspiegeld – als peuters. Het is een kijk-aanwijzing: wij, publiek, nemen het standpunt in van Matloga als kind: het kunstwerk is op te vatten als een jeugdherinnering, een opbeurende. ‘Ondanks de apartheid en de raciale spanningen werd er bij ons altijd gedanst en gegeten. Voor mij is die gelukkige huiselijke wereld altijd veel reëler geweest dan de politieke wereld daarbuiten.’

Hij kan nog jaren vooruit met deze vorm, denkt Matloga. Bij het werken aan de ene tekening ontstaat er een idee voor een volgende, en bij dat werk et cetera. Nee, de laatste collage is hem nog lang niet uit de vingers gekomen. Beter houdt hij z’n voorraadje met ogen op peil.

Kunstverzamelaar Rattan Chadha over Neo Matloga

‘Ik leerde Neo’s werk kennen via mijn curator. Na een paar afbeeldingen te hebben gezien heb ik met hem afgesproken in zijn atelier. Ik ben daar toen een halve dag gebleven. Ik vond hem interessant. Voor mij is dat belangrijk, ja: de persoon achter het werk bepaalt voor 50 procent of ik in iemand wil investeren. Ik werd getroffen door Neo’s zelfvertrouwen en zijn achtergrond. Hij weet precies wat hij wil, en dat gaat hem succes brengen.

Zijn collages tonen huiselijke situaties. Etende gezelschappen. De uitvoering is heel bedachtzaam. Delicaat. De mensen erop intrigeren me. Ze hebben meerdere gezichten tegelijk. Ze lijken maskers te dragen. Ik zie dat als een metafoor voor de manier waarop we ons door de wereld bewegen: we dragen van moment tot moment een ander masker. We kunnen heel onaardig doen tegen onze vrouw en een minuut later al weer sympathiek zijn tegen een zakenpartner. We zijn velen. Neo heeft dat gegeven in zijn werk mooi verbeeld.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden