Het werk van Escher was slaapverwekkend. Tot hij naar de Spaanse zuidkust reisde

Het Fries Museum in Leeuwarden heeft een tentoonstelling over zijn tijdloze werk samengesteld.

M.C. Escher, Relativiteit, 1953

Er zijn van die kunstenaars van wie je in je vroege jeugd werk hebt gezien dat je daarna nooit meer loslaat. Ook al word je ouder en verandert je smaak. Een van die kunstenaars is Carel Willink, de schilderende onheilsprediker met zijn loodgrijze luchten en hyperrealistische stadsgezichten en portretten, waarover altijd een schaduw van verontrusting hangt. Schilderijen die soms zo pietluttig precies waren gemaakt, dat een criticus over Willinks portret van de dichter Adriaan Roland Holst in wollen trui schreef dat de kunstenaar beter één recht één averecht kon breien dan schilderen. Ook dat blijft je bij.

Die andere kunstenaar is M.C. Escher. Er gaat geen boswandeling voorbij of ik zie een plas regenwater waarin bomen zich spiegelen, precies zoals de Friese graficus dat ooit verbeeldde. Een zonovergoten vallei, omgeven door bebouwde berghellingen: als in een houtsnede van Escher. Staalconstructies op een bouwplaats? Escher. Scherp gesneden rimpelingen in een meertje? Kleurige patronen waarin het oog onrustig zoekt naar houvast? Een glazen bol waarin de wereld zich buitenproportioneel reflecteert?

Allemaal Maurits Cornelis Escher.

De man had blijkbaar het talent de herkenbare wereld op een even herkenbare manier uit te beelden. Het gekke is alleen: je kunt het werk van Escher (Leeuwarden, 1898 - Hilversum, 1972) wel in de werkelijkheid tegenkomen, maar vaak niet andersom. Veel van zijn houtsneden, litho's, tekeningen en aquarellen laten juist een werkelijkheid zien die niet kan bestaan: verdraaid, vervormd, binnenstebuiten gekeerd, uitgerekt. Het zijn zijn bekendste prenten.

Escher schotelt je een wereld voor die realistisch oogt, maar waarin de logische samenhang een verrassende draai heeft gekregen. Een raam zit verkeerd in de muur. Er loopt een man de trap op, op een plek waar je eigenlijk het plafond verwacht. Water stroomt naar boven. Vissen veranderen in vogels, vogels in salamanders, salamanders in een patroon van kubussen. En dat alles met een Alice-in-Wonderland-aantrekkelijkheid: het oogt kinderlijk, maar kan alleen door een volwassen hand zijn gemaakt.

Op de keper beschouwd was de jonge Escher een uiterst saaie tekenaar en graficus. Eerder een pietje precies die de techniek van het overzetten van een tekening op een houtblok of lithosteen tot in de finesse in zijn vingers had. Maar meer ook niet. Een superrealist bovendien, van het kaliber Willink, maar dan zonder diens zwaarmoedigheid. Wel met dezelfde breitechniek.

Het vroege werk

Een jongeman met een ouwelijk uiterlijk (baardje, golfslagkapsel, tweedelig tweed waaronder een pullover) tegen wie je had willen zeggen: stop ermee, neem een kantoorbaan en zing het uit tot je pensioen; verwensingen die zijn vader waarschijnlijk ook in gedachten heeft gemaakt. Escher leefde wel erg makkelijk lange tijd op de beurs van zijn ouders. Slecht op school, afgebroken studie bouwkunde, meer geïnteresseerd in 'sierende kunsten', en daarna op reis naar Italië en Spanje, getrouwd, drie zonen.

Wel gedreven, zelfs ambitieus, maar in een richting die regelrecht een doodlopende straat in leek te leiden. Indicatie van het vroege werk: een sneeuwlandschap met blokhut en telefoonpaal in een weinig verontrustend zwart-wit. Een panoramisch gezicht op de kust van Amalfi, met kabbelend zeetje in 101 grijstinten. Houtsnede van een mandolien, met inscriptie: 'Gij hunkert naar wat vreugd en naar verstomd gezang? De accoorden uwer jeugd weerklinken eeuwenlang.'

Je valt erbij in slaap.

Wat hem heeft wakker gekust? Moeilijk precies te duiden. Door zijn vroegere reizen had hij in de jaren dertig de voorkeur voor het zuiderlijke Europa te pakken. Lekker weer, middeleeuws bergdorpje aan zee, geurende cypressen, rust en kalmte, dat soort werk. Met vrouw en kinderen verbleef hij langere tijd in Rome, totdat het fascistische geronk van Mussolini hem in 1935 te machtig werd. Hij verkaste naar het neutrale Zwitserland en maakte vandaaruit reizen naar de Spaanse zuidkust.

Daar voltrok zich het wonder waarop menig kunstenaar zit te wachten: in het Alhambra in Granada en de Mezquita in Córdoba ziet hij kleurige oosterse muurtegeltjes op een manier die hij niet eerder kende: als ogenschijnlijk eindeloos in elkaar vallende puzzelstukjes. Escher moet tot in zijn vezels getriggerd zijn geweest: gevlucht uit Rome, lusteloos reizend, wellicht ook verveeld door zijn eigen landschapjes en, belangrijker, ontvankelijk voor verandering, die hij uiteindelijk in Zuid-Spanje vond. De ritmische, abstracte tegeltjes zouden, gecombineerd met Eschers hyperrealistische stijl, de Escheriaanse wonderwereld opleveren die we nu kennen. Het gaf het middelmatige gehalte van zijn grafische werk een enorme stimulans.

Het bleek een goddelijke combinatie: Eschers oog voor detailering, zijn verfijnde grafiektechniek, het op zich dodelijk saaie vakmanschap waarmee hij ruimtelijke tekeningen kon maken van strandgezichten, bosgezichten, zeegezichten, stadsgezichten en echte gezichten. Én de in de eigen staart bijtende decoratiepatronen die niets met ruimtelijkheid te maken hebben: plat, geometrisch, maar wel hallucinant per vierkante meter.

Door de abstracte patronen, afkomstig uit de islamitische tegelwanden, van de meest realistisch ogende onderwerpen te voorzien, viel alles binnen een jaar tijd op zijn plaats. Kikkers, Chinese mannetjes en eekhoorns trekken in een stoet aan je voorbij. Over trappen waar geen begin of einde aan zit. In voorstellingen waarin alle dimensies door elkaar lopen. In ruimten waarin boven en onder, voor en achter, links en rechts relatieve begrippen zijn.

Wat het kunstenaarschap van Escher ook precies inhoudt, de oorsprong ervan ligt in dat magische gegeven dat hij zijn eigen ambachtelijke verleden wist te verrijken met de mogelijkheden die het Alhambra en de Mezquita hem boden. Er ging een wereld voor hem open. Een oneindige wereld. Altijd al een harde werker, ontpopte hij zich nu als bezetene. Niet voor niets zou hij later zeggen dat hij makkelijk nog een tweede leven met prentmaken had kunnen vullen. (Zijn vrouw Jetta had meer moeite met zijn werklust: vier jaar voor zijn dood verhuisde ze naar haar geboorteland Zwitserland.)

Relativiteit

Als er één werk is dat de zinsbegoocheling optima forma illustreert, dan is het het werk Relativiteit. Het is een bizarre litho uit 1953 waarin mummie-achtige figuurtjes in een decor van trappen op en neer lopen; een beeld dat je zelfs op een dieet van de meest geestverruimende paddestoelen niet zou verzinnen. Zeker, Escher bleef zijn wat oubollige, middeleeuwse smaak trouw, met een voorkeur voor dikke muren, kerkers en eikenhouten deuren, nissen en balkons. En met een kruissteektechniek van lijnen die niet verraadt dat Karel Appel in dezelfde tijd en een paar kilometer verderop zijn onstuimige Cobra-schilderijen met plamuurmes en brede kwast in elkaar aan het smijten was.

Neemt niet weg dat Escher een tijdloos beeld wist maken. Door de raadselachtigheid die je steeds weer opnieuw de ogen doet uitwrijven. Constant zet hij je op het verkeerde been. Je blijft kijken: hoe zit dit in godsnaam in elkaar?

Het mag dan lijken of hij weinig van de tijdgeest à la Appel heeft aangevoeld, het tegendeel is waar. Gedurende de jaren zestig en zeventig maakte zijn werk snel furore in de kringen van cannabisgebruikers en parkpopbezoekers. Iets wat Escher, zelf Bachliefhebber, overigens verbaasde. In de onlangs gemaakte documentaire over hem, Het oneindige zoeken, vertelt Graham Nash (zelf lange tijd verslaafd) van het gedenkwaardige kwartet Crosby, Stills, Nash & Young over zijn fascinatie voor Eschers werk. Nash memoreert dat Escher zichzelf overigens helemaal niet als kunstenaar beschouwde. 'Ik ben een wiskundige!'

Zet hij je weer op het verkeerde been.

Fries Museum, Escher op reis, t/m 28/10.

Van film tot popmuziek: terug naar Eschers trappen

Psychedelica en M.C. Escher gaan hand in hand. Niet alleen in het werk van de Nederlandse graficus zelf, maar ook in films, video's en games die duidelijk op zijn grafiek zijn geënt. Escher verwonderde zich tijdens zijn leven al over hoe vaak zijn werk werd gebruikt, of misbruikt, zoals hij afkeurend liet weten. Opnieuw gedrukt als affiches, platenhoezen, posters en tatoeages, in fluorescerende kleuren, alsof Eschers werk al niet hallucinant genoeg was.

Labyrinth, 1986

Eschers interieurs zijn het perfecte decor voor wie een surrealistische werkelijkheid wil verbeelden. Zo acteert David Bowie in de film Labyrinth (1986) in een scène die een-op-een uit eenEscher prent is overgenomen, Relativiteit.Hij duikt overal op in het bakstenen trappenhuis, om tegenspeelster Jennifer Connelly in verwarring te brengen. Wat lukt.

Night at the Museum: Secret of the Tomb, 2014

Evenzeer als het Ben Stiller en Robin Williams in verwarring brengt in de film Night at the Museum: Secret of the Tomb, uit 2014, waarin alles en iedereen in hetzelfde Relativiteit-decor over elkaar heen buitelt. Ook de cameravoering ontneemt je alle houvast: het beeld buitelt mee over de trappen die geen boven en onder meer lijken te kennen. Mooie bijkomstigheid: de scène is gedraaid in een zelfde graveerstijl als de prent van Escher.

Inception, 2010

Naast Relativiteit is er nog een werk dat de verwarring in film tot het maximum kan opvoeren, de litho Klimmen en dalen, uit 1960, gebaseerd op het principe van de Penrose-trap, die geen begin of einde kent. In Inception bestijgen Ellen Page en Joseph Gordon-Levitt deze trap. Het is een vergelijkbare trap waarover in de video van Daft Punk, Around the World (1997) dames en heren zonder op te houden rondjes draaien. Mooi detail: sommige dames zien er net zo mummy-achtig uit als Escher ze had verbeeld.

Daft Punk: Around the World

Paradijs 

Voor wie het islamitische lustoord, het Alhambra in Granada, nog nooit heeft bezocht: gaan! Buiten de azuurblauwe, vermiljoenrode, grasgroene en citroengele tegeltableaus die M.C. Escher tot inspiratie dienden, is alles erop gericht je in paradijselijke sferen te brengen. Met kabbelend water, schaduwrijke patio's, bloemperken, hallucinante architectuur en een wonderschoon uitzicht. Tot 1492 was het een fort voor de Moorse heersers, nu een topattractie voor toeristen. Advies: vermijd de drukste uren.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.