Het werk van de Duitse 'nieuwe wilden' is lelijk opgedroogd

De 'nieuwe wilden', de Duitse neo-expressionisten die worden tentoongesteld in het Groninger Museum, waren eigenlijk getalenteerd noch ervaren. De houdbaarheidsdatum van deze werken is dan ook al lang verstreken.

Gedeelte van Führerhauptquartier van Albert Oehlen in het Groninger Museum.

Albert Oehlens schilderij Goldener Mann schlagt Schlämpe (1980) roept veel vragen op (Waarom zou je dat doen, een sloerie slaan? Is het slaan van sloerie's minder bezwaarlijk dan het slaan van seksueel gematigder medemensen?) maar één is overbodig: is het een goed schilderij? Je weet het voordat je het weet, een basale fysieke reactie vergelijkbaar met het eten van bedorven voedsel of het ruiken van kattepis: nee, dit is géén goed schilderij. Bad painting is wat Oehlen voorstond, en van bad painting getuigen zijn harkerige figuren, geschilderd in wat lijkt op een mengsel van zonnebrandcrème en oud braadvet. Patiënt overleden, operatie geslaagd.

Het is niet voor het eerst, hier in het Groninger Museum. Al in de jaren tachtig, toen Oehlen en andere 'nieuwe wilden' (Walter Dahn, Christa Näher, Ina Barfuss en vele anderen) nog echt nieuw waren, en zij in navolging van schilders als Georg Baselitz en Jörg Immendorff goede zaken deden met hun grote, snel gemaakte doeken, werden zij aangekocht door de toenmalige directeur, Frans Haks, een man met elastische opvattingen waar het het goede en het schone betrof.

Haks haalde het werk van de Duitse neo-expressionistische schilders graag naar Groningen en die doeken figureren nu naast stukken uit onder meer Duitse en Zwitserse collecties.

Nieuwe Wilden


Beeldende kunst
Duits neo-expressionisme uit de jaren tachtig
Groninger Museum, t/m 23 oktober

Die doeken zijn het product van een scene, meerdere scenes eigenlijk: de jonge honden rond de Berlijnse Galerie am Moritzplatz, het groepje dat uitging in de door Martin Kippenberger geleide SO36; een punkclub in de OranienstraBe waar naar verluidt de toiletten niet meer zijn schoongemaakt sinds de Ramones er begin jaren tachtig optraden. Plekken met elk hun blikvangers en gangmakers, met Salomé als de meest intrigerende.

Salomé (Wolfgang Cihlarz, red.), door een tijdgenoot omschreven als een kruising tussen een 'burgermannetje en een volstrekte weirdo', was naast performancekunstenaar en voorman van een punkrockband (Geile Tiere) ook schilder.

Zijn kolossale doeken van orgieën en slachthuisscènes (of een kruising ertussen) hebben de subtiliteit van een vuist stoot, maar de kluwens van lichamen verraden gevoel voor vorm en ritme. Salomé, kortom, kon schilderen.

Onbeholpenheid

De meeste andere nieuwe wilden konden dat amper, of ze wilden het niet. Of hun onbeholpenheid moedwillig was en in hoeverre hun hoegenaamd gecultiveerde lelijkheid moet worden gezien als aanval op door het nazisme besmet geraakte klassieke waarden, alsook de mate waarin hun roem indertijd te danken was aan des makers bravoure, je kunt erover twisten. Maar dat hun werk lelijk is opgedroogd bewijst deze expositie.

Laten we niet opsommen wat er allemaal niet aan deugt (het gebruik van latex helpt niet) maar fundamenteel problematisch lijkt de analogie met punkmuziek: het idee dat wanneer je als schilder een beetje ongericht op een doek gaat zitten jammen, het wel iets bekijkenswaardigs oplevert. Dat doet het enkel bij zeer getalenteerde of ervaren makers. De meeste nieuwe wilden, echter, waren geen van beide.

Ter illustratie nogmaals die wonderlijke schilder Oehlen, ditmaal met een impressie van de Hitlerbunker Führerhauptquartier (1982). Nou ja, bunker, een paar slordig neergezette vlakken in gemeen oranje en schmutzig beige waarin op willekeurige plekken spiegelglas is aangebracht. Het is lastig om te beslissen wat het minst aantrekkelijk is aan dit werk: de onverschillige manier van schilderen, de lukraak geplaatste lijnen om de schijn van structuur te geven, maar in praktijk slechts beeldvulsel, of toch de swastika die het geheel iets provocatiefs danwel historisch relevants moet geven, het is tenslotte Duits, nietwaar?

Welbeschouwd doet het het er weinig toe: dit is bad painting waarvan de houdbaarheidsdatum al lang is verstreken. De overleden patiënt begint te stinken. Wegwezen hier.

Museum de Fundatie in Zwolle heeft tegelijkertijd een tentoonstelling van de Duitse expressionisten

De oorspronkelijke wilden Museum De Fundatie in Zwolle heeft tegelijkertijd een tentoonstelling van de Duitse expressionisten. Voor de neo-expressionisten waren er de expressionisten, niet de nieuwe wilden maar de wilden, kunstenaars die in weerwil van het impressionisme een subjectieve kijk op de dingen prefereerden. Zo, tenminste, gaat het officiële verhaal. In Museum De Fundatie in Zwolle, dat met haar afwisseling van Heel Holland Schildert-exposities (Jeroen Krabbé, Jan Cremer, Nick en Simon) en Duitse interbellumkunst een van de meer eclectische programmeringen van ons land voert, nu een tentoonstelling aan deze schilders heeft gewijd; het project is complementair aan dat in Groningen. Zij vertelt een bekend verhaal (vlucht uit de burgerlijke maatschappij, verheerlijking van het landleven, de veruiterlijking van het innerlijke, enzovoort) met een, eufemistische gesteld, wisselvallige selectie, maar voor wie the good (Kirchner) the bad (Macke) en the ugly (Heckel) van het Duitse expressionisme (nog) eens wil bekijken luidt het devies: spoorslags naar Zwolle.

Museum De Fundatie in Zwolle heeft tegelijkertijd een tentoonstelling van de Duitse expressionisten.

Voor de neo-expressionisten waren er de expressionisten, niet de nieuwe wilden maar de wilden, kunstenaars die in weerwil van het impressionisme een subjectieve kijk op de dingen prefereerden. Zo, tenminste, gaat het officiële verhaal. In Museum De Fundatie in Zwolle, dat met haar afwisseling van Heel Holland Schildert-exposities (Jeroen Krabbé, Jan Cremer, Nick en Simon) en Duitse interbellumkunst een van de meer eclectische programmeringen van ons land voert, nu een tentoonstelling aan deze schilders heeft gewijd; het project is complementair aan dat in Groningen. Zij vertelt een bekend verhaal (vlucht uit de burgerlijke maatschappij, verheerlijking van het landleven, de veruiterlijking van het innerlijke, enzovoort) met een, eufemistische gesteld, wisselvallige selectie, maar voor wie the good (Kirchner) the bad (Macke) en the ugly (Heckel) van het Duitse expressionisme (nog) eens wil bekijken luidt het devies: spoorslags naar Zwolle.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.