Het water zakt als je staat LANGZAAM KEERT DE MISSIE VAN ORVILLE ZICH TEGEN HEM

CHAGRIJN IS een tot de rand gevulde inktpot, waarin schrijvers en critici tot in lengte van jaren hun kroontjespennen kunnen dopen....

Dat chagrijn, die dood en dat vermaledijde gelijk van de thuisblijver, dat weten we nu wel, is de reactie van Dirk van Weelden. In zijn romans en artikelen zoekt hij naar vormen en middelen die als daden van actief verzet soelaas kunnen bieden tegen negativisme en gelatenheid. Hij ontkent de tegenkrachten niet, noch wil hij er als een filosofische Toon Hermans enkel op hameren dat de sterren nooit uitgeblust zijn, de verliefden nooit uitgekust, of dat de zon weliswaar van op naar onder gaat, maar nooit uit. Want al kan het geen kwaad dat op gezette tijden aan den lijve te ervaren, ook dát weten we wel.

In boek na boek jaagt Van Weelden energiek zijn droombeeld na van het ideale leven als hogere schakelkunde. Het gaat hem om de beheersing van het vermogen te koppelen tussen lichaam en geest; tussen jouw beperkte zelf en de onmetelijkheid van het universum; tussen jou als kleine vis versus de dingen en mensen die je omringen als een school die door de tijd of het lot is bijeengedreven. Pastoraal als het klinken moge, is Van Weelden uit op het bevechten van een bezield verband.

Niet het menselijk tekort moet worden onderstreept, maar de overdaad aan materiaal om de gewenste koppelingen tot stand te brengen. Die mentaliteit sprak reeds uit Arbeidsvitaminen (1987), het debuut dat hij samen met Martin Bril bedacht, een buitengewoon amalgaam van tekstsoorten over kwesties van heterogeen kaliber als de definitie van schoonheid, de dood van Elvis Presley en de onderbroek van Harry Mulisch.

In de heterogeniteit van de onderwerpen en de afwisseling van vormen (dialoog, column, sprookje, brief, citaat) manifesteerde zich de overdaad aan keuzemogelijkheden. De rubricering van de onderdelen - de willekeur van het alfabet was het richtsnoer voor de hoofdstukindeling - oogde zo lukraak, dat de verbouwereerde lezer niet anders kon dan zelf op zoek gaan naar het schakelmechanisme dat de bedenkers hadden gehanteerd. Hun avontuur werd dat van de lezer: de verbinding was gelegd.

In de novelle, het toneelstuk en de drie romans die Dirk van Weelden daarna zelfstandig publiceerde, bleef zijn doel ongewijzigd, met wisselend resultaat. Verloor hij zonder kompaan Bril niet zijn geestdrift en beweeglijkheid, toch leek het er soms op dat Van Weelden doorschoot in zijn mentale visioenen en dat het hem ook ontbrak aan nuchtere en aardse kanttekeningen en terzijdes.

Des te verheugender dat hij zich heeft ontwikkeld, zodat in zijn nieuwe roman Orville de scepsis ruim baan krijgt om gaten te schieten in het fanatisme waarmee de hoofdpersoon Orville zich stort op het verzet tegen het chagrijn. Een winstpunt ook in theoretisch opzicht, want zoals in academische kringen bekend, mag een proefballon pas dan het luchtruim in nadat de puntigste pijlen erop zijn afgeketst.

Orville wil zijn theorie uiteenzetten en vieren met een aantal goede vrienden, evenals hij een jaar of veertig. In een buiten op een heuvel in Zuid-Frankrijk moeten allen op achtereenvolgende dagen hun visie presenteren. Maar Orville is de aanstichter, de ideeënrijke hopman, degene die hoopt op verbroedering en saamhorigheid. Hij heeft de vrienden opgepord. Zij moeten komen om met hem mee te doen. Ogenschijnlijk een forum van levensvormen. In werkelijkheid echter een geregisseerd samenzijn rond een stralend middelpunt.

Daar wringt hem de schoen, en die wrijving is de aandrijving die het lezen van Orville tot een ander avontuur maakt dan de hoofdpersoon voor ogen heeft. Wijder dan in zijn eerdere werk is de afstand tussen Dirk van Weelden en zijn monter denkende protagonist.

Onzekerheid! Dubbelzinnigheid! Meerduidigheid! Onwetenschappelijk dolen en rotzooien, om uiteindelijk de hooggeleerden en zwoegers die het ontbreekt aan dergelijke inventiviteit en speurzin de loef af te steken! Het klinkt allemaal aantrekkelijk strijdbaar, wat Orville zijn gehoor op de eerste avond voorhoudt als de les die hij opstak uit het leven en werk van Herodotus. Toch boet de steekhoudendheid van zijn pleidooi aan kracht in, doordat de spreker zelf buiten schot blijft. Het eenrichtingsverkeer van zijn verhaal, waar de anderen naar te luisteren hebben, staat haaks op zijn boodschap. Orville is nog niet uitgehijgd van zijn conference, of zijn vriend Marcus maakt hem hierop attent. 'Ik weet zeker dat ik die Herodotus niet ga lezen (. . .) Wat me interesseert is er zolang jij praat.'

Langzaam keert Orville's missie zich tegen hem, en hij ziet niet in dat juist het afbreken van zijn cocon een voorwaarde is om zijn gedroomde levenskunst ooit in praktijk te brengen. Ook de afbreker bouwt op, zei Louis Paul Boon al. In het geval van Orville: als je zo soepel in het leven wilt staan dat je geen kloof ervaart tussen jouw hersenspinsels en alles en iedereen daaromheen, moet je de durf bezitten je zelfbedachte premissen te laten varen. Waarachtig bewust leven is de kunst, de regie uit handen te geven. 'Ga zitten, het water zakt als je staat', zegt Vera wijs tegen haar man Orville in een badscène.

Wederom heeft Van Weelden veel uit de kast gehaald om zijn gedachtengangen te adstrueren. Zijn roman bestaat uit de voordrachten van de deelnemers - nu eens een essay, dan weer een sprookje of fotoexpositie -, fragmenten uit hun afzonderlijke dagboeken of mijmeringen, en hun belevenissen tijdens die vakantiedagen in Zuid-Frankrijk. Dat is nog niet alles. Ook de kinderen van de groep, zeven in getal, draven en praten door de verhalen heen.

Op hun eigen manier zijn zij een sceptische tegenkracht, doordat de spelletjes die ze met elkaar doen met een benijdenswaardige ijver worden uitgevoerd. Het eindeloze gepieker van de belezen volwassenen, gezet tegenover de jacht op een schat waartoe een paar opgewonden jongens overgaan, brengt een schrijnend verschil aan het licht. De kleintjes demonstreren moeiteloos hoe te schakelen tussen idee en praktijk. Het tekent Van Weelden dat hij de jongens daadwerkelijk een schat uit het water laat opvissen. Hun Vijand verslagen!

Zo krijgt Orville weer een optater te verduren. Om de cursus in nederigheid uit te breiden, dirigeert Van Weelden ook nog de zwager van Orville en zijn zus bij elkaar in bed, tot ergernis van de projectleider. Waar twee mensen verliefd zijn, kan de derde het schudden met zijn roep om aandacht en bij zijn les blijven.

De sterkste troef die de schrijver uitspeelt, is een stokoude man die zich in de buurt van het landhuis ophoudt en de troep gadeslaat. Als in oude sprookjes, bezit hij het vermogen zich te transformeren in een dier (hond, wolf, roerdomp), ding (de schat in het water) of ander mens (een parkwachter die een van de jongens van de verdrinkingsdood redt). In korte hoofdstukjes volgen we zijn gedachten en gedaanteverwisselingen. De oude heeft zijn eigen stiekeme missie: hij wil de groep uiteendrijven en weer laten terugkeren naar hun huizen, opdat ieder daar kan doen wat hier met louter cerebrale arbeid nooit is te realiseren.

Zo'n wonderlijke verschijning had Van Weelden nooit mogen opvoeren in een filosofisch traktaat. Daarom kiest hij voor de vrijheid van de literatuur, waar metamorfoses sedert Ovidius (die weer openlijk zijn dankbaarheid betuigde aan zijn voorgangers vanaf Homerus) tot het standaardrepertoire behoren. Als de bejaarde man zijn taak heeft volbracht, en de clan uiteenspat, keert hij Orville de rug toe. Die moet dan eerst nog tegen een boom aanlopen, voordat hij begrijpt dat nu net het fiasco van zijn onderneming hem verrijkt. Hij kan het niet laten die flits van inzicht uit te jubelen in een epistel dat hij zijn vertrokken vrienden nazendt.

Die epiloog van deze flitsend geschreven en enerverende roman is redundant. Tenzij Van Weelden bedoelt dat elk Lebensbejahend individu een zekere naïviteit vergund moet worden. Vooruit!

Arjan Peters

Dirk van Weelden: Orville.

Meulenhoff; 270 pagina's; ¿ 36,90.

ISBN 90 290 5518 9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden