'Het was toch mijn Eend waarmee het lijk werd vervoerd'

Langharig Hengelo vierde met veel drugs de sixties in jongerencentrum Fashion. Kort na de verdwijning van Gerrit 'Jatti' Wensing was het feest voorbij. Hij werd vermoord, maar waar is zijn lichaam?

Krakers in Hengelo.Beeld Uitgeverij AFdH

Hans Krabbenbos staat tussen de bomen in Boekelo met in zijn twee knuisten een wichelroede, die alarmerend kordaat naar binnen uitslaat. Ook in zijn middenrif ontwaart hij onverkwikkelijke vibraties - en hij adviseert zijn omstanders om met de ogen dicht op deze plek te gaan staan.

Hier ligt Jatti, de in 1971 vermoorde hippie, dat is wat de tekenen uitwijzen, in zijn energetische beleving. Ook al is dit pas zijn eerste zoektocht naar een dood lichaam - na eerder een gouden ring, een afstandsbediening en het lek in een leiding boven water te hebben gekregen - hij weet het zeker.

'Hij is hier begraven, en de plek is 2 meter bij 60 centimeter groot', zegt Krabbenbos na de potentiële vindplaats eigenhandig te hebben opgemeten. 'Het lichaam ligt 40 tot 50 centimeter diep. Ik heb het gevoel dat hier vroeger een schuine ophoping zat, of een afrastering of wal. Daarachter hebben ze hem onder de zoden gelegd.'

'En hoe lang ligt-ie hier dan al?', vraagt Marco Krijnsen, auteur van de documentaireroman Jatti - Moord in het Paradiso van het oosten.

'Sinds maart, 1971', zegt Krabbenbos resoluut en haalt zijn hand langs zijn flinke snor. 'Binnen een week na de moord is-ie hierheen verplaatst. Dat is wat ik voel. Hij lag eerst ergens anders. Hier is Jatti uiteindelijk herbegraven.'

Marco Krijnsen
Jatti - Moord in het Paradiso van het oosten
Uitgeverij AFdH, 22,50 euro

Waar wereldwijd de heersende gedachte is dat met de moord tijdens een concert van the Rolling Stones in 1969 in Altamont (USA) de euforie van de jaren zestig een naargeestig slotakkoord beleefde, kende Hengelo zijn eigen variant. Daar eindigde in jongerencentrum Fashion de hippiedeining in 1971 met de van drugs vergeven executie van een extreem lastige bezoeker, Gerrit Wensing. Bijnaam: Jatti.

Alleen duurde het zeker veertien jaar eer deze duistere uitbarsting naar boven kwam. Pas in 1985 bekenden oud-Fashionbezoekers hem te hebben doodgeschoten en ergens in de bossen rond Boekelo te hebben begraven. Al die tijd heette de slagerszoon uit Overdinkel vermist te zijn. Ook na de bekentenissen is zijn lichaam nooit gevonden.

En nu staat schrijver Marco Krijnsen voor het gebouw waar Fashion ooit was gevestigd, inmiddels een moskee. Een half jaar na de dood van Jatti ging de fik erin - go with the blow! - als verzetsdaad tegen het naderende einde. De stokebranden wisten dat de subsidiekraan dichtging, het gemor van de burgerij werd beloond. Helemaal afbranden lukte niet, alleen de zijkant moest er aan geloven, zegt hij, en wijst op het nieuw aangebouwde deel.

Winnie Sorgdrager

Winnie Sorgdrager leidde in 1985 als officier van justitie de zoektocht naar de moordenaars van Gerrit 'Jatti' Wensing. De slagerszoon zou zijn omgelegd door Fashiongangers. Kon iemand worden veroordeeld voor moord zonder lijk? Sorgdrager kreeg een tip van een journalist, er bleek eerder iemand veroordeeld te zijn voor moord op een Amsterdamse kastelein zonder dat het lichaam van het slachtoffer is gevonden. Daarmee stapte ze naar de rechtbank.

Dit Fashion was een eiland in Hengelo, en dat is nu nog goed te zien. Aan de overkant is de voormalige gieterij van machinefabriek Stork, iets verderop het oude opleidingsinstituut van Stork en nog een bedrijfsshal. Achter het oude Fashion staat een basisschool.

En zo zag het er eind jaren zestig ook al uit, terwijl er psychedelische muziek uit het 'het Paradiso van het oosten' stroomde en langharig werkschuw tuig met een stevige joint tussen de lippen buiten vaag aan het lummelen was. Mannen in blauwe werkoveralls, met hun boterhamtrommeltje onder de arm, liepen hoofdschuddend voorbij - ga daar maar van uit. 'Hé Marietje, moet jij niet eens naar de kapper?', riepen ze.

De lokale politiek wilde zoiets als Fashion, midden jaren zestig, met het latere PvdA-kopstuk Wim Meijer voorop. Hengelo kon niet achterblijven en moest zich provinciaals psychedelisch profileren, want er was voor de jeugd geen reet te doen. Dus doe maar groovy, en hatseflats, daar werd 100 duizend gulden subsidie Fashion binnen geschoven.

Krijnsen hoort zijn vader nog morren, aan de eettafel. Die was voorzitter van een Hengelose voetbalclub en moest daar de eindjes aan elkaar knopen. En potverdorie, dan slingerde men zo veel belastingcenten naar dat losgeslagen drugshol.

Voor dat geld kreeg Hengelo een aanlegsteiger voor lokale en provinciale hippies, rugzaknomaden, doorgetripte weirdo's, verloren bohemiens, pedofiele antiquairs en zuipende brommernozems. Die kwamen af op schedelboringen, beatpoetry, sixtiesmuziek, lijpe films, meditatieve en militante sessies en vrijpostige hippiechicks in het Relax Kostelijk Kreatief Underground Guerrilla Ontspannings Sentrum.

Ultiem voornemen van deze bloemenkinderen was het achtvoudige pad naar verlichting en bevrijding Samahdi, laat Krijnsen een personage in zijn boek zeggen.

Een modeshow in het voormalige Antoniusklooster (november 1969).Beeld Uitgeverij AFdH

Om die vredelievende en spirituele trip was het Jatti niet te doen, zo is het Krijnsen verteld. Hij leek meer een afgezant van de desolate kant van de tegencultuur, op wie drugs een grimmige uitwerking hadden. Een gefrustreerde loner, dat vooral. Om te beginnen had hij gekortwiekt haar, best gek voor een hippie. Ook was daar dat duistere venijn in zijn ogen.

Net als zijn vader moest hij slager worden en hij moest vooral niet denken alles cadeau te krijgen in zijn leven. Denk om je dekking, sprak zijn vader, als was hij bokstrainer. Hoog houden die handen, zorg dat je geen klappen krijgt en maak je klein. Het leek daarom wel of Jatti altijd zijn gespierde bovenlijf een beetje naar voren boog.

Zijn zachtaardige kant had hij verdrongen, zo werd gezegd. Altijd maar die slagschaduw van zijn veeleisende vader die boven hem hing. In de busladingen drugs die in alle soorten en maten in Fashion verkrijgbaar waren, zocht hij een uitvlucht. Hij leek daardoor wel een andere identiteit te hebben aangenomen, want hij noemde zich Jatti, naar Javaans teakhout van het zeer onbuigzame soort. Op zijn linkeronderarm stond zijn nieuwe naam in getatoeëerde hoofdletters.

En met deze uit hout gesneden jongeling moest rekening worden gehouden in Fashion. Zeker als hij een oppeppende drug als pervitine en alcohol combineerde, werd dat in hem een explosief goedje. 'Ik ben voor niemand bang', zei hij dan dreigend, aan de bar van het jongerencentrum. Of, zwaaiend met een slagersmes: 'Ik ben Jatti, de koning van Enschede.' Die ene keer, met bolle ogen en bespeekselde mond, trok hij alle Che Guevaraposters van de wand, trok een lamp naar beneden, deelde een schop uit en een klap met een stoelpoot. 'Wat jullie doen, is duivels', luidde zijn luidruchtige uitleg.

Dat Jatti een pret bedervende uitwerking had op het Hengelose hippie-eiland, was een breed gedragen vibe. Deze levensgevaarlijke gek moest weg, zeker omdat zijn familie hem niet meer kon beteugelen; hij had zijn moeder ook bedreigd. De politie gaf geen krimp; de dienstopdracht was dat als het om Fashion ging, alles ietsje anders moest worden gewogen, om 'het ekspirement' de ruimte te geven. Gedwongen opname in een psychiatrische inrichting leek de oplossing.

Pieter Jonker was projectleider van Fashion. Als hippiedeskundige was hij in 1969 ingevlogen, want op zijn helemaal te wauw-palmares stond een lifttocht in het voetspoor van Jack Kerouacs On the Road en de oprichting van 'het vestzaktheater' in Breda. Als de verlosser van Hengelo werd hij uit het jongerenwerk van Rotterdam geplukt - zijn vrouw en kinderen bleven achter, de zolder van Fashion werd zijn flower-powergrot.

Een bosperceel in Boekelo wordt doorzocht, op zoek naar het lichaam van Jatti.Beeld Gemeente Hengelo

Nu woont hij alweer wat jaren in Brabant en vertelt hij aan de telefoon over die nacht, van 3 op 4 maart in 1971. De uit de kliniek ontsnapte Jatti was naar Fashion gelokt. Daar zou Texas, een meisje op wie hij een oogje had, er voor hem zijn. Onder de houten vloer lag al tijden een karabijn en toen de slagerszoon binnenkwam, werd Jatti neergeschoten.

Jonker herinnert zich hoe die nacht in paniek bij hem werd aangeklopt, door een van de vier uitermate gedrogeerde Fashiongangers: 'Het is gebeurd, het is gebeurd.' En hij wist hoe laat het was, want hoe vaak was er niet gesuggereerd 'hem kapot te maken', hij, die permanente stoorzender. In een 'sentrum' waar geen grenzen bestonden, was moord op een lastpak helemaal geen belabberd voornemen. Jonker ging naar de Fashionbar en zag Jatti daar liggen, onder het bloed. Zijn besteleend, the Low Flying Supersonic Duck, moest er aan te pas komen, als projectleider lag bij hem de oplossing.

In die koude avond in maart tufte het gezelschap weg uit Hengelo en begroef de in een verduisteringsgordijn ingepakte Jatti in de bossen - somewhere rond Boekelo, exacter gaat de navigatie van Jonker nog steeds niet.

Veertien jaar hield hij zijn mond, maar schuldig voelde hij zich nooit, ook niet tegenover de familie Wensing. 'Bent ge daar gek', zegt Jonker. 'Ik moest toch ook nog vooruit in het leven. Ik was medeplichtig, want het was toch mijn Eend waarmee het lijk werd vervoerd. We hadden met elkaar afgesproken onze mond te houden. En er werd ook nooit onderzoek gedaan door de politie naar Jatti of een zoektocht georganiseerd. Iedereen had achteraf gezien boter op het hoofd.'

Pas in 1985, toen een oude Fashion-medewerker wroeging kreeg en een verklaring aflegde bij de politie, begon men in Hengelo een onderzoek. Onder leiding van recherchechef Frans van Haarlem moest de moordzaak worden opgelost en op zeker het lichaam gevonden. Hortend en stotend kwamen de bekentenissen los en werden vijf betrokken ex-hippies aangewezen.

Uiteindelijk rolde er maar een veroordeling uit, wegens moord. Alleen degene die het dodelijk schot had gelost op Jatti, kreeg tweeënhalf jaar gevangenisstraf. Hij bouwde overigens nadien een loopbaan op in de seks-nijverheid: copulerend met zijn vriendin op een draaischijf in een club en figurerend in de regionale rolprent Sex oet Twente.

Jonker werd in hoger beroep vrijgesproken. 'En wat denk je? Ik heb tot aan mijn pensionering gewoon voor justitie kunnen werken of adviseren', zegt hij. 'Eerst bij een tbs-kliniek, en daarna in de verslavingszorg. Niemand legde de link met wat er bij Fashion was gebeurd.'

Maar waar ligt Jatti begraven?

Recherchechef Van Haarlem nam in 1985 de verdachten mee naar de bossen van Boekelo. Het zou nabij een boerderij zijn begraven, er was 's nachts een hond geweest, het was dicht bij de doorgaande weg, in de buurt van een vennetje - et cetera, et cetera. 'Hele stukken hebben we omgeploegd en nagezocht, maar het schoot niet op', zegt Van Haarlem. 'Alles was inmiddels ook veranderd in de omgeving, de A35 was aangelegd, het wegennet aangepast. Het bleef een mysterie.'

Aan de Fashiongangers van toen had de recherche niet veel. Je moet je ook voorstellen dat het zooitje ongeregeld op een permanent drugsdieet zat, dus helemaal scherp stond het vizier niet tijdens de nachtelijke begraafsessie in 1971. 'Ze wisten het gewoon niet meer', zegt hij. 'En ze zagen toen ook niet de noodzaak vast te leggen waar ze 'm gelaten hadden. Tenminste, dat was wat ze lieten merken.'

Jonker: 'Het was zo'n chaotische tijd, in Fashion. Er gebeurde elke dag wel wat geks. We probeerde hem provisorisch weg te moffelen. Maar de plek - ja, ongeveer, ongeveer - verder kwamen we niet.'

Hans Krabbenbos kwam eind jaren zestig weleens bij Fashion, en dan vooral vanwege de muziek, zegt de oud-Stork-medewerker, wandelend door het bosje grenzend aan de doorgaande weg van Hengelo naar Boekelo. Jatti heeft hij nooit gekend en ook diens familie niet. De ouders van Wensing hebben ernstig geleden onder de vermissing van hun zoon, dat staat vast. Nog steeds wil de overgebleven broer van Jatti er niet over praten, 45 jaar na dato. Het is al erg genoeg dat het weer wordt opgerakeld, meent hij - nu weer door het boek van Krijnsen.

Dan stopt er een auto op de weg, en kijkt een vrouw het tafereel van drie naar de bosgrond starende mannen langdurig vertwijfeld aan. Daar was Krabbenbos al bang voor geweest, want als je op privéterrein met je wichelroede wiebelt, kan het zomaar spaak lopen. Samen met Krijnsen kruipt hij onder de afrastering door om zich schoorvoetend te melden bij de toeschouwster, die zich als Marion Morsink voorstelt. Zij is de eigenaresse van het bosje, dat bij haar boerderij hoort.

'Er heeft op die plek inderdaad een verhoogde hoge schuine kant gezeten', zegt ze. 'Achter die kant lagen kuilen voor kuilgras. Later hebben we dat allemaal geëgaliseerd. Maar hoe weet u dat dan?'

De Hengelose politie maakt in 1971 een einde aan de bezetting van het stadhuis door Fashion-jongeren, die protesteren tegen de sluiting van hun jongerencentrum.Beeld Gemeente Hengelo

Onhandig staat Krabbenbos achter haar Toyota en legt uit dat hij een wichelroedeloper is die zaken als zodanig voelt, met zijn twee kromgebogen lasdraden. Na het bestuderen van Google Maps besefte hij dat het lichaam van Jatti hier te vinden zou zijn, in dat bosrijke hoekje aan het Molenveld in Boekelo - en meldde zich subiet bij Krijnsen.

'Gek, maar dat gevoel heb ik nooit gehad, hier, terwijl ik wel opensta voor dat soort dingen', zegt Morsink. 'Hier verderop is in de Tweede Wereldoorlog een Canadees vliegtuig neergestort. Vijf soldaten kwamen om, en eentje wist te ontkomen. Dat voel ik weer wel.'

Terwijl ze wegrijdt, bergt Krabbenbos zijn L-vormige wichelroede op in zijn binnenzak. 'Ik had het je toch gezegd, Marco, dat Jatti in een gereedstaande kuil is gelegd.'

'Ja, dat klopt, Hans. Dat had je inderdaad voorspeld.'

Het zou goed zijn als hier nog een keer zou worden gezocht, zegt Krijnsen in zijn auto, wegrijdend van de mogelijke vindplaats. Bijvoorbeeld door de twee rechercheurs die indertijd het moordonderzoek hebben verricht en nu weer volop met Jatti bezig zijn, net zo geobsedeerd als de schrijver zelf. Zijn boek mag dan in de winkel liggen, de deksel zit nog niet op de pan. Hij hoopt vooral dat de publicatie als breekijzer gaat dienen.

'Hopelijk lukt het om alsnog van de daders te horen wat er nu precies is gebeurd met het lichaam', zegt hij. 'Wij denken dat ze niet alles hebben verteld. Tukkers denken vaak meer dan ze zeggen. Het wordt tijd dat ze zich nu echt helemaal gaan uitspreken. Bij hen ligt de sleutel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden