ACHTERGRONDMEDIA

Het was het jaar van de nieuwe bestuurscultuur. Hoe kan de journalistiek daaraan bijdragen?

null Beeld Tsjisse Talsma
Beeld Tsjisse Talsma

Het Binnenhof was dit jaar in de ban van de ‘bestuurscultuur’. Welke rol speelt de pers daarin? En kan de journalistiek bijdragen aan een gezonder bestuur? De Volkskrant vraagt het betrokkenen en destilleert vijf aanbevelingen.

Ashwant Nandram

‘Nieuwe bestuurscultuur’, ‘nieuw elan’ – de belofte van verandering schalde in 2021 vaak over het Binnenhof. Directe aanleiding was de toeslagenaffaire, waarbij tienduizenden ouders tussen 2014 en 2019 door de Belastingdienst werden behandeld als fraudeur. Duizenden euro's werden teruggevorderd, wat tot schrijnende situaties leidde: gezinnen raakten in armoede, huwelijken liepen op de klippen en in een enkel geval pleegde een ouder zelfmoord. De affaire werd, ondanks vragen van enkele Kamerleden en journalisten, jarenlang achtergehouden.

Het kabinet trad af en hoewel Mark Rutte door bijna 2 miljoen kiezers opnieuw werd gekozen, belooft hij beterschap: hij heeft ‘radicale ideeën’ over een ander, beter landsbestuur. Eentje waarbij het bestuur openheid zou tonen en transparanter was.

Ook Kamerleden, ambtenaren, rechters en toezichthouders denken sinds de affaire na over hun verhouding tot de macht. Het levert ambitieuze voornemens op. De Tweede Kamer is voor meer ‘dualisme’, waardoor van Kamerleden van regeringspartijen niet automatisch wordt verwacht dat ze het eens zijn met de regering. Op ministeries moet meer ruimte komen voor dwarsliggers: ambtenaren die bestuurders tegenspreken.

Hoe zit het met de journalistiek? Hoe beïnvloeden de 120 Haagse journalisten de cultuur op het Binnenhof? En zouden zij ook een bijdrage kunnen leveren aan een gezonder bestuur? De Volkskrant sprak Kamerleden, ambtenaren, Haagse verslaggevers en een politiek adviseur. De kritiek uit die gesprekken legden we voor aan hoofdredacteuren van drie kranten (AD, de Volkskrant en NRC), van de nieuwsorganisaties NOS en RTL Nieuws en de tv-programma’s Nieuwsuur en EenVandaag.

Alle geïnterviewden waren het erover eens: de pers is niet verantwoordelijk voor de bestuurscultuur, maar heeft wel een aanzienlijke rol in Den Haag. Men schetst een krachtenveld waarbij journalisten de cultuur beïnvloeden, maar omgekeerd ook politici de journalistiek beïnvloeden.

Opvallend is dat de rol van de pers in de ogen van politici, woordvoerders en ambtenaren vele malen groter lijkt te zijn dan hoofdredacteuren die ervaren. Waar journalisten vaak benadrukken dat ze ‘buitenstaanders’ of ‘kritische toeschouwers’ zijn, hebben insiders op het Binnenhof het gevoel dat ze in een ‘wurggreep’ worden gehouden. Sommige menen dat zelfs hun politieke levensvatbaarheid in grote mate afhankelijk is van de verhouding met de pers.

De hoofdredacteuren vinden dat hun werk vaak wordt bemoeilijkt door weinig transparant communiceren. Neemt niet weg dat ze allemaal bereid zijn na te denken over de rol die journalistiek speelt in de bestuurscultuur en over de lessen die opdoemen uit de gesprekken die we voerden.

null Beeld Tsjisse Talsma
Beeld Tsjisse Talsma

1. Zoek niet alleen een schuldige

Het zoeken naar een zondebok is een van de eerste reflexen van Haagse journalisten, merkt topambtenaar Mark Frequin. Hij spreekt van een ‘afrekencultuur’. Dat valt ook parlementair verslaggever Laurens Boven op, die tussen 2009 en 2020 voor BNR werkte. ‘We denken gelijk: wie is verantwoordelijk, wiens kop moet rollen? Maar dat is vaak niet het enige wat belangrijk is.’ Boven verwijst naar de toeslagenaffaire. ‘We kunnen als pers aansturen op het aftreden van bewindspersonen, of het bestraffen van individuele ambtenaren. Maar de schuldvraag leidt ook af van andere vragen: wat is hier gebeurd? Hoe kon de overheid haar burgers zo lang zo slecht behandelen? Wat kunnen we hiervan leren?’

Hij ziet dat een nauwe schuldvraag leidt tot een verkramping van politici. ‘Woordvoerders van bewindspersonen vertellen mij off the record: ‘Als mijn minister openheid van zaken geeft, dan laat de pers niets van hem heel. Want jullie zijn niet inhoudelijk geïnteresseerd waarom iets fout liep, maar gericht op de man, op een vonnis. Dus zeggen we dingen niet, omdat de pers daar niet mee kan omgaan.’’

Zo’n reactie zet Boven aan het denken. ‘Politici moeten niet verhullen of verbloemen. Dat zijn ze aan de democratie verplicht. Maar dat de politiek zo verkrampt op ons reageert, bang is om gekapitteld te worden, dat is de realiteit. Dat zouden we vaker in ons achterhoofd moeten houden.’

Betrekkelijk weinig hoofdredacteuren trekken zich iets aan van de kritiek. Vertrekkend Nieuwsuur-hoofdredacteur Joost Oranje erkent die dynamiek, maar vindt dat de pers vooral hun taak moeten uitvoeren. ‘Politici zullen zegen: we moeten het met elkaar doen. Maar dat is kolder: journalistiek is geen kinderspel. Wij willen misstanden onthullen en het landsbestuur probeert de macht te behouden door soms zaken te verbloemen. In de democratie vullen pers en politiek elkaar aan, maar in de praktijk hebben we totaal tegenovergestelde belangen. Dat gaat er vaak hard aan toe.’

2. Wees milder voor politici die zich kwetsbaar opstellen

Er is niets zo bewonderenswaardig als een politicus met voortschrijdend inzicht, vindt Julia Wouters, jarenlang adviseur voor PvdA-leider Lodewijk Asscher. Net als een Kamerlid dat twijfelt, of zegt iets niet te weten. Alleen jammer dat ze zo dun gezaaid zijn. ‘Politici wekken nu aanhoudend de schijn dat alles onder controle is. Want als ze een beetje kwetsbaarheid tonen, komen de gieren en die pikken je dood.’

Daar hebben ook journalisten een handje van, vindt Wouters. Neem het interview dat EenVandaag twee weken geleden hield met Kamerlid Pieter Omtzigt. Daarin wordt hem gevraagd of hij, als voormalig CDA-Kamerlid, niet ook verantwoordelijk is voor de huidige bestuurscultuur. Wanneer Omtzigt dat volmondig erkent, concludeert presentator Pieter Jan Hagens: ‘U heeft daar gefaald, u heeft daar fouten gemaakt.’ Aanleiding voor Omtzigt om de presentator aan te spreken: ‘Als je dit doet, kom je nooit met een nieuwe bestuurscultuur. Ook de journalistiek is onderdeel van de bestuurscultuur.’

Exemplarisch, noemt Wouters het gesprek. ‘Het is gezond als iemand zich kwetsbaar opstelt. Hij zegt: bij nader inzien ben ik van gedachten veranderd, ik zou niet akkoord gaan met te dikke regeerakkoorden. Maar zo’n opmerking blijkt voor een politicus onveilig. Plotseling wordt Omtzigts integriteit in twijfel getrokken. Dat lijkt een kritische houding van zo’n presentator, maar het is vooral cynisch.

‘Omtzigt heeft het lef om tegengas te geven. Maar de meeste andere politici zullen na afloop concluderen: dat was te kwetsbaar. Die gaan in het vervolg omslachtig formuleren en te veel sturen op beeldvorming.’ En dat is nu juist wat de politiek moet zien te voorkomen. ‘Als je moet doen alsof je onfeilbaar bent, wordt een politicus kopschuw. Dan komen er alleen nog maar sufgesudderde teksten uit. Je zag het bij PvdA-leider Wouter Bos in zijn laatste jaren. Bij Hugo de Jonge zie je het ook: hij is als de dood om toe te geven dat hij iets fout heeft gedaan. Maar dat gedrag hebben journalisten deels zelf gecreëerd.’

René van Brakel, hoofdredacteur van EenVandaag, vindt het interview juist een voorbeeld van hoe de journalistiek moet opereren. ‘Omtzigt werd lang geïnterviewd. Daarbij was genoeg ruimte om terug- en vooruit te blikken.’ Bovendien, zegt Van Brakel, werd de presentator door Omtzigt in de rede gevallen. ‘Ik weet niet hoe Pieter Jan Hagens de vraag exact wilde formuleren, maar we wilden juist benadrukken dat het helemaal niet erg is om te falen.’

3. Besef dat haastige verslaggeving een keerzijde heeft

Dankzij internet komt de verslaggeving op steeds hogere snelheid tot stand, en dat is geen goed nieuws, vindt voormalig CDA-Kamerlid Chris van Dam. Hij vergaarde bekendheid als voorzitter van de commissie die de toeslagenaffaire onderzocht.

‘Ik liep een keer ’s ochtends op straat toen ik werd gebeld door een radioprogramma. ‘Er is net een rapport uitgekomen over dit en dat, wilt u daarop reageren?’ Ik had dat rapport nog niet gelezen, dus ik zeg nee. Even later hoor je dan een collega-Kamerlid in die uitzending een heel verhaal vertellen, maar als je goed luistert heeft hij dat rapport óók niet gelezen.’

Dat plaatst het Kamerlid voor een dilemma. ‘Media-aandacht is belangrijk voor de zichtbaarheid van een politicus. Dus niet reageren kan voor je politieke leven dodelijk zijn: wie een journalist twee keer teleurstelt, hoeft de derde keer geen belletje te verwachten. Dat komt het publieke debat niet ten goede.’

Ook ministers zijn vatbaar voor deze dynamiek, ziet topambtenaar Frequin. ‘Bewindslieden volgen zelf nauwgezet, naast de reguliere media, ook sociale media zoals Twitter. Als er dan ergens een relletje ontstaat, voelt de betreffende minister zich opgejaagd. Zo iemand krijgt dan het gevoel: ik moet onmiddellijk dingen repareren en mensen geruststellen. En dan krijg je bestuurlijke ongelukken: beloftes die helemaal niet verstandig blijken.’

Hij wijst op het verbod op de elektrische bolderkar de Stint, die na een dodelijk ongeluk in 2018 binnen tien dagen door de minister van de weg werd gehaald. Afgelopen week oordeelde de Raad van State dat dat besluit onzorgvuldig was; kinderdagverblijven die de kar plotseling niet meer konden gebruiken moeten worden gecompenseerd.

Het nemen van dergelijke overhaaste beslissingen is ‘schering en inslag’, aldus Frequin, en daaraan is de journalistiek mede debet, omdat die het tempo van sociale media volgt. Hij spreekt van een ‘wurggreep’. ‘Politici moeten natuurlijk de drang weerstaan om direct te reageren. Maar ik wil ook de vraag opwerpen: wat als we zo’n minister wat meer tijd gunnen om met een weloverwogen besluit te komen? Dat gaat op de lange termijn ook betere bestuurders opleveren.’

Marcel Gelauff, hoofdredacteur van de NOS ziet praktische bezwaren: ‘Dit is een onderwerp waar we vaak en veel over spreken: wat moeten we doen, en wat laten we na. Onze taak is nieuws te verslaan, voor radiobulletins, tv of de site. Dat moet soms snel. Tegelijkertijd proberen we bij elke gebeurtenis de grote lijnen en achtergronden te schetsen.’

Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Klok ziet de risico’s van de steeds snellere berichtgeving, maar denkt niet dat de trend makkelijk te keren is. ‘Online zitten we allemaal in een ratrace waarbij je graag de eerste wil zijn. De lezer denkt: als jij niet snel genoeg bent, dan ga ik ergens anders heen. En dat kost je bezoekers. Als je een dag wacht om het nieuws te laten bezinken, loop je het risico dat niemand het meer wil lezen. Wij proberen te blijven zeggen: liever goed dan snel.’

Bij Nieuwsuur doen ze een poging daar iets aan te veranderen, vertelt Oranje. ‘Voor ons onderzoek naar corona hebben we in maart 2020 de eerste Wob-verzoeken gedaan, onder meer om te achterhalen hoe de besluitvorming op ministeries verliep. Dat zijn duizenden documenten die door het ministerie nu langzamerhand gepubliceerd worden. Voorheen zouden we zeggen: we gaan met een paar documenten snel een verhaaltje tikken. Nu zijn we geduldiger en proberen een groter verhaal te maken, ondanks de vrees dat een ander medium al wel publiceert. Dat risico neem ik op de koop toe.’

4. Wees selectief in wat je aandacht geeft

Een aanzienlijk deel van de media-aandacht gaat naar nietszeggende clashes, vindt D66-Kamerlid Joost Sneller. ‘Een conflict spreekt tot de verbeelding, het volgt de klassieke toneelwetten met een protagonist en een antagonist. Dus spoeddebatten of Kamervragen zijn dankbare onderwerpen. Maar wetgeving is vele malen belangrijker. Een slechte wet heeft meer invloed op mensen dan een spoeddebat. Maar daar is relatief weinig aandacht voor.’ Die dynamiek heeft ook effect op de focus van Kamerleden, ziet Sneller. ‘Waarom zou je jarenlang onzichtbaar zwoegen op een iniatiefwetsvoorstel, als dat werk onzichtbaar blijft?’

Onder hoofdredacteuren klinkt veel instemming. AD-hoofdredacteur Rennie Rijpma oppert dat media minder moeten berichten over Kamervragen. ‘Niet de vragen, maar de antwoorden zouden nieuws moeten zijn.’ Daarbij benadrukt ze dat dit een mediadynamiek is die ze niet alleen met haar eigen krant kan beïnvloeden. ‘Als alleen mijn krant stopt met het verheffen van een Kamervraag tot nieuws, dan gaat het niet helpen. Dit zouden we samen moeten doen.’

Dat betekent ook dat je als nieuwsmedium uitpakt met de scoop van een ander, vindt Joost Oranje, hoofdredacteur van Nieuwsuur. ‘Dat gebeurt nu niet snel. Als het ene medium een schandaal onthult, dan wordt het soms slechts summier overgenomen. Maar je zet er niet snel zelf een onderzoeksjournalist op. De concurrent heeft al een informatievoorsprong, denk je, die gaan we niet meer inhalen. Dat is geen uniek Nederlands verschijnsel – Watergate kabbelde ook alleen door dankzij The Washington Post. Maar een verhaal krijgt pas echt impact als het breed gedragen werd, door politiek maar ook door andere media. RTL Nieuws en Trouw schreven al jaren over de toeslagenaffaire, voordat Nieuwsuur dat serieus oppakte. De belangrijkste les voor de toeslagenaffaire is alert te zijn op de onderwerpen die er écht toe doen. Ook al betekent het dat je achteraan aansluit en de concurrent volgt.’

5. Ga vaker het land in

Pieter Omzigt, een van de volksvertegenwoordigers die zich vastbeten in de toeslagenaffaire, vindt het niet pijnlijk dat de overheid fouten heeft gemaakt. Maar dat het schandaal, waar tienduizenden ouders bij betrokken waren, tien jaar lang verborgen bleef? ‘Dat is de grootste pijn. Na de Fortuyn-revolutie deed de journalistiek aan soul-searching. Dat lijkt me na de toeslagenaffaire ook gepast. Want hoe hebben we dit met z’n allen gemist?’

Zijn conclusie: ‘Politici, maar ook journalisten, zitten blijkbaar niet diep genoeg in de haarvaten van de samenleving. Hoe verder iets van Amsterdam vandaan ligt, hoe minder aandacht het krijgt. Ik merk dat in mijn eigen omgeving: toen duizenden mensen in Enschede demonstreerden tegen de IS-genocide, kwam het nauwelijks in het nieuws. Maar toen bijna gelijktijdig tweehonderd demonstranten voor Palestina op de Dam lagen, haalden die overal het nieuws.’

Journalist Boven kan dit beamen. ‘Jarenlang deden we in de landelijke pers toch een beetje alsof die Groningers aan het zeuren waren wanneer er werd geklaagd over de aardbevingsschade. Hoeveel mensen kunnen daar nou echt last van hebben, dacht ik. Tot ik er zelf ging kijken. Pas toen drong de ernst van de situatie tot me door.’

Net als alle andere hoofdredacteuren sluit RTL Nieuws-hoofdredacteur Ilse Openneer zich daarbij aan. ‘De journalistiek is gebaat bij een stevige positie in de maatschappij. Als je alleen verslag doet vanuit Den Haag, dan is dat te eenzijdig. Volgens mij doen we dat bij RTL Nieuws best goed. Dat hoeft niet altijd met regiocorrespondenten, maar kan ook via tipkanalen. Onze berichtgeving over de toeslagenaffaire kwam tot stand dankzij een tip. En daarna is het een dossier geworden dat door verschillende deelredacties werd behandeld. Dus ik zeg nu niet: we moeten direct de binnenlandredactie uitbreiden.’

Transparantie

Bijna elk nieuwsmedium heeft zijn dossiers en affaires waarbij journalisten menen dat hun werk bemoeilijk wordt doordat bestuurders weinig transparant communiceren. Zo noemt NRC de verhalen over terreurbestrijder NCTV, Defensie en de Nederlandse ambassade in Mozambique; Nieuwsuur memoreert de afhandeling van Teevendeal en de WODC-affaire.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden