InterviewJe kunt het maar één keer doen

‘Het was een mooi, intens afscheid voor een zeventigtal vrienden, maar voor mij helaas niet’

Tuurlijk, dood gaan we allemaal. Maar afscheid­nemen kan op veel manieren. Hoe je het doet, maakt nogal wat uit. In deze serie spreekt ­Barbara van Beukering ­nabestaanden over het stervensproces van hun dierbaren.

null Beeld Krista van der Niet
Beeld Krista van der Niet

Eric van der Wal (61, professioneel klusser) overleed aan de gevolgen van een neuro-endocriene tumor. Hij was getrouwd met Madeleine van der Kooij (61, trainer, coach en docent verpleegkunde). Ze hebben een zoon, Wouter (28) en een dochter, Enya (27).

Madeleine: ‘Veertig jaar geleden ontmoetten we elkaar in Berkel en Rodenrijs, de omgeving waar we allebei vandaan komen. Op onze eerste vakantie samen gingen we twee weken zeilen door Friesland en werden we verliefd op het water. Tien jaar later zijn we naar Friesland verhuisd, naar een oud vrijstaand huis met een grote tuin met uitzicht op het Tjeukemeer.

Tijdens Oud en Nieuw 2018 werd Eric heel beroerd en lag de hele tijd in bed. In januari is hij naar de huisarts gegaan, die een echo liet maken. We vermoedden niets ernstigs en ik ging gewoon werken toen Eric zich voor de uitslag meldde bij de internist. ‘Ben je vrijgezel?’, vroeg de arts. ‘Nee? Waarom is je vrouw er dan niet?’ Hij had slecht nieuws, Erics hele lever bleek vol met uitzaaiingen te zitten. Donderslag bij heldere hemel. Het was niet duidelijk waar de uitzaaiingen vandaan kwamen, dus er volgde een reeks onderzoeken om erachter te komen waar de primaire tumor zich bevond. De oorsprong bleek een neuro-endocriene tumor bij de alvleesklier te zijn. Dat is een tumor die zelf stoffen aanmaakt, in het geval van Eric serotonine. Serotonine is een gelukshormoon, maar te veel serotonine is slecht. Om het serotoninepeil laag te houden, kreeg Eric eens per maand een injectie. En om de uitzaaiingen in zijn lever tegen te gaan, kreeg hij een behandeling waarbij via zijn slagader bolletjes in zijn lever werden gepompt die de vaatjes naar de tumoren afsloten. Er was geen tijdsprognose, maar met Eric ging het hartstikke goed. Toen hij in juni alle dakgoten van het huis verving, zeiden we tegen elkaar: ‘Als het zo doorgaat, kunnen we het gerust een chronische ziekte noemen.’

In november 2019 werd hij steeds zieker. Hij vermagerde, ik maakte me grote zorgen. Begin februari vertelde de oncoloog aan Eric dat zijn leverwaarden zo slecht waren dat hij over zijn afscheid moest gaan nadenken. Onze dochter Enya verbleef op dat moment zeven maanden als au pair in Nieuw-Zeeland en de arts zei: ‘Roep je dochter alsjeblieft terug.’

We hadden met onze zoon en schoondochter een reis naar Nieuw-Zeeland geboekt omdat zij daar tot eind april zou blijven. Maar nu Enya eerder terugkwam en Eric te horen had gekregen dat hij erg ziek was, zei hij: ‘Weet je wat? Ik wil al heel lang de tuin opknappen, we gaan er een gezamenlijk tuinproject van maken. Geen familievakantie, maar een familietuinproject.’

Madeleine en haar man Eric.  Beeld privé
Madeleine en haar man Eric.Beeld privé

Er kwam een grote kraan, er werden schuttingen weggehaald, de hele tuin ging op z’n kop. Niet alleen de tuin pakte hij aan, ook het huis werd verbouwd. Het was onbegrijpelijk waar hij die energie vandaan haalde, hij was helemaal hyper. Inmiddels waren we door corona niet meer welkom in het ziekenhuis, er was alleen telefonisch contact. Normaal ging ik altijd mee, maar als zijn arts belde wilde Eric niet dat ik erbij zat. Hij vertelde haar hoe hij de tuin aan het verbouwen was en hoe goed het met hem ging.

In die periode kwam Eric ook telefonisch in contact met financiële mensen. Als ik binnenkwam in zijn mancave, een blokhut in onze tuin, hoorde ik hem aan de telefoon Engels kletsen over beleggingen en speculaties. Hij snauwde dat ik weg moest gaan. Op een gegeven moment zag ik op mijn bank-app dat er een groot bedrag van de rekening was afgeschreven. Ik liep vloekend en tierend de blokhut in, maar ik kon geen invloed meer op hem krijgen, hij ging volstrekt zijn eigen gang. Niemand had in de gaten wat er met hem aan de hand was.

Totdat Eric telefonisch aan zijn arts vroeg of ze weer een recept voor Abstral, pijnbestrijdingspillen, wilde uitschrijven. Zij dacht dat het goed met hem ging, dus ze vond dat hij moest stoppen met die pillen omdat ze slecht waren voor zijn lever. De avond dat hij zijn laatste pil had genomen, werd hij ontzettend ziek. Hij had het koud en warm, was misselijk, kon niet slapen en als hij sliep sloeg hij om zich heen. Toen pas viel bij mij het kwartje: hij was hartstikke verslaafd en zat nu midden in een cold turkey-afkickproces. Op dat moment realiseerde ik me dat hij de hele verbouwing onder invloed van medicijnen had gedaan. En dat de pillen ook de oorzaak waren van de financiële chaos. Al die maanden ging hij een aantal keer per dag naar zijn mancave om even te liggen, en dan legde hij ook een pilletje onder zijn tong. Even later kon hij er weer tegenaan en hervatte hij de verbouwing. Hij was gewoon verslaafd geraakt aan de dope.

Op 7 juli gingen we naar het ziekenhuis om bloed te prikken. Eric was zo zwak dat hij de polikliniek niet lopend haalde en halverwege in een rolstoel moest gaan zitten. Zijn arts zei toen ze de bloeduitslagen zag: ‘Je lever doet niks meer, je moet nu echt afscheid gaan nemen.’ De volgende dag vroeg Eric me om zijn broers te bellen, hij was de jongste van vijf. Daarna noemde hij namen van mensen die hij ook nog wilde zien. Het was het begin van een tien dagen lange audiëntie. Eric lag op zijn bed in de blokhut of buiten in het gras. Hij hees zichzelf rechtovereind, gaf mensen vaak een knuffel en haalde herinneringen met ze op. Mensen kwamen bedrukt binnen, maar gingen opgewekt weg. Tegen iedereen zei hij: ‘Tot morgen’. Het waren heel mooie, intense en warme dagen voor een zeventigtal vrienden. Alleen voor mij helaas niet. Eric keek me niet aan, het leek wel of hij mij ontweek. Als ik ’s nachts naast hem lag en hem vroeg of hij zijn arm even om me heen wilde leggen, deed hij het niet. Hij praatte de laatste dagen ook niet meer met mij. Hij kon het niet. Ik heb het als een gebrek aan erkenning ervaren dat hij het wel voor zijn vrienden kon opbrengen, maar niet voor mij, zijn grote liefde.

Op vrijdagavond kreeg hij een injectie met een zwaarder slaapmedicijn. De volgende ochtend wist ik dat hij die dag zou overlijden. Ik ben naar de steiger tegenover ons huis gelopen. Ik heb gejankt, ik heb geschreeuwd en ben toen gaan zwemmen. Heel rustig kwam ik uit het water en heb tegen de kinderen gezegd dat papa vandaag zou sterven. We zetten de deuren van de blokhut open. Het zonnetje scheen naar binnen, de vogelgeluiden waren te horen, we hadden een zacht muziekje op gezet en een wierookje aangedaan. ’s Middags ben ik bij hem gaan liggen, hij lag op zijn zij, ik sloeg mijn arm om hem heen. Ik viel in slaap en werd wakker omdat ik zijn ademhaling hoorde veranderen. Ik zei: ‘Eric, je wilde je laatste adem bewust uitblazen, doe dat nu maar.’ En dat deed hij.

Ik vind het erg dat die pillenverslaving ons laatste half jaar zo heeft beïnvloed. Doordat hij helemaal hyper aan het verbouwen was, had hij geen energie meer over. Ik had zo graag nog dingen gedaan zoals muziekjes luisteren, dagjes varen, een hotelletje pakken, of samen gek doen. Mensen zeggen tegen mij: ‘Maar hij heeft het huis en de tuin toch prachtig voor je achtergelaten?’ Ja, maar ik had liever meer intieme momenten met hem gehad.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden