HET WARE VERHAAL VAN LEGENDE JOHN HENRY

John Henry was in werkelijkheid weliswaar wat kleiner dan de mythische man uit de oude ballade, hij blijft overeind als held van een fascinerend verhaal....

De mythische John Henry was een reus van een kerel, met schouders als een stier, en kolenschoppen van handen. Als peuter al pakte hij een hamertje en sloeg daarmee op een stalen pin.

‘Die hamer gaat m’n dood nog eens worden’, zei hij dan, tussen twee klappen door.

Geen wonder dus dat John Henry spoorwegarbeider werd. En toen de baas op zeker moment stoomdrilboren liet aanrukken om sneller te kunnen werken, was het John Henry die de handschoen oppakte.

John Henry told his captain:

‘A man ain’t nothing but a man

Before I let your steam drill beat me down

I’ll die with this hammer in my hand

I’ll die with this hammer in my hand.’

Bij het krieken van de dag stelde de mens zich rechts op, de machine links. En de boor ratelde, en John Henry hief de zware hamer boven zijn hoofd en liet die neerkomen op de boor die zijn shaker voor hem vasthield. Toen de avond viel, was de uitslag bekend: John Henry sunk her fourteen feet and the steam drill only made nine. Maar de inspanning was te groot geweest: John Henry zou de volgende dag niet halen.

Dat verhaal is een van de beroemdste ballades uit de Amerikaanse geschiedenis. Het werd gezongen als arbeidsvitamine door de spoorwegarbeiders, die na iedere regel een kernachtig umpf of lawd uitstootten en daarbij hun hamer lieten neerkomen op de boor. Het is gebruikt in schoolklassen om de Amerikaanse geschiedenis uit te leggen en door communisten en black panthers om de positie van de zwarten aan de kaak te stellen. Het is gezongen door Harry Belafonte, Johnny Cash, They Might Be Giants en de Drive-by-Truckers, gewoon omdat het zo’n mooi lied is. Er zijn coupletten bijgekomen (soms uit oeroude Schotse liederen als The Lass of Loch Royal), woorden veranderd, extra personages (Polly Ann, Li’l Bill) toegevoegd.

Dat was het verhaal van John Henry, totdat spoorweghistoricus Scott Reynolds Nelson uit Williamsburg het ware verhaal achterhaalde. Dat vond hij in een register van de gevangenis in Richmond, Virginia, waar in 1866 een John Henry uit New Jersey werd ingeschreven. Met z’n lengte van nog geen een meter zestig was die heel wat kleiner dan de reus uit het lied. Toch maakt Nelson aannemelijk dat dit de echte Henry was. Hij ontdekte dat Henry niet had gewerkt aan de Big Bend tunnel in West-Virginia, omdat daar nooit stoomboren waren ingezet. Het was de Lewis Tunnel, vijftig kilometer naar het oosten, waar Henry zijn strijd was aangegaan.

De spoorwegbaronnen waren de grootste werkgevers en bepaalden wie profiteerde van de nieuwe tijd, en wie verweesd achterbleef op de prairie. Ze recruteerden onder vrijgelaten slaven, maar sloten ook overeenkomsten met de overheid om gevangenen aan het werk te zetten. Een van hen was John Henry, net afgezwaaid als soldaat uit de burgeroorlog, en voor een onnozel vergrijp veroordeeld tot tien jaar opsluiting.

Het einde van zijn straf zou hij niet halen. Maar dat verhaal van de grote zwarte man, die de nine-pound hammer zwaait en de nieuwlichters met hun stoommachine het nakijken geeft, leeft eeuwig voort. Mede dankzij het speurwerk van Nelson, die de ballade gebruikt om een fascinerend verhaal te vertellen over uitbuiting, racisme, stoflongen en een oeroud ritme, spelend in een tijd dat Amerika nog woest en wetteloos was.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.