Het ware revolutionaire elan in de Sovjet-Unie

In de vroege jaren van de Sovjet-Unie heersten optimisme en experimenteerdrang in de kunst. Met bezielde foto's en films geeft Het Joods Museum een overrompelend beeld van die tijd. Door Arno Haijtema

Arkadi Schaichet, Sneltrein 1939 Beeld Alexander Gallery, New York

Met bezielde foto's en energieke, snel gemonteerde films schetst het Joods Historisch Museum (JHM) in Amsterdam een overrompelend beeld van de vroege jaren van de fotografie en filmindustrie in de Sovjet-Unie. De eerste decennia na de communistische revolutie van 1917 vormen de bloeitijd van de Russische beeldcultuur. Er heersten kort na de Eerste Wereldoorlog optimisme, experimenteerdrang en de hunkering te breken met het verleden. Het was het begin van een beloftevolle tijd, waarin kunstenaars nog niet de dwingelandij voelden van de censuur. Dat vrijheidsgevoel komt in het JHM weer tot leven.

Grote namen presenteert het museum op de (in New York samengestelde) tentoonstelling The Power of Pictures: Alexander Rodchenko, El Lissitzky, Max Penson, Moisei Nappelbaum, Arkady Shaikhet, Dziga Vertov en Sergej Eisenstein, om een paar kunstenaars te noemen die in de jaren twintig de geest van de revolutie met volle teugen opsnoven en hun creativiteit ten dienste stelden van het ideaal. Onder die artistieke voorhoede bevonden zich relatief veel Joden. Als eeuwenlang gemarginaliseerde bevolkingsgroep golden zij in de eerste jaren van de revolutie als onverdacht, juist omdat ze geen deel hadden uitgemaakt van de verfoeide bourgeois - de oude garde - waartegen de proletarische revolutionairen zich afzetten.

De communisten beschouwden de relatief jonge kunstvormen fotografie en film als krachtige en, door het ontbreken van taal, ook grenzenloze instrumenten voor hun propaganda, zegt conservator fotografie Bernadette van Woerkom van het JHM. 'In een land waar 70 procent van de bevolking analfabeet was, werd veel belang gehecht aan beeld. In de avantgarde kringen geloofde iedereen oprecht in de idealen van de revolutie.' In de nog jonge film- en fotografiewereld bestond minder hiërarchie dan bij de oudere kunstvormen, zodat ook Joden, onbelemmerd door etnische uitsluiting, prominente plekken konden veroveren.

Jakow Chalip: Op wacht, 1938. Beeld The Museum of Fine Arts, Houston

Portretten

Joodse filmers en fotografen grepen de kansen dan ook met beide handen aan. De Wit-Russische Moisei Nappelbaum (1869 - 1958) is een mooi voorbeeld. Begonnen als studiofotograaf, kreeg hij in 1918 van Lenin de eervolle opdracht portretten te maken van de leider, gevolgd door talrijke portretten van hoge overheidsdienaren, wetenschappers en cultuurdragers. En zo verscheen ook de oprichter van de geheime dienst KGB in 1919 voor zijn camera, Feliks Edmoendovitsj Dzerzjinsky. Naar zijn initialen is overigens de eerste Sovjet-imitatie van de beroemde Duitse Leica-kleinbeeldcamera vernoemd: de FED. De camera werd gemaakt door weeskinderen in de Dzerzjinskyleefgemeenschap, opgericht om hen op weg te helpen in de maatschappij. Andere prominenten voor Nappelbaums camera: Josef Stalin, de dichteres Anna Achmatova (een nog alom bekend portret) en de schrijver Boris Pasternak.

Veel aandacht is er in de tentoonstelling voor de (niet-Joodse) Alexander Rodchenko, een van de invloedrijkste avantgarde-fotografen in de Sovjet-Unie. Met experimentele uitsneden, vervreemdende perspectieven en een hang naar het majestueuze gebaar weerspiegelen zijn foto's het revolutionaire elan van de jonge natie, haar industriële en maatschappelijke opbouw, haar door het communisme gezegende volk. Wie nu Rodchenko's foto's ziet, voelt nog de euforie die de vroege jaren van de revolutie moeten hebben veroorzaakt .

De films uit die jaren hebben een vergelijkbaar opwindend effect. Kijk naar de opstand van de matrozen van Pantserkruiser Potemkin (1925), het epische meesterwerk van Eisenstein over de aanzet tot de Russische revolutie. Videoclip-achtige versnijdingen, experimentele camerastandpunten en de bombastische acteursmimiek van de stomme film gaan er een prachtig verbond aan. Of onderga De man met de camera (1929) van Vertov, de lyrische ode aan de post-revolutionaire grootstad, waar de bewoners krioelen, arbeiders nijver werken in de fabrieken, trams zich kriskras een weg banen door het straatgewoel - alles tezamen een immens, kloppend hart.

Alexander Rodchenko: Een sprong in het water, 1932-34. Beeld Sepherot stichting Liechtenstein

Voegen naar de machthebbers

Het JHM presenteert de foto's en (twaalf) films zonder belerend commentaar op de kwalijke propagandistische elementen die in de jaren na de revolutie in het werk van filmers en fotografen slopen, al dan niet onder dwang van communistische potentaten. Allen moesten zich voegen naar de machthebbers. Rodchenko's carrière weerspiegelt hoe de Russische avantgarde in het gareel van de propaganda werd gedwongen.

De machthebbers stoorden zich aan de experimenteerdrang van Rodchenko, bekritiseerden hem om zijn 'formalistische' artistieke opvattingen, waar meer 'waarheidsgetrouwe' propaganda vereist was. Het was de slagschaduw van het socialistisch realisme, die mengeling van kleinburgerlijke kitsch en heroïsche thematiek - geliefd door Stalin - die tot officiële staatskunst werd verheven. Lang na zijn dood, na de val van de Muur, bleek dat Rodchenko zich zelfs heeft geleend voor het idealiseren van grootschalige dwangarbeid bij de aanleg van het Witte Zee-Oostzeekanaal. Hij heeft, aldus Van Woerkom, zijn negatieven bewerkt zodat de gevolgen van ondervoeding werden gemaskeerd.

Conservator Van Woerkom wijst, zonder een oordeel te vellen over Rodschenko, op het in Rusland gangbare onderscheid in betekenis tussen 'werkelijkheid' en 'waarheid'. De werkelijkheid is de harde realiteit van honger, armoede, uitbuiting, alles wat het communisme zou uitbannen en dus in de media niet mocht worden getoond. De waarheid (pravda in het Russisch, tevens de naam van de belangrijkste communistische staatskrant) is de utopie waartoe de revolutie zou leiden - de staat van gelukzaligheid en voorspoed waarin het proletariaat door de revolutie zou komen te verkeren.

Anno 2016 doen we de bijbehorende foto's af als propaganda, destijds was het een in de USSR breder geaccepteerde vorm van positieve beeldvorming. Voor de duur van Vertovs Man met de camera, of het bekijken van een topcollectie foto's is het niet moeilijk de rauwe werkelijkheid terzijde te schuiven en even te geloven in de zoete boodschap van de revolutie.

The Power of Pictures, Joods Historisch Museum Amsterdam. T/m 27/11.

Moisej Nappelbaum: Boris Pasternak, 1926. Beeld The Museum of Fine Arts, Houston
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden