Het ware gezicht van de islamist

Overtuigend toont Shadi Hamid aan dat de Moslimbroeders in Egypte gematigd waren tijdens onderdrukking en pas radicaliseerden toen ze de ruimte kregen. Betekent dit: hoe harder de repressie, hoe braver de islamist?

Onderdukking leidt tot radicalisering. Het lijkt een waarheid als een koe. Net als het omgekeerde: vrijheid en democratie leiden tot matiging bij groeperingen wier opvattingen en strategie eerder, in een autoritaire context, radicaal waren.

In Temptations of Power - Islamists and Illiberal Democracy in a New Middle East toont Shadi Hamid aan dat het niet altijd opgaat. Van een politieke natuurwet is geen sprake.

Deskundige

Van de deskundigen die sinds december 2010, toen het allemaal in Tunesië begon, de gebeurtenissen in de Arabische wereld hebben geduid, is Hamid misschien wel de scherpzinnigste. De Amerikaanse academicus was directeur van het Brookings Center in Doha, Qatar. Voor journalisten, op zoek naar orde in de chaos van de actualiteit, was zijn mobiele nummer goud waard: even een belletje en je wist weer hoe het zat. Een boek van zijn hand schept daarom verwachtingen, en die worden ruimschoots waargemaakt.

Hamid stort geen emmer historische feitjes en anekdotes over de lezer uit, maar poneert een these: de Moslimbroeders in Egypte en Jordanië hebben zich vanaf begin jaren negentig in tijden van repressie steeds gematigder getoond.

Tegen elke logica in

Het gaat tegen elke schijnbare logica in, maar Hamid laat overtuigend zien dat het klopt. Hoe harder de pressie, hoe braver de islamisten werden. De sharia verdween naar de achtergrond, ze beleden hun geloof in democratie en vrije verkiezingen, spraken mooie woorden over de rechten van vrouwen en religieuze minderheden.

Net zo overtuigend toont hij aan dat in ieder geval in Egypte het tegenovergestelde ook gebeurde. Tijdens en kort na de volksopstand van begin 2011 stelde de Moslimbroederschap, onmiskenbaar de sterkste en best georganiseerde politieke formatie van het land, zich bescheiden op. Ze zouden geen eigen kandidaat naar voren schuiven voor het presidentschap, ze zouden meedingen naar hooguit de helft van de parlementszetels. Maar naarmate de geur van de macht sterker hun neus in kringelde, schroefden zij hun ambities op, keerde de sharia terug in hun vocabulaire en lieten zij hun bescheidenheid varen. Zodra ze de ruimte kregen, stelt Hamid, toonden de islamisten hun echte gezicht.

Dat is waar het boek in wezen over gaat: de ware aard van de Moslimbroeders. Waar zijn ze op uit? Zijn het wolven in schaapskleren? En kunnen islamisme en democratie op lange termijn samengaan?

Ideologisch project

Hamid lijkt ervan overtuigd te zijn dat het antwoord op die laatste vraag 'nee' is. Liberalisme en islamisme sluiten elkaar uit. Pragmatisch zijn de Moslimbroeders zeker, schrijft hij - dat verklaart het gemak waarmee zij van koers en tactiek veranderen als het zo uitkomt. Maar pragmatisme is niet hetzelfde als gematigdheid.

Islamisten zijn niet voor niets islamisten, stelt Hamid, ze zijn het om een reden. Voor de lange termijn hebben ze een bijzonder ideologisch project: het islamiseren van de samenleving.

De vraag is of Hamid met het ontkrachten van genoemde natuurwet een nieuwe wetmatigheid in het leven probeert te roepen. Gaat zijn verhaal ook op buiten de context van Egypte en Jordanië?

Uitzonderingen

Interessant is het geval van Tunesië, de enig overgebleven bloem van de Arabische Lente. Het Tunesische Ennahda geldt als de meest gematigde islamistische partij van de Arabische wereld. Dat valt op zich te rijmen met Hamids theorie: onder de dictatuur van Ben Ali cultiveerden ze hun democratisch imago. Maar toen de islamisten gingen regeren, na de revolutie van 2011, bléven ze gematigd. De sharia hoefde van hen niet in de grondwet en onder druk van het (linkse) maatschappelijk middenveld droeg Ennahda de macht over aan een zakenkabinet.

'Een Tunesische uitzondering?', heet het hoofdstuk over Tunesië. Mét vraagteken.

Een andere mogelijke uitzondering is de AK-partij in Turkije, maar daaraan besteedt Hamid weinig woorden. De spanning tussen islamisme en liberalisme, schrijft hij, kan worden opgelost met het 'Turkse model', waarbij de islamisten geleidelijk 'hun grote project hebben opgegeven en zich hebben verzoend met de seculiere democratie'. Het Turkse islamisme 'heeft opgehouden islamistisch te zijn in enige zinvolle betekenis van het woord'. Al eerder werd op de AK-partij het etiket 'post-islamisten' geplakt.

Daar dreigt natuurlijk het gevaar van een tautologie: islamisten zijn per definitie ondemocratisch, want als ze democraten zijn geworden, zijn het geen islamisten meer. Zo kan elke natuurwet kloppend worden gemaakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden