Het vuurevangelie

Het hele christendom in één keer onderuit

Enkele jaren geleden begon de Schotse uitgever Cannongate een serie waarin schrijvers werd gevraagd een hedendaagse hervertelling te maken van beroemde mythen. Na onder anderen Margaret Atwood, David Grossmann, Donna Tartt en Jeanette Winterson is het nu de beurt aan Michel Faber . Hij geeft zijn eigen versie van de Prometheusmythe in Het vuurevangelie (The Fire Gospel).

Net als eerder in het intrigerende The Hundred and Ninety-Nine Steps heeft Faber de exegese van een oud manuscript als uitgangspunt genomen. Hoofdpersoon Theo Griepenkerl, een Canadese wetenschapper, bezoekt een museum in de Iraakse stad Mosul. Terwijl hij door de conservator wordt rondgeleid, vindt er een bomaanslag plaats, waarbij de conservator wordt gedood en het beeld van een vruchtbaarheidsgodin zwaar beschadigd. Uit de buik van het beeld komen negen papyrusrollen tevoorschijn, die Griepenkerl slinks meeneemt en tot zijn verwondering kinderlijk eenvoudig kan meesmokkelen naar Toronto.

De papyrusrollen blijken een tekst in het Aramees te bevatten - die taal die door Jezus werd gesproken -, wat goed uitkomt want Theo is specialist in deze discipline. Al vertalend komt hij tot de verbijsterende ontdekking dat de rollen een ooggetuigenverslag behelzen van de kruisiging en dood van Jezus. Auteur is ene Malchus, de man wiens oor bij de gevangenneming van Jezus werd afgehouwen. Maar anders dan we bij Lucas lezen, werd het oor niet door Jezus teruggeplaatst en genezen, maar bleef het de rest van Malchus leven aan zijn hoofd bungelen 'als een vrouwensieraad'.

En dat is nog een van de minder controversiële verschillen tussen het evangelie volgens Malchus en de vier evangeliën uit de bijbel. Bij Malchus roept de gekruisigde Jezus 'Laat iemand er alsjeblieft een einde aan maken', wat toch minder verheven klinkt dan 'Vader, in uw handen beveel ik mijn geest' of 'Het is volbracht'. Om nog maar te zwijgen van de diarree en de urine die de gestorvene vervolgens laat lopen en die Malchus deels over zich heen krijgt.

Wanneer Jezus' lichaam enkele dagen later van het kruis wordt gehaald, hebben aasvogels zijn ogen en delen van zijn ingewanden uitgepikt. (Een verwijzing naar Prometheus, die zijn diefstal van het vuur uit de hemel moest bekopen met een straf waarbij dagelijks zijn lever door een adelaar werd opgegeten.) Van een wederopstanding in bijbelse zin is geen sprake, hooguit van visioenen of hallucinaties waarin Malchus en de zijnen Jezus zien optreden.

Het is duidelijk dat deze nieuwe visie op het leven van Jezus - ouder dan de gecanoniseerde evangeliën en bovendien afkomstig van een ooggetuige, dus in beginsel gezaghebbender - de wereld niet onberoerd zal laten. Toch lijkt Theo Griepenkerl zich nauwelijks bewust van het potentieel explosieve karakter van zijn vondst. Natuurlijk is hij als wetenschapper overtuigd van het culturele belang, maar verder ziet hij de papyrustekst toch vooral als een middel om rijk en beroemd te worden.

Faber werkt dit gegeven op dikwijls hilarische wijze uit. De onderhandelingen met de uitgever, die een veel minder hoog voorschot wil geven dan gehoopt, de promotietournee, de televisieoptredens, de seksuele gunsten van dames uit de uitgeverswereld en de lezersreacties op de site van Amazon worden in een aantrekkelijke combinatie van humor en venijn neergezet.

Maar hoewel Griepenkerl zich opwindt over de onbenullige reacties op Amazon, waarin zijn boek onder meer op één lijn wordt gesteld met De Da Vinci Code, is hij blind voor de onderhuidse dreiging die ze representeren.

Want natuurlijk is een document dat de uitgangspunten van het christendom onderuit dreigt te halen méér dan een literaire tekst alleen. Dat blijkt uit de gebeurtenissen die volgen en die ironisch genoeg niet door christenen maar door aanhangers van een andere religie in gang worden gezet.

Het vuurevangelie is meer dan alleen een hedendaagse variatie op de Prometheus-mythe. Het is ook een satire op de

uitgeverswereld en niet in de laatste plaats een aanklacht tegen religieuze onverdraagzaamheid en het daaruit voortvloeiende terrorisme. En dat in een korte roman, die in al zijn compactheid een breed literair spectrum bestrijkt, dat voert van thrillerachtige beklemming tot Monty Pythoneske pastiche: 'Gij vraagt mij naar de naam van Thaddeus. Toen ik Thaddeus inzake deze kwestie bevroeg, antwoordde hij mij dat zijn naam Thaddeus was. Ik moet daarom aan u doorgeven dat zijn naam Thaddeus luidt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden