Aard van het beestje

Het vrouwtje van de najaarsspanner kan niet vliegen. Raar voor een vlinder, maar met een goede reden

Caspar Janssen gaat wekelijks op zoek naar een dier in zijn habitat. Wat typeert het dier? En waarom doet het juist nu van zich spreken?

Caspar Janssen
Najaarsspanner Beeld Margot Holtman
NajaarsspannerBeeld Margot Holtman

Vlinders in het najaar, honderden vliegende exemplaren. Op de Grebbeberg, in de vroege avond, volg ik in het donker Kars Veling van de Vlinderstichting. Zaklampen aan, we gaan van boom tot boom. Een klein, overzichtelijk stukje bos, met eiken, beuken en een paar berken. Een goede plek voor nachtvlindersoorten die in het najaar vliegen. Het is nog net niet echt koud, prima omstandigheden om de najaarsspanner aan te treffen, hoopt Veling. Gisteren liep hij hier ook al, toen zag hij er twee. En een stuk of duizend kleine wintervlinders, de meest algemene vlindersoort in deze tijd van het jaar. Ook nu banen we ons een weg door de kleine wintervlinders, op sommige bomen treffen we er tientallen aan. De najaarsspanner vinden wordt moeilijker. De vlinder – de vleugels van het mannetje zijn oranjegeel, soms niet te onderscheiden van de kleur van een herfstblad – staat te boek als zeer algemeen, maar Veling vraagt zich af of dat nog wel helemaal klopt.

Van de meer dan 2.300 soorten nachtvlinders in Nederland zijn er minder dan tien die zo zijn geëvolueerd dat ze in het najaar vliegen en zich voortplanten. In een tijd van het jaar waarin er minder natuurlijke vijanden zijn, zoals vogels en vleermuizen. Daar staat tegenover dat als ze in het voorjaar als rups uit hun eitje komen, ze juist het belangrijkste voedsel vormen voor veel vogels, koolmezen vooral. Ziedaar hun plek in de voedselketen.

Nu is het voortplantingstijd. De vleugelloze vrouwtjes komen uit de strooisellaag tevoorschijn, klimmen tegen de bomen omhoog, waar ze worden opgewacht door mannetjes. We zien het gebeuren, in het licht van de zaklantaarn, mannetje kleine wintervlinder bovenop het vrouwtje. Na de paring kruipt het vrouwtje verder omhoog, de boom in, en legt de eitjes op de knoppen van de takken, waar in het voorjaar de bladeren groeien die hun voedsel zijn.

Hoogstens een paar dagen leven ze nu als volwassen vlinder, ze eten niet, ze teren op het voedsel dat ze als rups hebben verzameld. De mannetjes zijn erg actief, en verslijten snel.

De vrouwtjes (bruin van kleur) kunnen dus niet vliegen, ze hebben vleugelstompjes, je moet ze kennen om te zien dat het vlinders zijn. Het fascinerende is, zegt Veling, dat ze ergens in de evolutie hebben ‘besloten’ om niet te vliegen, dat vleugels dus overbodig zijn. ‘Ze hebben bedacht: vliegen kost energie, laat ik mijn energie maar besteden aan het afzetten van eitjes.’ Onze interpretatie natuurlijk, zoals wij gelijk maar even invullen dat het een heftige beslissing moet zijn geweest. Veling: ‘Dat is toch alsof wij zouden zeggen: ik hoef niet te lopen, ik laat mijn benen maar amputeren.’

Drie soorten met vleugelloze vrouwtjes uit de familie van de spanners (de kleine wintervlinder, de grote wintervlinder en de najaarsspanner) manifesteren zich in deze tijd van het jaar, ze zijn vooral talrijk in loofbossen op de hogere zandgronden en in de duinen. We zien nog altijd alleen de kleine wintervlinder. Maar dan, gelukkig, ook een vierde nachtvlindersoort die nu actief is: de bosbesuil, genoemd naar een van waardplanten. De bosbesuil (uit de familie van de uilen) plant zich ook in de winter voort, maar het vrouwtje heeft gewoon vleugels. De bosbesuilen zitten vooral veel stil, zegt Veling, ook een manier om energie te sparen. ‘Daarom leven ze veel langer dan die spanners.’

Geen najaarsspanner vanavond. Wel de vaststelling: aan vozende wintervlinders geen gebrek. En dat speelt zich nog af tot in december, op heel veel boomstammen in het land.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden