Het volk verdient meer dan blikappelmoes en slechte gedichten

Laat ik Michaël Zeeman eens bijvallen. Eerst kreeg hij alle Volkskrantlezers over zich heen, omdat hij een pleidooi had gehouden voor poëzie....

Zou het geen goed idee zijn, dacht ik gaandeweg deze discussie, om de oude bestseller Zen en de kunst van het motoronderhoud weer eens te lezen? In dat boek laat Robert Pirsig immers zien dat er helemaal geen verschil bestaat tussen lezen en sleutelen aan een motorblok. Bij alle intellectuele en ambachtelijke taken draait het uiteindelijk om precies hetzelfde: kwaliteit. Leg je hart in je werk, streef naar het beste. Be that scooter!

'Om het concreet uit te drukken', schrijft Pirsig, 'wanneer je een fabriek wilt opbouwen, een motorfiets wilt repareren, of een land in juiste banen wilt brengen zonder te blijven steken, dan is klassieke, gestructureerde, dualistische, subjectobjectkennis alleen, ofschoon noodzakelijk, toch niet voldoende. Je moet over enig gevoel beschikken voor de kwaliteit van het werk. Je moet kunnen voelen wat goed is. Dat brengt je vooruit.'

Er is kortom geen wezenlijk verschil tussen wat je moet leren op een vmbo en wat je moet leren op een universiteit. Het gaat niet om scooters versus boeken, het gaat maar om één ding: het ontwikkelen van een gevoel voor wat goed is. Een gevoel dat je vervolgens ook moet aanboren om een goede dichter te kunnen onderscheiden van een slechte. Want het doet er niet toe of zo'n dichter nu toegankelijke gelegenheidsverzen schrijft of raadselachtige vormexperimenten – als hij maar kwaliteit levert.

In alle gekrakeel rond de Dichter des Vaderlands had vreemd genoeg niemand het over kwaliteit. Het ging om hoge cultuur versus lage cultuur, om toegankelijkheid versus ontoegankelijkheid, om elite versus volk. Niemand die gewoon zijn 'gevoel voor wat goed is' op de gedichten losliet en vaststelde dat Driek van Wissen weliswaar een erg aardige en toegankelijke gelegenheidsdichter is, maar helaas ook een erg slechte en toegankelijke gelegenheidsdichter.

Zo schreef een Volkskrantlezer bestraffend aan Michaël Zeeman: 'Moet een Dichter des Vaderlands Nobelprijswaardige poëzie schrijven, of moet hij bij grote gebeurtenissen het volk vermaken met een gelegenheidsgedicht? Ik kan me vergissen, maar ik heb sterk het vermoeden dat zijn prioriteit bij dit laatste ligt. En wat een gelegenheidsgedicht kracht verleent, is eenvoud en eenduidigheid. Pure rijmelarij is dan eerder een voordeel dan een handicap.'

Hier viel nogal wat tegen in te brengen. Ten eerste is er geen verschil tussen Nobelprijswaardige poëzie en eenvoudige poëzie. Wislawa Szymborska heeft voor eenvoudige poëzie toch maar mooi de Nobelprijs gekregen. Ten tweede kan pure rijmelarij nooit een voordeel zijn: het etiket 'pure rijmelarij' is een negatief kwaliteitsoordeel. En waarom zou je het volk afschepen met gebrek aan kwaliteit?

En daar zit precies het probleem. Juist degenen die de elitaire Michaël Zeeman zo op zijn lazer gaven, legden zelf een grote minachting voor het volk aan de dag. Aan dat volk, schreef een andere Volkskrantlezer, 'is hoogdravend, moeilijk te proeven en te duiden dichtwerk, dat tot overmaat van ramp ook niet wil rijmen, nu eenmaal niet besteed.' Hebben zulke briefschrijvers wel eens gelet op de ontoegankelijkheid van de meeste popteksten, de meerduidigheid van de meeste rapteksten? De populaire cultuur is helemaal niet eenduidig. En het geeft geen pas te doen alsof het volk – met al zijn vmboleerlingen – half imbeciel is.

Het zou misschien allemaal nog niet zo erg zijn als dit cynisme niet ook de boventoon voerde in het onderwijsbeleid. Nog steeds draai ik verbijsterd de woorden in mijn hoofd om van staatssecretaris Mark Rutte, die verkondigde onze leerlingen te gaan opvoeden tot 'betere onderwijsconsumenten'. Er moest bovendien een betere 'klachtenregeling' komen voor de studenten. Zou het niet leuker zijn ze iets te leren? Ze duidelijk te maken hoe ze zelf hoogstpersoonlijk kunnen streven naar het beste? Of het nu gaat om het lezen van boeken of het sleutelen aan scooters?

Het woord 'onderwijsconsument' is net zo verdomde cynisch als de gedachte dat slechte gedichten goed genoeg zijn voor het volk. Of de gedachte dat aan de meesten van ons 'moeilijk te proeven' dingen niet zijn besteed. Dat laatste doet me vooral denken aan die volwassenen die hun leven lang blikappelmoes over hun eten blijven gooien – omdat het eten anders zo 'moeilijk te proeven' is. Zou er werkelijk ook maar één omstander te vinden zijn die in zo'n geval niet zou suggereren de appelmoes eens weg te laten en de boontjes eens te proeven? En dan heel voorzichtig de witlof? En een glaasje wijn misschien?

Het verzet tegen hoge cultuur is kinderachtig en op niets gebaseerd. Het ontkent bovendien de voortdurende wisselwerking tussen lage en hoge cultuur. Waarom noemt NRC regels van dichter Weremeus Buning ('Honderd klokken in Londen doen Londen bonzen/en vier kathedralen Genua') pompeus – en de parodie van light verse dichter Stip ('Honderd stieren in Dieren doen Dieren tieren/en tweehonderd wolven Wolvega') niet? Wie het verschil ziet mag het zeggen.

Er is niks mis met hoge cultuur, er is niks mis met lage cultuur. Er is alleen iets mis met slechte kwaliteit. Willen we cultuur en onderwijs in Nederland nog redden, dan moeten we gauw zorgen dat we allemaal leren naar het beste te streven. Be that elite!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden