BeschouwingSylvia Plath

Het vluchtige bestaan van Sylvia Plath, vastgelegd in een verpletterende biografie

Leven en schrijven: voor Sylvia Plath was het alles of niets, leest Connie Palmen in een verpletterende nieuwe biografie over de Amerikaanse dichter, die op haar 30ste uit het leven stapte.

null Beeld Avalon Nuovo
Beeld Avalon Nuovo

Op 26 juni 1953 neemt de 20-jarige Sylvia Plath de lift naar het dakterras van het Barbizon Hotel op de hoek van Lexington Avenue en 63rd Street in New York. Het is de laatste dag van haar verblijf in de metropool, waar ze een maand gastredacteur mocht zijn bij het damesblad Mademoiselle, een prestigieuze stage voor vrouwelijke studenten. Onder haar arm klemt ze een bundel kleren, onderjurken, korsetten, nylons. Boven op het dak van het 23 verdiepingen tellende gebouw, uitkijkend over een nachtelijk Manhattan, voert ze haar kleren een voor een aan de wind.

Achttien dagen na dit voorval, terug in het ouderlijk huis in Wellesley, Massachusetts, ontwaart haar moeder Aurelia bloedende sneeën in de benen van haar dochter. Als ze er onthutst naar vraagt, zegt die dat ze wilde uitproberen of ze genoeg lef had. Dat ze dood wil. ‘Laten we samen sterven!’, huilt ze. De gealarmeerde Aurelia roept onmiddellijk professionele hulp in. Plath wordt behandeld voor een ernstige depressie, krijgt een aantal keren elektroshocktherapie – voor haar een traumatiserende ervaring – en als niets helpt, onderneemt ze een serieuze zelfmoordpoging, die ze tot haar ontzetting overleeft. Er zijn twee maanden verstreken sinds ze haar kleren weggooide. Ze wordt opgenomen in een psychiatrische kliniek en zal daar maandenlang moeten verblijven.

Een aantal dagen voordat ze het dak van het Barbizon beklom, schreef ze in een brief aan haar broer hoezeer het verblijf in New York haar had uitgeput. Ze was doodop van de stad, de lunches, cocktailparty’s, feestjes, en van de phonies, huichelachtige vrouwen, aalgladde reclamejongens. Ze voelde zich vies, groezelig, bezoedeld, ze wilde gebleekt worden.

Te veel onechtheid

Bezoedeld voel je je als je te veel onechtheid hebt toegelaten in je leven, als je flemerig en complimenteus was tegen vriendinnen terwijl je het eigenlijk domme kwezels vindt, je hebt laten rondcommanderen door talentloze leeghoofden, je de godganselijke dag kritiek inslikte, afkeer loochende, minachting verborg, woede verhulde en jezelf dit geweld ook nog eens aandeed om blaaskaken en onbenullen te behagen.

In de smaak willen vallen bij mensen die je heimelijk veracht, vergiftigt je. Kleren weggooien is een symbolische zelfmoord, de vernietiging van de meeloper in jezelf die zich gewillig conformeert aan de voorschriften van een gehate rol. In plaats van verhalen schrijven, journalistiek onderzoek doen, in contact komen met beroemde dichters als Dylan Thomas, was de maand in New York een teleurstellende, dagelijkse verkleedpartij. Ze had zich geforceerd door haar diepste wezen – de schrijver – te loochenen, het elke ochtend braaf in te snoeren, zijden kousen aan te trekken, een hoed op te zetten en het de hele dag gehandschoend te ontkennen. Een damesblad als Mademoiselle verkocht in de jaren vijftig een ideaalbeeld van vrouwen dat de creatieve en begaafde Plath verstikte, waaraan ze misschien wel kon, maar niet wilde voldoen.

Iedereen met ook maar een beetje psychologisch inzicht weet dat drastische veranderingen in iemands uiterlijk alarmerende voortekenen zijn. Een kaalgeschoren hoofd, plotseling groen, geel of onverzorgd haar, te opzichtige of verwaarloosde kleding hebben een signaalfunctie. Ingrijpende transformaties geven uiting aan onvrede met de eigen identiteit, aan het verlangen naar het uitroeien van verfoeide eigenschappen, en de behoefte een waarachtigere kant van de persoonlijkheid te openbaren. Of ze hebben een nog destructievere boodschap, waarin de wanhoop doorklinkt van iemand die zijn hele leven en zichzelf beu is. Wat Plath ook wilde weggooien, een knellend ideaal of een veracht zelf, ze zal daar boven op het dak de hoop hebben gekoesterd samen met de kleren haar angst, onzekerheid en eenzaamheid aan de wind te hebben gevoerd.

Een andere transformatie

Literatuur, met name de roman, biedt de schrijver de mogelijkheid tot een andere transformatie, de kunstzinnige metamorfose van feit in fictie. Gehate moeders worden vermoord, vaders onttroond, geminachte vriendinnen duiken op als uilskuikens, horkerige minnaars als impotente paljassen, het echte leven wordt vermaakt tot vermaak.

Sylvia Plath, die gemakkelijker poëzie dan proza schreef, maakte van het weggooien van de kleren een cruciale scène in haar enige roman, The Bell Jar, die in januari 1963, een maand voor haar dood, in Engeland verscheen. Uit beduchtheid voor de reacties van de echte wereld, de aangeklaagde moeder, bespotte vriendinnen en belachelijk gemaakte minnaars, bracht ze het boek uit onder pseudoniem. De glazen stolp is een vrouwelijke pendant van de door haar bewonderde kunstenaarsroman A Portrait of the Artist as a Young Man van James Joyce en van de coming-of-ageroman The Catcher in the Rye van J.D. Salinger. Net als Stephen Dedalus spreekt ze met het afwerpen van het keurslijf haar non serviam uit, de weigering zich ondergeschikt te maken aan een dienstbare vrouwenrol, en net als Holden Caulfield veracht ze de phoniness, de oppervlakkige gekunsteldheid van de maatschappij, waardoor haar personage van zichzelf vervreemdt.

null Beeld Avalon Nuovo
Beeld Avalon Nuovo

Het lijkt een paradox dat juist wij, de scheppers van schijn, scherp afgestelde sensoren hebben voor valsheid en verlakkerij, voor de met veel aplomb verkochte quatsch, voor sentimentaliteit, voorgewende empathie, en voor de schijnheiligen die in hun eigen zachtaardigheid geloven, maar het is zo: juist wij, de schrijvers en dichters, hebben een pathologische afkeer van inbeelding en onechtheid. Van echte onechtheid moet ik erbij zeggen. Het gewilde bedrog waarmee gespeeld en betoverd wordt, is ons fort. Maar een schrijver is waarachtig of hij is niets. En Sylvia Plath wilde het haar hele leven zijn. Als iets blijkt uit dit korte bestaan, dan is het dat haar zelfgevoel van kindsbeen af werd belegerd door het gevaarlijke gevoel onoprecht te zijn en op een dag ontmaskerd te worden als een bedrieger en oplichter.

Als een schaduw

Rode komeet – Het korte leven en de vlammende kunst van Sylvia Plath van Heather Clark is een nieuwe, verpletterende biografie, waarin het vluchtige bestaan is vastgelegd in een monoliet van meer dan duizend bladzijden. Het boek barst van de details zonder ooit saai te worden. Het is alsof Heather Clark haar onderwerp van dag tot dag als een schaduw volgde, niet als het strenge, vermanende geweten waardoor Plath zelf onophoudelijk werd belaagd en opgejaagd, maar als een goede engel die haar het liefst zou beschermen tegen het kwaad, en die daarin, net als alle dierbaren in het leven van Plath, moet falen.

Want het was niet de huichelachtige omgeving die haar grootste vijand was, het was haar dubbelganger, de demon van de onechtheid in haar. Omdat Clark put uit een aanzienlijke hoeveelheid nooit eerder gepubliceerd materiaal, krijgen we een aangrijpend beeld van hoe een jong, hyperintelligent meisje, vanaf de dood van haar vader op haar 8ste, worstelt met die kwelgeest, en dat het gevecht jaar in jaar uit onafgebroken doorgaat, ook als al haar dromen zijn waargemaakt, ze een man, een huis, een boek en een baby heeft. De demon is een innerlijke scherprechter, haar ‘moordlustige zelf’, en voor iemand die altijd heen en weer gaat tussen alles of niets, kan moordlust twee kanten op: het is jij of ik.

In haar dagboeken beschrijft ze de worstelingen met dit zelf, met de zucht naar perfectie, de angst een hypocriet te zijn die in werkelijkheid middelmatig en doorsnee is, een mislukking, een oplichter en een hoer. In haar ligt altijd een scheldende criticaster als een bloeddorstige beul op de loer, en een misprijzende blik van iemand is voldoende voor het laten vallen van de bijl.

Over haar grillige, dubbelhartige gemoed schrijft ze: ‘Het is alsof mijn leven op magische wijze door twee elektrische stromen wordt bepaald: een vrolijke positieve en een wanhopige negatieve – de stroom die op dat moment de overhand heeft, beheerst en overstroomt mijn leven. Op dit moment verzink ik in wanhoop, bijna in hysterie, alsof ik stik. Alsof er een grote, gespierde uil op mijn borst zit die zijn klauwen om mijn hart heeft geslagen & het samenperst.’

Sylvia Plath Beeld Bettmann Archive
Sylvia PlathBeeld Bettmann Archive

De beschrijvingen van de angst ontmaskerd te worden kunnen in een en dezelfde alinea worden afgewisseld met de grootheidsfantasie van de jonge vrouw die ervan overtuigd is dichtregels te hebben geschreven die haar tot ‘De Dichteres van Amerika’ maken. In de romanliteratuur zijn heftige stemmingswisselingen kenmerkend voor de himmelhoch jauchzende zum Tode betrübte romanticus, in de psychologie voor iemand met een bipolaire persoonlijkheidsstoornis.

Toewijding en eruditie

Ik heb om en nabij de tachtig boeken over en van Sylvia Plath en Ted Hughes gelezen, maar meer dan welke biograaf ook maakt Heather Clark met Rode komeet duidelijk dat Plaths bestaan, behalve om de liefde, om schrijven draaide. Het is een niet geringe verdienste van deze mooie biografie, en het is ook wat me het meest ontroert aan dit boek, aan dit vrouwenleven. In zijn soms overstelpende gedetailleerdheid toont het Plaths toewijding aan het werk, de volharding, de eruditie en belezenheid, de moed, vooral de moed. Vandaar het motto dat Clark koos, een helaas nogal onbeduidende opmerking van Plath in een brief aan haar moeder: ‘… elke dag moet je de titel ‘schrijver’ opnieuw verdienen, met veel geploeter.’ Nou ja.

Een motto is een beginselverklaring. Clark wil Plath verzekeren van een plek op de Olympus door aan te tonen dat ze tot de belangrijkste schrijvers van de 20ste eeuw gerekend kan worden. Om dat te bereiken moet ze haar bevrijden van vijftig jaar culturele bagage, schrijft ze in haar proloog. Ze zal daarom de strijd aanbinden met het icoon, de mythe en vooral met het pathologische portret van Plath als zelfmoordenaar. Maar dat is buiten de waard gerekend. Een schrijver kan een lezer niet voorschrijven hoe die een boek moet lezen, ook niet als dat een biografie is die volgens de wetten van het genre feitelijke waarheid belooft.

Maar feiten zijn nietszeggend zonder interpretatie. Alle goede intenties ten spijt toont Clark met haar streven aan dat elke biograaf rivaliseert met bestaande verhalen en zijn eigen visie op het onderwerp wil laten zegevieren. Ik heb haar daarom het gerechtvaardigde onrecht aangedaan door Rode komeet – als alle andere biografieën van Plath – voornamelijk te lezen op de pathologische relatie met een overbezorgde moeder, de behandeling door een nogal griezelige psychiater, het gepassioneerde huwelijk met de prachtige Ted Hughes, en op het waarom van haar zelfmoord.

In de eerste week van november 1962 stapt de 30-jarige Sylvia Plath een kapsalon binnen in de buurt van Court Green, haar huis op het platteland van Devon waar ze met Hughes woonde, twee kinderen baarde en schreef. Ze verandert van kapsel en rijdt vervolgens naar het nabijgelegen Exeter, waar ze zich in een nieuwe garderobe steekt. Ze is bedrogen en verlaten door haar grote liefde, ze wil een ander huis en een ander leven. Het huis vindt ze in Londen, een etage in de voormalige woning van haar literaire held W.B. Yeats. Tweeënhalve maand nadat ze met een nieuw kapsel en nieuwe kleren de koude winter inging, legt ze daar op 11 februari 1963 haar hoofd in de gasoven en draait de kraan open. Op tafel ligt een keurige stapel papier met de gedichten die ze in één maand tijd schreef en die haar beroemd zullen maken. Het was alles of niets.

null Beeld De Arbeiderspers
Beeld De Arbeiderspers

Heather Clark: Rode komeet – Het korte leven en de vlammende kunst van Sylvia Plath. Uit het Engels vertaald door Bart Gravendaal, Marianne Palm, Aad Janssen, Nicole Seegers en Astrid Staartjes. De Arbeiderspers; 1.152 pagina’s; € 59,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden