recensie heavy

Het vijfde album van Tool is daverend goed en kleeft vermoedelijk na iedere luisterbeurt vaster aan het hart ★★★★☆

Een band met zo’n grote cultstatus als Tool, die na zó lang weer een album uitbrengt: dat verdient een uitgebreide bespreking.

Vanaf links: Danny Carey, Adam Jones, Maynard James Keenan, Justin Chancellor. Beeld Travis Shinn

Fear Inoculum

Heavy

★★★★☆

Tool

Label: Tool Dissection/ RCA/ Sony.

Dat de Openbaringen van Tool zich gaan voltrekken in een mysterieus en naargeestig gebouw – we hadden niet anders verwacht. In de wereld van de Amerikaanse cultrockband is alles nu eenmaal raadselachtig en onheilspellend.

Het nieuwe album van Tool dat vandaag eindelijk, na dertien jaar van vage beloften, speculaties en niet ingeloste verlangens dan toch werkelijk verschijnt, wordt in het diepste geheim en voor een wonderlijk gezelschap uitverkorenen gepresenteerd in een oud fabriekspand op een industrieterrein onder de Berlijnse afbraakwijk Neuköln. Het gebouw is begroeid met een woekerende klimop. Het doet denken aan een van de fabriekshallen waar zich het horrordrama van de game Resident Evil voltrok en van waaruit nare virussen bezit namen van de mensheid. Sinister, dreigend en ondoorgrondelijk, zalig eng. Een beetje zoals dat bandje waarvoor we hier zijn komen opdraven.

We moeten eerst iets uitleggen over deze ‘luistersessie’. Op het moment dat u dit leest is al het geheimzinnige gedoe natuurlijk potsierlijk, want die plaat ligt vanaf vandaag gewoon aan uw voeten. Maar dat lag hij een maand geleden nog niet. Fear Inoculum, zo heet Tool-album nummer vijf, was toen nog het strengst beveiligde muziekobject ter wereld.

Maar we hebben het hier dan ook over de vurigst verlangde plaat van het jaar. Een album dat als gezegd dértien jaar op zich heeft laten wachten en waarover duizenden fans van over de hele wereld bijna anderhalf decennium met elkaar én de bandleden in conclaaf waren: ‘Komt dat ding nou nog of niet?’ Hij werd aangekondigd en weer uitgesteld, en ‘de nieuwe Tool’ werd een langlopende muziek-meme in het mondiale rockcircuit.

Het belangrijkste probleem dat een nieuwe plaat altijd in de weg heeft gezeten: het viertal was na de laatste plaat 10,000 Days uit 2006, wat uit elkaar gegroeid. Vooral zanger Maynard James Keenan ging zijn eigen weg, in solo- en bandprojecten als A Perfect Circle en Puscifer. Gitarist Adam Jones leefde zich uit in de visuele kunsten – hij is een uitmuntend tekenaar. Maar Tool ging nooit officieel uit elkaar dus bleef de hoop op wie weet, ooit, die nieuwe plaat levend.

Bovendien houden de muzikanten zich niet graag aan economische wetten (en de simpele entertainmentregel dat je als artiest iedere drie jaar iets moet laten horen om je volgers tevreden te houden). Tool vertrouwt de hele muziekindustrie niet. De band is ook altijd doodsbang dat eventueel nieuw werk uitlekt. Vandaar de mist van geheimzinnigheid rond een nieuwe release.

En bij deze plaat al helemaal. De professionele muziekwereld ruim vantevoren even een Soundcloud-linkje sturen zodat de nieuwe plaat vast beluisterd en gerecenseerd kan worden? Tool dacht het niet. Kom maar naar die beveiligde bunker, lever telefoons en andere apparatuur in en teken vooral ook even dat ‘non-disclosure’-contract. (Voorwaarde van de Volkskrant bij de luistersessie was overigens dat de plaat niet één, maar meerdere keren beluisterd mocht worden om zo tot een gedegen bespreking te kunnen komen.)

Dat Tool niet bepaald flexibel in de muziekzaken zit, blijkt ook uit het feit dat de band een van de allerlaatste was die het oeuvre weigerde te laten streamen. Tool vond hardnekkig dat consumenten voor hun albums moesten betalen, fysiek of digitaal: per stuk afrekenen graag. Maar vorige maand ging de band overstag. Plotseling verschenen de vier Tool-platen, vanaf Undertow uit 1993 tot en met 10,000 Days uit 2006 op de streamingplatforms. De platen werden direct als een dolle gedraaid en dat leverde een record op: Tool stond met vier albums in de top-5 van meest beluisterde (en gekochte) rockplaten in de Verenigde Staten, volgens hitlijstinstituut Billboard

Maynard James Keenan op Rock Werchter Festival in 2001. Beeld Getty Images

Cultband

Tool is vanaf het begin een cultband geweest. Waarschijnlijk vooral vanwege de mysterieuze teksten. Schrijver Maynard James Keenan roept vaak apocalyptische visioenen op en wandelt daarbij graag langs beelden uit oude beschavingen, zoals de hiërogliefen van de Egyptenaren. Die dan weer worden versnipperd met sciencefiction-utopieën en pseudoreligies. Fans van Tool breken zich het hoofd over verborgen boodschappen. Er zijn zelfs fan-fora die zich buigen over de letter in de titel van het nummer H uit 1997. Volgens sommige fans staat de H voor halfvol, volgens anderen voor halfleeg, en volgens zanger Keenan zelf heeft de letter iets te maken met de naam van zijn eigen zoon, die Devo H. Keenan heet.

Door de een worden ze afgedaan als wartaal, maar anderen zien de teksten als verlichtend en zelfs zingevend. Als je zoekt in de commentaren onder clips van Tool op bijvoorbeeld YouTube dan kom je ontroerende getuigenissen tegen. ‘Zonder Tool had ik een einde aan mijn leven gemaakt’, en meer van dat soort schokkende hartenkreten.

De aanhang heeft dus haast kerkelijke trekjes. Dat was ook te merken bij de recente tournee van de band (heel eigenwijs: een paar maanden vóór in plaats van ná een grote albumrelease) en bijvoorbeeld het concert in de Ziggo Dome in Amsterdam, in juni dit jaar. Het concert was in een paar minuten uitverkocht. Heel bijzonder: de band werd met open mond aangestaard en niemand die het waagde een telefoon de lucht in te steken – omdat Tool daar zelf om had gevraagd.

Tool speelde een verpletterende show waarbij weer dat vreemde Tool-mechanisme in werking trad: alles leek een diepe betekenis te hebben. De muziek én de verbluffende geprojecteerde beelden van nietige mensen dolend in een onmetelijk universum leken zingevend te zijn, maar dan op een soort fatalistische manier. Alsof Tool wilde vertellen dat het helemaal niet erg is om die tunnel in te lopen die leidt naar het grote niets.

Als dan in Berlijn eindelijk de cd (een naamloos kopietje) in de speler wordt geschoven en zes Europese journalisten, enkele vertegenwoordigers van het platenlabel en een paar mensen uit de detailhandel, de eerste noten van openingsnummer Fear Inoculum te verwerken krijgen, dan komt ook direct weer dat zelfde, ongrijpbare Tool-gevoel opzetten. Tool bouwt rustig een mystiek sfeertje op, met Tibetaanse bellen, een hakkebord en drie lange lijnen op zo te horen een cello. 

Vanuit die muzikale wonderwereld komt de onmiskenbare stem van Maynard James Keenan aanzeilen: zoals vaker op de plaat opkomend vanuit het niets, dankzij een zwieper aan de volumeknop van zijn microfoon. De bovenliggende, zoekende gitaarlijn – die nét geen riff genoemd mag worden – krijgt antwoord van de bas van Justin Chancellor en van drummer Danny Carey. De van Tool bekende tegendraadse ritmen worden ingezet, waardoor je als luisteraar ouderwets op het verkeerde been wordt gezet: ‘Hé, hier ontbreekt toch nog een maatstreepje?’

Op 18 Juni 2019 speelde Tool voor het eerst sinds 2007 weer in Nederland in een uitverkochte Ziggo Dome. Op de foto zanger Maynard James Keenan. Beeld Ben Houdijk

Uniek Tool-geluid

De opbouw in het tweede nummer Pneuma is ook al zo beheerst. Het Tool-geluid is altijd uniek geweest en niet met een andere band te vergelijken – ook daarom heeft Tool altijd zo’n trouwe aanhang gehad: er viel gewoon niet uit te wijken naar een ander bandje. In Pneuma hoor je geen metal. Ook geen progressieve rock. Je hoort Tool. En dus weer zo’n ingenieuze riff vol moeilijke ritmes, die pas na een paar minuten echt vorm krijgt als een scheurende, tweede gitaarlijn zich meldt en samen met de slaggitaar een soort woordloos refrein aanheft.

In de track Invincible word je gegrepen door de stem van Keenan. Wat zingt die man toch fantastisch mooi, zweverig en zacht maar op een gekke manier ook erg dwingend. De schreeuwstand zet hij niet meer aan, zoals op de voorgaande platen. Het maakt het nieuwe werk van Tool nog wat etherischer. De tekst is net zo beheerst als de rock in het nummer, en subtiel introspectief. Keenan zingt hier duidelijk over vergankelijkheid en het verstrijken van de tijd. En zijn rol in de wereld. ‘Warrior, struggling to remain relevant’, zingt hij. En dan deze prachtige tekst: ‘I can taste mythical fountains. False hope, perhaps. But the truth never got in my way. Before now, feel the sting. Feeling time bearing down.’ 

Tool is niet kort van stof. De nummers duren allen minstens tien minuten en moeten worden ondergaan als in een trip. Na drie tracks ben je lichtelijk uitgeput. En dat moeten de musici ook zijn geweest: uit alles blijkt dat de bandleden onbeschrijflijk veel plezier hebben gehad  in het maken van de nieuwe plaat. De nummers klinken soms als enthousiaste jams in de studio, waarbij de gitaar, de bas en de drums om elkaar heen kronkelen en op zoek gaan naar wat meer solide riffs.

Als die komen, en vooral als ze bij elkaar worden gehouden door die bezwerende zang van Keenan, dan is Tool magisch. Het nadeel van deze aanpak: de opbouw van de lange songs is vaak wat vergelijkbaar. Halverwege het lied krijgen de instrumenten de ruimte, en wordt de sound zwaarder en soms toch bijna metal-achtig. Om daarna te ontaarden in een finale waarbij Keenan weer het slotwoord voert. Echte refreinen ontbreken, ook dat is typisch Tool. Je mist ze, of je houdt juist om die reden van deze band.

Na een kort ruststuk zet Tool zich aan het tweede deel van het werkstuk. In Descending zingt Keenan wat geëxalteerder, de emotie loopt op. Weer wordt een inventieve riff van gitaar en bas langzaam opgebouwd en daarna steen voor steen weer afgebroken. Maar ook drummer Danny Carey leeft zich uit in onnavolgbare breaks: wat een geweldige drumpartijen horen we hier.

Net als in 7empest trouwens, dat na een paar keer aandachtig luisteren kan worden bestempeld als een van de hoogtepunten van de plaat. In de eerste minuten zijn de gitaren ruimtelijk en sferisch, maar toch rocken ze hier toch als Tool uit de beginjaren. Het is classic Tool dus, en mondt uiteindelijk ook weer uit in uitgesponnen jam-werk. Wie denkt dat Tool daarna soepel terugkeert naar die harde riff uit het begin van het nummer, heeft het mis: Tool is nooit echt behaagziek geweest en de eigenwijsheid is juist een van de sterkste verkoopargumenten van de band. Wil je die begin-riff nog een keer horen? Zet het nummer maar weer vanaf het begin op.

Het Laatste Oordeel: Wie had gehoopt dat Tool na dertien jaar nog eens een geheel nieuwe weg zou inslaan, die komt bedrogen uit. Fear Inoculum gaat door op het kronkelende pad dat Tool met Undertow al was ingeslagen. Maar het vijfde album is wel een ultieme Tool-plaat, omdat al het mooie van de band aan elkaar is geklonken en hier en daar zelfs beter dan ooit klinkt, als een beheerste ontlading. 

De stem van Keenan en de poëtische teksten zijn erg aangrijpend, de gitaren van Adam Jones soms hemels mooi, de drumstukken van Danny Carey indrukwekkend op het krachtpatserige af. Die ene, laatste Tool-plaat die alle vorige overbodig maakt? Nee, natuurlijk niet. Wel een daverend goed Tool-album, dat vermoedelijk na iedere luisterbeurt vaster aan het hart gaat kleven.

Satan zij dank

De band Tool werd opgericht in 1990 in Los Angeles, Californie. Tool kwam op in vroege grunge-jaren, maar bleek toch een eigenwijze tak aan de grunge-boom. Tool probeerde de boosheid en neerslachtigheid van de grunge in stilistische en progressieve rock en metal te vatten, en de band kreeg vanaf de debuutplaat Undertow dan ook veel fans die vanuit de heavy metal eens naar die grunge gingen loeren. Tool werd zeker na de platen Aenema (1996) en Lateralus (2001) op een voetstuk geplaatst, door fans, critici én collega-musici. De band won drie prestigieuze Grammy Awards. Bij de uitreiking van de Grammy’s in 2002 baarde drummer Danny Carey opzien door Satan én zijn ouders te bedanken in zijn speech.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden