Review

Het verzet tegen de dood is Canetti's levenskracht

Canetti's doodshaat heeft postuum geleid tot een monumentaal werk.

Elias Canetti in 1975. Beeld Hollandse Hoogte

Ernstig en humoristisch zijn de teksten die hij over een periode van vijftig jaar schreef tegen de dood.

'Vandaag heb ik besloten mijn gedachten tegen de dood te noteren zoals het toeval ze mij aangeeft', noteert Elias Canetti (1905-1994) op 15 februari 1942, 'zonder enige samenhang en zonder ze aan een tiranniek plan te onderwerpen.'

We schrijven wel vaker ideeën in ons dagboek, maar dit voornemen heeft de Nobelprijswinnaar een verbluffende 52 jaar lang volgehouden. Het boek tegen de dood is een verzameling veelvormige teksten, op chronologische volgorde gesorteerd, opgetekend vanuit een diep gevoelde haat tegen de dood. Een haat die begon bij de plotselinge dood van zijn vader, werd gevoed door het overlijden van zijn moeder, en die zijn pen uit droop nadat hij voor de nazi's was gevlucht.

De laatste notitie schrijft hij vlak voor hij er zelf ook aan moet geloven.

'Doodsvijand', noemt Canetti zichzelf. Wie de driehonderd pagina's doorploegt, begrijpt dat dit niet zo pretentieus is als het klinkt. Zijn haat is oprecht en nooit aflatend, even aanmatigend als nederig, even humoristisch als ernstig: 'Hij verstopte zich onder zijn bed om niet te hoeven sterven, hij had zoveel over het sterfbed gehoord.'

De aantekeningen zouden ooit moeten leiden tot Canetti's grote boek tegen de dood, door de schrijver van klassiekers Massa en macht en Het martyrium als zijn enige ware beschouwd, maar hij kon zich er niet toe zetten de eerste zin te formuleren. Het waren zijn erven die uit de enorme nalatenschap een selectie hebben gemaakt. Twee jaar na de Duitse publicatie verschijnt het in de privé-domeinreeks.

Al is de ongestructureerdheid van het project juist de essentie ervan ('Alleen in zijn verspreide en tegenstrijdige zinnen is de mens in staat zichzelf bijeen te halen'), je kunt de notities in categorieën opdelen: aforismen, parabels, ontroerende dagboekfragmenten, citaten uit mythologische boeken of filosofische werken. Veel teksten keren zich tegen religie, die de dood probeert te aanvaarden via beloften van onsterfelijkheid, en tegen de verwoestende oorlog. Want Canetti's doodshaat gaat niet zozeer over zijn eigen einde, het is een volledige afwijzing. Geen enkele dood is terecht, zelfs niet die van zijn grootste vijand.

Die motivatie maakt van Het boek tegen de dood een monumentaal project, meer dan een vrijblijvend taalspelletje of filosofische onanie: het verzet tegen de dood is Canetti's levenskracht. Hij haat de dood dus hij bestaat, schrijft hij ergens. Soms wankelt hij, zoals bij de geboorte van zijn kind, dan voelt hij zich mild worden. Maar altijd pakt hij zich weer bij elkaar.

Door zo obsessief in zijn verzet te zijn, maakt hij de dood wel alleen maar belangrijker. Iets waar Canetti zich van bewust is, al in 1946: 'Ik begrijp niet hoe ik zo kan leven.' Hij ploegt door in de wetenschap dat hij niet één mens uit de klauwen van Magere Hein zal kunnen redden. De dood antwoordt niet op zijn partizanenstrijd, sterker nog, hij komt de dissident pas laat halen. In zijn besef van de tandeloosheid van zijn project is hij dus een existentialist - al is hij het niet eens met Sartre, die het nutteloos vindt om in opstand te komen. Canetti's inspanningen zijn ijdel, maar als hij stopt, als hij de dood zou aanvaarden, zou hij gelijk staan aan een moordenaar. Hij heeft zichzelf in de tang, maar een zelfverkozen tang.

Zoals hij aan zichzelf schreef:

'Kun je eindelijk ophouden met schrijven, laten we zeggen als dit boek af is?

Ik kan het niet. Ik zal het niet kunnen.

Dan zul je nooit vrede sluiten met de dood. Nooit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.