Het verleden onder ogen komen is niet altijd makkelijk

Het is niet altijd makkelijk om het verleden onder ogen te komen - zeker niet voor de camera.

Turend over de Donau, vanuit een toren van de citadel van Belgrado, mijmerde Job Cohen over zijn voorvaderen: 'Zouden ze dit ook gezien hebben? Je weet het niet. Maar het idee is mooi.'

Een mooi idee, inderdaad, hoe gezapig ook, dat ten grondslag ligt aan Verborgen Verleden: de sensatie dat je, staand op de stenen waar je betovergrootouders rondliepen, de geschiedenis kan voelen, en dichterbij je bloedverwanten komt, door simpelweg hetzelfde uitzicht te hebben. Overal waar de Cohens en de Belinfantes, de andere tak van de familie, kwamen, werden ze weggejaagd. Van Spanje naar Lissabon naar Belgrado naar Amsterdam naar Bergen-Belsen. Waarom Belgrado, vroeg Job Cohen in een synagoge. Waarop een historica dubieus antwoordde: 'You are a real Jew. You know how to ask questions.'

Het verleden onder ogen komen is niet altijd makkelijk, zeker voor Cohen niet. Zijn grootvader Hendrik Cohen was in de Tweede Wereldoorlog voorzitter van de Joodse Raad, een door de nazi's samengesteld comité dat de Joodse gemeenschap moest besturen en ook moest helpen met de deportaties.

Dat Hendrik Cohen zelf ook in een concentratiekamp belandde, waar hij uiteindelijk stierf, leverde daar wat leedvermaak op, vertelde een historicus. 'Zie je wel! Hij ook.'

Een ander duister verleden dat de betrokkenen liever verborgen hadden gehouden, werd opgerakeld in Andere Tijden. Terug naar 1962, toen voor het eerst een ontgroeningsschandaal landelijk nieuws werd.

'En nu gaan we Dachautje spelen', had een lid van het Amsterdamse corps geroepen naar de feuten die naakt en kaalgeschoren op een zolder van de sociëteit zaten. 'Alle Joden naar voren.' Een feut op de eerste rij zou geprotesteerd hebben: 'Mijn vader is in Dachau gestorven.' Een andere feut stopte; bij zo'n club wilde hij niet horen. Zijn vader stuurde een ingezonden brief naar de Nieuwe Rotterdamsche Courant - de eerste barstjes in het gesloten bastion van het corps.

De dader durfde het verleden niet onder ogen te komen, althans niet op camera. Hij schaamde zich nog altijd diep, vertelde een bevriend lid. Het was 'de macht van het ritueel en de traditie', zei de toenmalige rector, waardoor een 'subcultuur zo ver kon afdwalen van normen van de gemeenschap'.

De timing van Andere Tijden was weer eens onberispelijk, nu de kranten zich gretig vullen met verontwaardiging over overlastgevende dispuutshuizen, Vindicaters die een Groningse sushitent op stelten zetten, ontgroeningsincidenten en seksisme bij het corps. Tot minder aanmeldingen leidt al die negatieve publiciteit niet. Vindicat had dit jaar een recordaantal feuten. Ook daar is een historisch precedent voor: Job Cohen liet zich niet afschrikken door de Dachau-rel in 1962 of de fatale roetkapaffaire in Utrecht in 1965 en sloot zich in 1966 aan bij Vindicat.

Hoe meer ophef, hoe leuker het misschien wel wordt, lullootje spelen binnen gesloten muren. Zolang je eigen rol in dat verleden maar verborgen blijft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden