Het verhaal van Siroe, re di Persia is niet heel bijzonder, de muziek en het decor zijn schitterend

Opera - Siroe re di Persia (Nederlandse reisopera)

De werkelijk voorbeeldige bezetting in Siroe, re di Persia voorziet de hoogoplopende emoties van rake noten en vocale hoogstandjes. Naar deze opera ga je niet voor een sluitend verhaal, wel voor de muziek en het schitterende decor.

Juan Sancho als koning Cosroe in Siroe, re di Persia. Foto Nienke Elenbaas

De personages in de opera Siroe, re di Persia zijn vrijwel allemaal even dom bezig. Hun handelingen worden gestuurd door onbeteugelde wraakzucht, eerzucht, vergeefse liefde en paranoia, en zelfs de nobele prins Siroe, die van dat alles de dupe is, volhardt in nietsdoen en besluiteloosheid. Dat is allemaal de schuld van Pietro Trapassi, beter bekend als Metastasio, de belangrijkste librettosmid van het baroktijdperk, voor wie hoog oplopende emotie belangrijker was dan sluitende plots of psychologische portrettering.

Voor het verhaal hoef je dus niet naar de jongste productie van de Nederlandse Reisopera. Wel voor de enscenering (de eerste in Nederland) en vooral voor de muziek. Die is geschreven door Johann Adolph Hasse, een wat jongere tijdgenoot van Bach en Händel, en voegt aan de hoogoplopende emoties vele rake noten en vlammende vocale hoogstandjes toe.

Siroe, re di Persia (****)
Opera
Van Johann Adolph Hasse, door de Nederlandse Reisopera o.l.v. Jakob Peters-Messer en George Petrou.
26/1, Wilminktheater, Enschede.
Herh.: Amsterdam (29/1), Leeuwarden (1), Utrecht (4), Zwolle (8), Amstelveen (17), Den Haag (21) en Maastricht (24/2).

De Reisopera heeft een werkelijk voorbeeldige bezetting samengesteld, met de kranige tenor Juan Sancho als de achterdochtige koning Cosroe, countertenor Nicholas Tamagna als de brave zoon Siroe, de jonge stersopraan Rachel Kelly als de achterbakse broer Medarse. De Griekse sopraan Myrsini Margariti geeft 's konings minnares Laodice gloedvol gestalte, Hagar Sharvit, geliefde van Siroe en tevens aartsvijandin van diens vader, loopt verkleed als man rond, en Nazan Fikret heeft misschien wel de hoogste noten als de raadsman Arasse, de enige verstandige persoon van de opera. Dat er zoveel mannenrollen door vrouwen of counters worden gezongen, komt doordat castraatzangers in de 18de eeuw nog een heel belangrijke rol speelden in de operawereld.

De zangers krijgen van het Orkest van het Oosten, dat zich even als barokorkest heeft vermomd, een lichte en vlotte begeleiding, waarin alleen de hoorns detoneren met een te luide en niet-mengende klank. De Griekse dirigent George Petrou heeft Siroe al eerder gedirigeerd. Hij kent het werk als zijn broekzak en weet hoe hij het moet laten wervelen. Hij heeft een eigen continuo-groepje meegebracht, dat de recitatieven tussen de aria's van een fraai rinkelende en ruisende begeleiding voorziet.

Die aria's, waarin de handeling tot stilstand komt en de zanger zijn of haar gemoed uitstort, stellen regisseur Jakob Peters-Messer wel voor een probleem. Het laten opdraven van vier dansers ter verlevendiging is een van de oplossingen, die niet altijd even goed werkt, omdat het dan te druk wordt.

Spannender zijn de dingen die met het decor gebeuren. Dat bestaat uit twee met prachtige oosterse motieven versierde lijsten, waarvan de achterste flink beschadigd is. Daar doorheen krijgen we doorkijkjes op door oorlogsgeweld veroorzaakte puinhopen, compleet met langsvliegende bommenwerpers en raketten, die van tijd tot tijd weer verdwijnen achter schermen met schitterende barokinterieurs en oogstrelende projecties. Of we het nu moeten opvatten als verwijzing naar het huidige Midden-Oosten of naar de onderhuidse strijd in het verhaal, het ziet er in elk geval schitterend uit.

Net als de componist spaart de regisseur zijn kruit tot in de tweede helft. Daar, in de ontknoping, laat hij de zangers hun virtuoos rondrazende coloraturen begeleiden met gebaren die duidelijk maken hoe verstrikt ze zitten in hun eigen denkwereld. Mooi is ook hoe Siroe aan het eind onverwacht door iedereen in de steek wordt gelaten, waarmee er toch weer een vraagteken geplaatst wordt achter de goede afloop. Wat daarna volgt, verdient nog enige aanpassing, om te voorkomen dat de laatste noten verdrinken in het applaus van het publiek.

Johann Adolph Hasse, een vergeten grootheid

In de 18de eeuw vierde Hasse grote triomfen, maar zijn werk werd pas onlangs herontdekt.

Waarom de ongeveer zeventig opera's van Johann Adolph Hasse nooit meer te horen zijn, is eigenlijk een raadsel. Hasse (1699-1783), een van de stercomponisten van zijn tijd, werd geboren in Duitsland, maar trok toen hij in de twintig was naar Italië, waar hij grote triomfen vierde. Later werkte hij ook in Dresden en Wenen, en kwam hij in aanraking met tal van befaamde vorsten en grote zangers, onder wie de sopraan Faustina Bordoni, met wie hij in 1730 trouwde.

Hasses opera Siroe beleefde zijn première in 1733 in het Teatro Malvezzi in Bologna, maar werd in 1763 ingrijpend bewerkt voor een heropvoering in Dresden. Net als de andere opera's van de componist raakte Siroe in vergetelheid; hij werd pas in 2008 voor het eerst weer op de planken gebracht. Het werk is drie jaar geleden ook op cd verschenen bij Decca.