Het verhaal van de vrouw in dertien stemmen Female Factory is de muzikale vertaling van 49 jaar mensenrechten

Uit het succesvolle theaterconcert Niet Gesnoeid werd Female Factory geboren. Dit keer recruteerden Adelheid Roosen en Leoni Jansen zangeressen uit Zuid-Afrika, Schotland, Texas, Californië, Suriname, Bulgarije, Oezbekistan en Brazilië om de verschillen in cultuur te vieren....

MET DE Bulgaarse zangeres Janka Rupkina kan men een buitengewoon levendig en interessant gesprek voeren. Ook al spreekt de oprichtster van het befaamde Trio Bulgarka louter Bulgaars en verstaat haar gesprekspartner daar geen woord van. Er rolt een niet te stuiten golf van volzinnen uit haar mond, ondersteund door een brede grijns en onverhoede knuffelpartijen. Dan haalt ze een verfrommeld briefje tevoorschijn, dat het hele verhaal schijnt samen te vatten. Ze leest het plechtig voor: 'Ik hou van zingen en help graag mensen. Ik wil altijd recht hebben op vrijheid tot het einde.' Dan produceert zij een Bulgaars jodelachtig geluid ter afsluiting van het komische toneelstukje voor een dame en een heer.

Niemand in de studio op een vervelend bedrijfsterrein in Amsterdam-West is de Bulgaarse taal machtig. Toch lijkt die vrouw van middelbare leeftijd, die gekleed gaat in een schitterend afzichtelijk roze trainingspak en witte laarzen, daar niet onder te lijden. Ze begrijpt namelijk alles wat er werkelijk toe doet, want in de Female Factory wordt de taal van de muziek gesproken.

Een paar jaar geleden trommelden Adelheid Roosen en Leoni Jansen een groep vrouwen bij elkaar voor het theater-concert Niet Gesnoeid. Met Female Factory gaat het tweetal een fors aantal stappen verder. Dertien vrouwen, afkomstig uit Zuid-Afrika, Schotland, de Verenigde Staten, Suriname, Bulgarije, Oezbekistan, Brazilië, Zuid-Holland en de Achterhoek maken een tournee van drie weken om het verhaal van de vrouw te zingen, en de verschillen in cultuur te vieren.

Het laatste concert wordt gegeven in Carré in Amsterdam op 10 december, de dag waarop 49 jaar geleden de ondertekening plaatsvond van het Verdrag van de Rechten van de Mens. Adelheid Roosen droomt er nu al van om 'de hele kermis' volgend jaar met een ander concert nog eens stevig over te doen als de halve eeuw van het verdrag wordt herdacht.

De multi-etnische Female Factory heeft een ideologische achtergrond, die muzikaal wordt vertaald. Traditionele roots en hedendaagse popmuziek, Westerse en niet-Westerse muziek worden vermengd in een 'etno-crossover'. Met deze beginselverklaring in de hand hebben de organisatoren met succes aangeklopt voor financiële ondersteuning bij instanties als Human Rights Watch. Toch kan Roosen het zich goed voorstellen dat die vrouw die de hele dag achter de naaimachine zit om de kleding van de dames in orde te maken niet constant met idealen bezig is. Ook Roosen en Jansen zelf richtten zich na maanden faxen, bellen en schrijven naar de diverse continenten vooral op praktisch resultaat. Nu het hele gezelschap dan echt bij elkaar is, komt dat gelukzalige gevoel weer boven dat voor hen verder gaat dan emancipatie en feminisme.

Het politiek bewustzijn van de deelnemende zangeressen verschilt sterk. Yulduz Usmanova uit Oezbekistan, die geregeld 200 duizend bezoekers trekt met haar concerten in Centraal-Azië, kende tot voor kort een televisie- en radioverbod vanwege haar opruiende repertoire. Janka Rupkina loopt in haar eigen land in vele demonstraties mee en gebruikt haar bekendheid voor politiek engagement. Anderen, zoals de Schotse Annie Grace en de Amerikaanse Rocq-E Harrell stralen vooral het imago van 'de sterke vrouw' uit, waardoor ze ook perfect binnen het project passen.

In de repetitieruimte bestaat geen enkel onderscheid tussen de drie Surinaamse backing vocals en Rosie Flores, de countryster uit Texas met rockabilly-strik in het haar. Of tussen Annie Grace, die de doedelzak als een rockinstrument kan laten klinken, en Janka Rupkina, die te horen is op cd's van Kate Bush. De dames moeten meer zijn dan alleen zangeres, ze maken deel uit van een collectief. Ze moeten volgens Leoni Jansen, die de muzikale leiding heeft, 'troopers' zijn.

Toch zal één zangeres onbedoeld extra aandacht opeisen: Tshala Muana uit Congo Kinshasa. Zij maakte Nelson Mandela eens blij met een speciaal optreden en was dé hit van het World Roots Festival 1996. Als zij een van haar solo's wil repeteren wordt zij door Adelheid Roosen aangekondigd als 'de grote zangeres uit Zaïre'. Muana maakt direct duidelijk dat het de Democratische Republiek Congo moet zijn.

Vanwaar die gevoeligheid? 'Ik doe niet echt aan politiek, maar de politiek volgt mij wel. Als ik de naam Zaïre gebruik, wordt dat ongetwijfeld politiek uitgelegd als kritiek op de nieuwe leider Kabila. Het is niet zo dat ik wél achter hem sta, want er is na het verdwijnen van Mobutu nog niets veranderd.

'Ik ben 15 jaar geleden naar Parijs gekomen, maar ga elk jaar naar huis om op te treden en mijn familie te zien. Ik moet een beetje oppassen. In mijn muziek noem ik geen namen. Maar als je over armoede vertelt, en zingt dat men te weinig rekening houdt met 'le petit peuple' dan wordt dat door foute machthebbers al gauw als bedreigend politiek materiaal beschouwd.'

Het Female Factory-concert, dat wordt begeleid door een internationale (mannen)band, is opgedeeld in verschillende thema's, zoals de activiteiten aan het begin van de dag, feest, jacht, rouwen, en eten aan het eind van de dag. Dan gaat het over lichamelijk en geestelijk voedsel. Tussen de bedrijven door geeft Roosen een korte toelichting die zij 'meisjesgeluiden' noemt.

Om niet uit de pas te lopen door 'een beetje à la Penny de Jager nuffig te lopen mutsen met benen en armen' heeft Roosen een paar danslessen genomen bij een Afrikaanse choreograaf. Er ging een wereld voor haar open toen zij merkte dat achter elke dansbeweging een traditionele handeling schuil gaat, die telkens in één zinnetje kan worden samengebald. Zoals 'pick it from the tree, put it in the basket' en natuurlijk 'rock the baby'.

Die band met de natuur komt ook duidelijk naar voren in een van de liedjes van de Braziliaanse Lilian Vieira. Zij woont al acht jaar in Nederland, dus zingt ze vol overtuiging een samba over Amsterdam. Maar deze explosie wordt voorafgegaan door een lieflijk introvert nummer waarin het bewerken van de grond wordt vergeleken met het bedrijven van de liefde: als de aarde geil is, dan moet je zaaien.

Female Factory, 26 november in Hoofddorp (De Meerse), 27 november in Amersfoort (de Flint), 29 en 30 november in Gouda (Schouwburg), 2 december in Arnhem (Schouwburg), 3 december in Rotterdam (Luxor Theater), 4 december in Breda (Chassé Theater), 6 t/m 10 december in Amsterdam (Carré).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden