Het verhaal geeft de doorslag

Een selectie maken van de beroemdste gebouwen van Nederland is geen sinecure. Architectuurliefhebber Theo van Oeffelt heeft het gedaan. Maar wat is mooi, wat is belangrijk?...

Het Paleis op de Dam of de Dom of de Deltawerken misschien, maar niet de Calvarieberg. Wie denkt aan de beroemdste bouwwerken van Nederland denkt niet direct aan een berg in Jeruzalem. Logisch.

Toch is de berg waar Jezus werd gekruisigd wel opgenomen in het boek De 75 beroemdste gebouwen van Nederland. Niet de echte, maar een namaakversie uit 1911.

In de bossen nabij Nijmegen in de Heilig Land Stichting doemt de witstenen rots van Golgotha op als een surrealistisch fata morgana. Met op de metershoge berg Het Kruis en even verderop, op dezelfde afstand van de berg als in Jeruzalem, het Heilige Graf van Christus. ‘Nu is er niemand, maar bijvoorbeeld op Goede Vrijdag’, zegt Theo van Oeffelt (54), auteur van het boek, ‘staat het hier vol met mensen.’ Op pelgrimstocht in eigen land.

‘Het emancipatoire aspect van de Heilig Land Stichting is heel interessant. De katholieken waren begin vorige eeuw in de minderheid; als pelgrimsoord heeft het in de loop van de tijd invloed gehad op honderdduizenden katholieken.’

Behalve de berg bestaat de Heilig Land Stichting uit een pastorie, een pelgrimsoord, de door geldgebrek nooit afgebouwde Heilig Hartbasiliek en het huidige Museum Orientalis waar dorpjes als Nazareth zijn nagebouwd.

De berg, vertelt Van Oeffelt, is het werk van de bouwlustige kapelaan Arnold Suys, architect Jan Stuyt (oud-medewerker van Cuypers) en kunstenaar Piet Gerrits die elkaar hadden ontmoet tijdens de Eerste Pelgrimstocht in 1905 naar het Beloofde Land, het oude Palestina. ‘Zie je die ronde steen, die laat het graf half open. Dat is een bewuste keus van Piet Gerrits als verwijzing naar de Verrijzenis.’

Van Oeffelt, architectuurliefhebber en communicatieadviseur van huis uit, houdt van dit soort weetjes, staat zijn boek ook vol mee. Dat hij devotiepark de Heilig Land Stichting, heeft opgenomen heeft drie redenen. Dat moest ook wel, drie, want één reden zou niet genoeg geweest zijn; anders zou zijn lijstje beroemde bouwwerken veel te lang worden ‘Elke keuze vóór een bepaald bouwwerk, betekende pijn aan de anderen die niet mee konden.’

Gebouwen staan erin: de Sint Jan, Zonnestraal, het hoofdkantoor van Gasunie, maar ook in algemenere zin de grachtengordel of de Zuidas. Verder: infrastructurele projecten. Usual suspects als de Molens van Kinderdijk en de Deltawerken maar ook opvallender projecten als de geluidswal langs de A2 en het drukste verkeersknooppunt van het land, het Prins Clausplein. ‘Ik ben overal geweest. Soms meerdere keren.’

Minstens 250 bouwwerken telde zijn longlist aanvankelijk. ‘Het eerste wat ik heb gedaan is met mijn dochter naar Madurodam. Om inspiratie op te doen.’ Uiteindelijk ging hij in zijn eigen black box te rade, zijn hoofd, en sprak hij met mensen als Liesbeth van der Pol, de Rijksbouwmeester, met Fons Asselbergs, oud-Rijksadviseur voor Cultureel Erfgoed, Jord den Hollander, architect en filmmaker.

Wat vonden zij dat erin moest? Het Rijksmuseum of het Teylersmuseum, het oudste gemaal, de Cruquius aan de rand van de Haarlemmermeerpolder of toch het grootste gemaal van Nederland, Wouda bij Lemmer? ‘Er kwam hoe langer hoe meer bij.’

Na drie maanden verzamelen begon dus de moeilijkste klus: het Grote Selecteren. Om de boel een beetje in het gareel te houden, bedacht Van Oeffelt acht thema’s: wonen, werken, verdediging, infrastructuur, religie, bestuur, cultuur en nutsvoorzieningen. Wat is mooi, wat is belangrijk, welk bouwwerk vertelt een mooi verhaal? Vooral dat laatste gaf vaak de doorslag.

‘Het Evoluon heeft het om die reden niet gehaald. Het is wel een mooi gebouw, maar te eenmalig, te zeer een folly, en het heeft altijd een educatieve functie gehad, weinig geschiedenis.’

Het moest breder worden dan een architectuurgids. Die bestaan er al genoeg. ‘Het is eigenlijk een geschiedenisboek van Nederland aan de hand van 75 bouwwerken.’ Onlangs werd het bekroond met Lintje van de Boekverkoper voor het beste non-fictie boek, vanwege de toegankelijkheid.

Waarom het er precies 75 zijn geworden heeft geen inhoudelijke redenen. ‘Nee, het is niet zo dat er in Nederland maar 75 bouwwerken telt die voor de titel beroemd in aanmerking komen. Het had te maken met het format en het aantal pagina’s dat de uitgever in zijn hoofd had.’

Helemaal ontkomen aan klassiekers als het Paleis op de Dam of het Binnenhof, kon Van Oeffelt natuurlijk niet. Maar er zitten ook verrassende keuzes bij, zoals: de Blauwestad in Noordoost-Groningen, de Leidsche Rijn, of het Hollandse rijtjeshuis.

‘Daarvan hebben we er toch drieënhalf miljoen in Nederland staan, van de zeven miljoen huizen in totaal. En in het buitenland zijn we er heel beroemd mee geworden.’

Heel typerend voor Nederland is bovendien het sociaal-democratische karakter van het rijtjeshuis, vindt Van Oeffelt. ‘Het is nooit ontworpen door een architect, en of je het nu modern en strak inricht, of helemaal volzet met Ikea of grenen meubelen van Oosterhout – dat maakt niet uit. En het functioneert na al die jaren nog altijd heel goed. ‘Het rijtjeshuis is in de loop van de jaren wel veranderd: vroeger lag de keuken achter, en de woonkamer aan de straatkant, goed voor de sociale controle. Tegenwoordig zie je dat het woonkamer naar de achterkant verplaatst is als een tuinkamer, en de keuken aan de straatkant.’

Afvallers waren er gaandeweg ook: Artis, het Teylers Museum in Haarlem, de pier van Scheveningen, de Rotterdamse Kuip, bioscoop Tuschinski. Een van de toevoegingen op het allerlaatste moment was de Noord-Zuidlijn, ten koste van de Zuid-Willemsvaart tussen Maastricht en Den Bosch. ‘Ik heb lang getwijfeld over de metro. Het was heel lang zo’n ongewis project, maar nu ben ik toch blij dat het erin staat. Als die lijn straks klaar is, dan is het in de wereld zo’n ongekend project: in zo’n ondergrond tussen de palen door.’

Uiteindelijk met hier en daar wat smokkelwerk heeft Van Oeffelt toch zo’n honderd bouwwerken een plek weten te geven. Naar geografische verdeling of verdeling naar bouwperiode of stijl heeft hij niet gekeken.

Daardoor misschien, zitten er hier en daar wat hiaten: Almere komt er bekaaid af, en de jarenzestig- en zeventigbouw. Van Oeffelt: ‘Hoog Catharijne, ja, dat heeft wel een tijdje op mijn lijstje gestaan, maar uiteindelijk heeft het het niet gehaald. Het gaat helemaal op de schop dus wat moet je er dan mee?’

Zijn eigen favoriet? ‘Zonnestraal.’ Ook weer om meerdere redenen. Het verhaal van het Sanatorium, dat door toedoen van de vakbeweging van Diamantbewerkers die aan tbc leden is opgericht. Het architectuurverhaal van Jan Duiker die het voor de tijdelijkheid bouwde, als een schip in de heide. En het verhaal van het zieltogend bestaan in de jaren tachtig en de uiteindelijke redding en restauratie.’

Of zijn visie op Nederland door dit boek is veranderd? ‘Nee dat niet, maar ik ben er gaandeweg wel van doordrongen geraakt dat Nederland een bouwtraditie heeft, meer dan een ontwerperstraditie. De rol van de architect is eigenlijk pas iets van na 1901 toen de Woningwet werd ingesteld. Toen pas werd de architectuur dominanter, met Berlage en Rietveld.

‘We bouwden op bouwplaatsen en al doende werden bouwwerken neergezet die zeer functioneel waren. Neem de radiotelescopen van Dwingeloo, dat is niet ontworpen door architecten, maar gemaakt door technici. Onze astronomen zijn wereldberoemd. Daarom vond ik dat het in het boek thuishoorde.’

En precies dat gevoel had hij ook bij de Heilig Land Stichting. Van Oeffelt staat voor de Cenakelkerk, die nu in de steigers staat, een katholieke kerk die net zo goed door kan voor een moskee. ‘De Heilig Land Stichting is de enige plek in Nederland waar je zo’n mix vindt van oosterse en westerse bouwkunst. De torens zijn minaretten. En je ziet de invloed van het Nieuwe Bouwen. Het is de enige kerk in Nederland die witgepleisterd is: baksteen mocht niet meer.’

Binnen in de kerk zijn de oosterse invloeden zichtbaar: overal decoratieve motieven en mozaïeken, de koepels zien eruit als sterrenhemels. Achter het altaar de mooiste: het Visioen van de Wederopstanding, vermengd met herinneringen uit het Nieuwe Jeruzalem: een reeks engelen zwevend boven palmbomen en de zee.

Huzarenstukje, en tevens derde reden van opname in het boek, is de koepel, de eerste die de beroemde Nederlandse ingenieur Jan Gerko Wiebenga bouwde van gewapend beton; voordien werden koepels gemetseld en dan gepleisterd, nu dus een schaaldak uit een stuk. ‘Voor die tijd zeer ingenieus.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden