Het verdriet van de engelen

Verhaal dat de werkelijkheid overstijgt

Waarom moet er zoveel sneeuw vallen, wat kan de zin daarvan zijn?, denkt Jens de postbode in de roman Het verdriet van de engelen van de IJslandse schrijver Jón Kalman Stefánsson (1963). Of is het de jongen die hem vergezelt die zich dit afvraagt? Of klinkt hier de stem van een alwetende verteller?

Ook in zijn vorige roman Hemel en hel die het afgelopen jaar in Nederlandse vertaling verscheen, was de verteller meerstemmig. In de proloog van beide romans, die de eerste zelfstandig te lezen delen vormen van een trilogie, spreekt een 'we' in poëtische bewoordingen tot ons: 'We hebben een lange weg afgelegd, langer dan wie ook voor ons, onze ogen zijn als regendruppels, vol van hemel, heldere luchten en het niets.'

Stefánsson begon als dichter, maar brak internationaal door met zijn romans. Voor Het verdriet van de engelen kreeg hij de Per Olov Enquist prijs en inmiddels is zijn werk in meer dan tien talen vertaald. De dichter in hem komt ook in zijn romans bovendrijven, het gaat hem meer om de taal dan om het verhaal.

De tocht die de twee hoofdpersonen - de grote sterke postbode Jens en de naamloze jongen - ondernemen, ergens aan het begin van de 20ste eeuw in een afgelegen streek van IJsland, heeft veel weg van een droom. Of een nachtmerrie. Als in trance dragen de verschillende vertellerstemmen je mee door een eindeloze sneeuwstorm. Het doel van de reis is het bezorgen van post, maar de tocht is voor Jens vooral een boetedoening en voor de jongen een initiatierite. De laatste stelt onbevangen vragen, maar heeft de verlokkingen van het leven al wel gevoeld.

Jens is zwijgzaam, terwijl de jongen gelooft dat 'woorden het zevende wereldwonder zijn'. Dat levert soms droogkomische situaties op. De ongenaakbare natuur is een personage op zichzelf. En passant toont Stefánsson de armoede en verlatenheid van de kleine boerenfamilies die de twee onderweg aandoen om op krachten te komen. Bij één gezin blijkt de vrouw des huizes dood te zijn, zij was de schim die hen naar de boerderij leidde. Juist zij zal hun lot bezegelen als ze haar in een kist met zich meenemen om haar naar gewijde grond te brengen.

In lyrische, meanderende zinnen verweeft Stefánsson deze kleine geschiedenissen tot een groter verhaal, dat de werkelijkheid overstijgt. 'Verraad je de doden door verder te leven?' 'Wie beslist of we leven of sterven, in de sneeuw bevriezen?'

De levensvragen en filosofische gedachten uit deze sprookjesachtige roman echoën nog lang na, terwijl de sneeuwvlokken 'als het verdriet van de engelen' onophoudelijk neerdwarrelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden