Het valt niet mee om niemand te zijn

Zie dan nog maar, al glibberend over gevulde condooms, en met het bronstige gehijg en gepomp dat uit het struikgewas opklinkt - daar waar voorheen het vredige gekwinkeleer van de eeuwige vogels te horen was, ten hoogste ondersteund door de rustieke beat van een nijvere specht -, je gedachten te bepalen over hoe het goede, schone en ware zo authentiek mogelijk te dienen.

'Tot pure afwezigheid was ik niet in staat', stelt Wekeman: 'Het valt niet mee om op je eentje niemand te zijn. Zelfs om niemand te zijn had ik de erkenning van iemand nodig. Iemand, een god, een mens of een geest van welke aard ook, moest mijn niemandschap bevestigen. Maar omdat er zo niemand was, bleef ik iemand. Dat was de bron van mijn ellende. (. . .) De kunst om niemand te zijn is verloren gegaan.'

Dát heeft-ie dan tenminste nog kunnen denken, nadat hij uit het bos weer thuis is gekomen. Daaraan voorafgaand heeft Yves Petry (1967) in zijn geestige en wrange estafetteroman De laatste woorden van Leo Wekeman getoond dat in de hedendaagse wereld van voortdurend verschuivende seksuele identiteiten, en van het journalistieke rollenspel (drie interviewers doen of zij de president van Amerika ondervragen, terwijl de personificatie van de macht, die er in werkelijkheid veel fletser en banaler uitziet dan op het 'ware' scherm, zijn ingestudeerde replieken opzegt) iedereen krampachtig de schijn ophoudt te weten wie hij is.

Al in zijn eerste twee boeken, Het jaar van de man (1999) en Gods eigen muziek (2001), bewees Petry een begaafd stilist te zijn, die zijn protagonisten liet worstelen met een onwerelds verlangen zich te laten sturen door een hogere stem. In die romans liepen Helm Steen en Rijker West op tegen een muur van onbegrip en banaliteit.

De derde roman herneemt deze thematiek,en Petry slaagt er dit keer in de gekte waartoe ook Leo Wekeman zich laat drijven, subtieler te laten contrasteren met die van zijn omgeving. Zo'n ondergang als van Wekeman zou je meer mensen toewensen. Weliswaar kom je alleen te staan, maar in die met verbaal en fysiek geweld veroverde stilte wordt je wellicht de schaarse luxe van een inzicht geschonken.

In het boek geeft Wekeman het vertellersstokje door aan zijn voormalige vriendin Eva Winner, aan zijn hypocriete gescheiden chef op de krant Karel Schurmans (voor zijn tweede boek kende Petry zichzelf de Vlaamse 'Karel Schuurmansprijs' toe), aan de jonge beeldschone sterverslaggever Xavier Kingston, om uiteindelijk de laatste woorden van het boek zelf voor zijn rekening te nemen. Deze rondgang geeft de schrijver de mogelijkheid de carrousel van de moderne relaties te tekenen, plus het haantjesgedrag op de burelen van een krant (De Stem) die een progressief imago heeft hoog te houden. Met zwier, jolijt, een plastiek die er niet om liegt en gedachten die de cultureel-correcte welvoeglijkheid tarten, weet Petry toch knap de tragiek van Wekeman stap voor stap in te kleuren.

'Twee homo's bij elkaar, dat was in feite net zo jongensachtig eenvoudig als iemand die het met zichzelf doet. Eén pot vlees. Maar een man en een vrouw, dat was vlees tegen vlees. Die twee werden niet zo maar één.' Dat is geen gevecht tegen de moraal, maar eentje 'met de natuurwetten zelf!' Wekemans vrouw Eva is er na vijf jaar vandoor gegaan, hij zit tussen de diepvriespizza's, sigaretten en drank te malen, en als 'Amerika-deskundige' moet hij de klap incasseren dat die stralende Kingston de president mag interviewen. Hij is zichzelf niet meer, en moet tot overmaat van ramp erkennen dat hij misschien wel verliefd is op die kosmopolitische alleskunner. Als troostprijs laat chef Schurmans de gekwelde Wekeman enkele geniepige 'tussenvraagjes' opstellen, waarmee Kingston ten overstaan van de president zijn voordeel kan doen. De lepe Wekeman laat Kingston de dag ervoor bij hem thuis komen, en giet hem vol met whisky waarin hij een paar slaapmiddelcapsules heeft gestopt.

Die is even buiten westen. Zodat Leo toch in eigen persoon de hoge gast tegemoet kan treden. Het wordt een rendez-vous zo desastreus dat het zijn onmiddellijke ontslag betekent.

Maar als het zover is, gaan onze duimen inmiddels omhoog voor de man die zichzelf wanhopig uit de chaos katapulteert. De rollen die Eva, Karel en Xavier spelen, allen op de vlucht voor een duurzame relatie en niet bij machte de klucht te staken, maken hen aanmerkelijk minder benijdenswaardig.

'Jouw persoon bestaat in feite niet. Dat moet je leren begrijpen, nu het nog kan. Daarin ligt je onsterfelijkheid. De mate waarin je na je persoonlijke dood zal voortbestaan, is recht evenredig met de mate waarin je tijdens je persoonlijke leven bent opgehouden te bestaan. Zo probeerde ik mijn verlatenheid te verlichten: door haar te laten aansluiten bij een verlatenheid op universele schaal.' In die stille leegte, 'zonder de taal van de liefde', komt Eva tenslotte bij hem terug. Hun band is dan van een teder niets. Vreemd als het klinken mag: zo'n band lijkt hier een kostbaar goed. Als je niet niemand kunt zijn, is het niet niks wanneer je met niets samen herbegint. Misschien is niets, in een tijd die mensen dwingt vooral maar iets of iemand te zijn, dan wel gelijk aan alles. Als de stilte in een bos niet meer te vinden is, moet je die in je innerlijk zoeken en van daaruit laten opwellen.

Het is een prestatie, dat Yves Petry dergelijke overwegingen opwekt met een boek dat zo gemakkelijk had kunnen blijven steken in een contemporaine, satirische zedenschets. Hier spreekt een schrijver met een eigen Stem.

Yves Petry: De laatste woorden van Leo Wekeman.
De Bezige Bij; 256 pagina's; euro 18,50.
ISBN 90 234 1250 8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden