Review

Het unieke geluid van Jan Cremer moeten we koesteren

Boek (fictie) - Jan Cremer

Het unieke geluid van Jan Cremer moeten we koesteren. Uit de nalatenschap van zijn bijzondere ouders heeft hij flitsende verhalen gedistilleerd.

Jan Cremer senior (links) op de nieuw aan te leggen weg van Graz naar de Hongaarse grens, 1937.

Een gevaarlijke avonturier en oorlogscorrespondent van twee meter tien, die de halve wereld over had gereisd voordat hij stierf in Enschede, toen zijn zoon 2 jaar was. Dat schreef Jan Cremer lang geleden over zijn vader Jan Cremer senior, te weten in hoofdstuk 2 van Ik Jan Cremer (1964), het opzienbarende debuut van een schrijver die liever niet reflecteert maar dóét, en wiens stijl dan ook onwaarschijnlijk direct is.

Reizen maken wilde de jonge Jan, wiens moeder Rósza een trotse Hongaarse danseres was met een al even uitgesproken temperament, schilderijen maken, verhalen schrijven, heette het in hoofdstuk 847 van de te weinig gelezen trilogie De Hunnen (1983), want zijn plaats was niet in een dampige textielfabriek, 'met een goor interlockhemd aan, badend in zweet, katoenvlokken in mijn haren vastgeplakt, wachtend op de fluit van half zes'.

Fictie

Jan Cremer

Odyssee - Fernweh

De Bezige Bij; 272 pagina's; euro 19,99.

Wegwezen hier, de grenzen over, reizen maken, de vlucht vooruit, vastroesten als schrikbeeld: dat kenmerkt de figuur en de stijl van Cremer, wiens zeegezichten uit recente jaren dan ook nooit een kabbelend oppervlak tonen maar woeste schuimkoppen. Mijmeren en terugkijken, dat is meer iets voor anderen.

Maar dan.

Aan het begin van deze eeuw overlijdt moeder. En dan pas kan zoon Jan, als hij in de nalatenschap kostbaar materiaal heeft aangetroffen, werk maken van de reconstructie van de levens van zijn ongewone ouders, waar hij in de loop der jaren herhaaldelijk mee blijkt te zijn begonnen.

Hij doet er nauwgezet verslag van in Fernweh, het eerste deel uit de nieuwe cyclus genaamd Odyssee, en ook van de tegenslag bij dit project: een huis waarin papieren van zijn vader zouden liggen, is met de grond gelijk gemaakt, en veel foto's die zijn vader op verre reizen van naakte vrouwen heeft gemaakt, zijn door zijn moeder rigoureus vernietigd.

Sterke verhalen

Begrijpelijk misschien. Moeder voelde zich in de val gelopen toen haar eind jaren dertig als jonge meid in Boedapest het hof werd gemaakt door een fietsende heer in driedelig pak die al tegen de 60 liep maar wiens veroveringszucht nog niet was geblust - en ze door zijn toedoen in het onromantische Enschede terechtkwam en, na de dood van de bereisde elektromonteur en verslaggever in december 1942, ook nog in bittere armoede.

Zoals in Ik Jan Cremer veel sterke verhalen leken te wijzen op een rijke fantasie, zo heeft het er in dit eerste Odyssee-deel veel van weg dat zowat alles, verdomd, nog waar is geweest ook - al blijven er verhalen over die we nooit zullen kunnen controleren. Over zijn moeder: 'Nooit ook heeft zij vermoed dat het grote broodmes waarmee ze tot in de jaren zestig nog dagelijks het brood sneed, door mij uit een dode soldaat was getrokken.' Goeie streken hoef je niet af te leren.

Jan met zijn moeder, Enschede, 1942. Beeld Jan Cremer sr

In 1926 moet Cremer met spoed uit het Zwitserse Neuchâtel overkomen, want de carrousel op een landbouwtentoonstelling werkt niet. Paniek bij de organisatie. Vader neemt de trein naar Enschede, en tekent daar op de achterkant van het bierviltje het circuit zoals het zou moeten. Het werkt, en de carrousel is het hoogtepunt van de expositie.

Dat deed me denken aan zoon Jan, die begin jaren zeventig in Siberië na een snelle blik in een eskimo-nederzetting een paar bruikbare adviezen verstrekte over het steviger bouwen van een iglo. Als dank mocht hij toen met Miss Poolnacht trouwen.

In Odyssee zit Jan weer op de praatstoel, vertelt wel eens iets dubbel, zoals mensen op de praatstoel plegen te doen, en licht ook soms iets toe wat geen toelichting behoeft (Istanboel, 'de stad aan de Bosporus'), maar daar gaan we niet over mekkeren. Bovendien weten we van wie de zoon het vaderlijk doceren heeft geërfd.

Uniek geluid

Waar het om gaat, is hoe zijn vader kabels liet aanleggen in de Arabische woestijn, of in 1937 op de fiets tot in de Syrische stad Palmyra geraakte, of in diezelfde tijd vanuit Bakoe verslag deed van een vrouwencongres waar 'neer met de sluier' werd gescandeerd.

Of hoe Jan junior op zijn derde met zijn moeder kolen ging jatten, en wat hij tussen neus en lippen meedeelt over een timmerman die lijkkisten maakt: 'Zijn zoontje vertelde dat er 's avonds lijken werden langsgebracht die zijn vader met mokers passend maakte, of een paar keer van de trap gooide. Hij wilde ons wel laten zien hoe je een arm moest breken.'

Die flitsende verhalen zorgen ervoor dat de schrijver niet door weemoed of andersoortige sentimenten kan worden bevangen. Dit is het verhaal van Jan & Rósza die Ik Jan mogelijk maakten.

76 is hij nu. Geef je hem niet. Uniek geluid. Koesteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.