Het ultieme Franse glijlied

De muziek en de tv-commercial: het is de bedoeling dat ze elkaar versterken, maar soms ontstijgt het liedje de reclame....

Koen Schouten

Geilromantische nummers, ze worden overal en in alle talen gemaakt. Elk land kent wel een ultiem glijlied van eigen bodem. Daar kun je mooie lijstjes van maken. Maar op wereldniveau is er één land dat met kop en schouders boven de rest uitsteekt: Frankrijk.

Wanneer Fransen eenmaal gaan dwepen, kan de rest naar huis. Dat komt niet alleen door de taal. Het is de instrumentatie waar vaak voor wordt gekozen, het gevoel voor prettig sentimentele melodielijnen en de slepende timing die veel chansonniers hebben. En natuurlijk het geheime ingrediënt: een zeker je ne sais quoi.

De beste zwoele chansons zijn gemaakt in de jaren zestig en zeventig. Uit die tijd stamt de overbekende nummer één: het hijgerige Je t’aime, moi non plus van Serge Gainsbourg met Jane Birkin. Bij dat lied ligt de geilheid er erg dik bovenop. Zeker zo mooi zijn de nummers waarin de broeierigheid onderhuids is. Une belle histoire van Michel Fugain is er zo een. Het is in 1972 ook in Nederland een grote hit geweest en zal daarom bij een bepaalde generatie zeker nostalgische gevoelens oproepen. Het nummer is momenteel, helaas slechts voor korte tijd, veel op televisie. Het klinkt in de reclame ter gelegenheid van het samensmelten van Wanadoo en Orange, waarin twee pinguïns te zien zijn op romantische plekjes. Life’s better together, is de slogan.

Het nummer begint meteen lekker, met een raspend kampvuurgitaartje en dito akkoorden. Dan is er de heldere, melancholische stem van Fugain: C’est un beau roman, c’est une belle histoire, C’est une romance d’aujourd'hui. Il rentrait chez lui, là-haut vers le brouillard, Elle descendait dans le midi, le midi. Hij wordt begeleid door een engelachtig koortje met mineurklanken. Tussen zijn zinnen door friemelt een sappig orgeltje: een essentieel element in dergelijke nummers. Hoorns, trombones en trompetten zetten accenten neer en geven de muziek daarmee iets symfonisch meeslepends zonder bombastisch te zijn. Dat er geen drums bij zitten, helpt daarbij. Het feest is compleet als gemengde achtergrondzangers eveneens accenten toevoegen. ‘Pabedabe dadaah’, zingen zij. En ‘tieptwiededu dieeeaaah’. Meesterlijk.

De groep van Fugain heette Le Big Bazar en bevatte ook dansers. De leden werkten op een communeachtige manier samen en iedereen verdiende hetzelfde. Optredens waren totaalspektakels. In 1976 stopte de samenwerking en werkte de zanger nog een paar jaar op dezelfde manier met zijn Compagnie Michel Fugain. Daarna ging hij definitief solo. Fugain is nu 64 en treedt nog steeds veel op, voor een publiek van jong tot oud. Une Belle Histoire behoort tot zijn grootste succesnummers. En terecht. Zo subtiel geil worden ze niet meer gemaakt, meneer.

Koen Schouten

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden