FilmrecensieAllen tegen allen

Het uiterst zorgvuldig gemaakte ‘Allen tegen allen’ laat zien dat we fascisme niet moeten onderschatten ★★★★☆

De geschiedenis van fascisme in Nederland is mateloos fascinerend.

De Bezem. Het Zwart Front. Het Verbond van Actualisten. Het Revolutionair Fascistisch Eenheidsfront. De Oranje Fascisten. Nederland kende tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog tientallen fascistische en nationaalsocialistische bewegingen, waarvan de meeste allang vergeten zijn. In schoolboeken wordt doorgaans alleen de NSB genoemd, de partij die na jaren van fusies en ruzies als grootste uit de bus kwam.

Documentairemaker Luuk Bouwman (Het nieuwe westen, Dick Verdult – Het is waar maar niet hier) verdiepte zich voor zijn film Allen tegen allen in de geschiedenis van het vroege Nederlandse fascisme. Dat deed hij grondig. Bouwman sprak met tal van historici, dook de archieven in (waar hij onder meer een interviewserie vond met oud-fascistenleiders), bezocht verzamelaars van fascistische relikwieën en ging in het Nederlandse landschap op zoek naar de resten van fascistisch erfgoed.

Zo filmt Bouwman op een bungalowpark in Lunteren, waar Poolse seizoenarbeiders uitkijken op de ‘muur van Mussert’, het NSB-complex waar grote partijbijeenkomsten plaatsvonden. De 10 meter hoge muur, na lang gesteggel inmiddels aangewezen als rijksmonument, is half overwoekerd door de natuur. Toch maakt het bouwwerk indruk, precies zoals het NSB-leider Anton Mussert voor ogen stond.

Bouwmans uitgangspunt is simpel. Hij wil het vooroorlogse fascisme in kaart brengen en stelt daarbij de vraag wat een fascist is. Dat doet hij met een open blik, net als de meeste onderzoekers die hij in zijn film aan het woord laat. Allen tegen allen is op de eerste plaats een historisch document. Dat is ook meer dan genoeg, want de geschiedenis die Bouwman opdiept, is mateloos fascinerend.

De documentaire laat zien hoe de fascistische bewegingen, ondanks onderlinge verschillen, dezelfde retoriek hanteerden. De belangrijkste overeenkomst lijkt hun strijdkreet dat Nederland ‘kapotgemaakt’ was en rijp voor een nieuwe orde; woorden als verrotting, verkankering, moeras en chaos doken in alle geschriften en toespraken op. Politici deugden niet en richtten het mooie Nederland te gronde.

Daartegenover stelden de fascisten een weinig concrete ideologie, die voornamelijk anti-politiek was. Van het fascisme is nooit een onomstreden definitie geweest, laat Allen tegen allen zien. De partijen bestreden de gevestigde orde, maar als het zo uitkwam ook elkaar. Daarbij was er een duidelijke hang naar geweld, meestal in bedekte termen geuit, waardoor leiders hun handen ervan konden aftrekken als hun volgelingen zich misdroegen.

Interessant is ook Bouwmans zoektocht naar de beweegredenen van de fascistische mens. Hij haalt filosoof-socioloog Theodor W. Adorno aan, die stelde dat een deel van de mensheid een onbewuste drang heeft naar onheil en rampspoed. Dat verklaart het succes van negatieve slogans en fantasieën over (burger)oorlog en het einde van de wereld.

Ook al gingen ze vaak aan onderlinge ruzies ten onder en waren veel van hun leiders incompetent, we moeten fascistische bewegingen niet onderschatten, vond Adorno. Bouwman levert daar met zijn intrigerende, uiterst zorgvuldig gemaakte film een bijdrage aan.

Allen tegen allen

Documentaire

★★★★☆

Regie Luuk Bouwman.

104 min., in 21 zalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden