Reportage Trippenhuis

Het Trippenhuis in Amsterdam is gerenoveerd en dat was geen makkelijk klus

Het Trippenhuis in Amsterdam is gerenoveerd. Met fluwelen handschoenen is geprobeerd de monumentale kolos toegankelijker te maken. Was het iedere dag maar geopend voor publiek.

De nieuwe ontvangstruimte. Beeld Hilde Harshagen

Die imponerende gevel met hoge Korintische zuilen van Bentheimer zandsteen is even roetgrijs als altijd, maar daarachter is bijna alles anders in het Trippenhuis in Amsterdam. De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) die hier sinds 1812 zetelt, heeft de vijf aaneengesloten grachtenpanden die samen het onderkomen van het instituut vormen, grondig op de schop genomen.

‘De Akademie vormt het hart van de wetenschap en kunst – met het Genootschap, de Akademie van Kunsten en De Jonge Akademie’, zegt KNAW-directeur Mieke Zaanen. Die missie moest zichtbaarder worden met de forse architectonische ingreep, waaraan jaren is gewerkt. Omdat het een hoogmonumentale omgeving betreft, was de renovatie een precisieoperatie waarbij alles dat oud is, streng werd afgeschermd. ‘In het Trippenhuis is zelfs het leggen van een elektriciteitskabeltje een hoofdpijndossier.’

Voor de KNAW werken 1.900 mensen, waarvan 150 in het Trippenhuiscomplex. Achter de vijf – zeer diverse – gevels is het druk met symposia en theatervoorstellingen, onderzoek, colloquia en internationale uitwisselingsprojecten. Zo is de KNAW een officieel adviesorgaan van de regering en omvat ze sinds 2014 ook de Akademie van Kunsten. Daarnaast logeren in het complex steeds twaalf gastwetenschappers die aan hun onderzoek schrijven.

Het hoofdpand van de KNAW aan de Kloveniersburgwal is tussen 1660 en 1662 gebouwd door de zakenbroers Trip. Dankzij hun handel in ‘in wapenen, geschut, cogels & amonitie van oorloge’ behoorden de Trippen tot de superrijken van de Gouden Eeuw. Hun vader is geschilderd door Rembrandt, hun eigen konterfeitsels zijn vereeuwigd door Ferdinand Bol, die nog altijd in de Rembrandtzaal hangen.

Het totale ensemble van het KNAW, vlnr. de nummers 23, 25, 27, 29 en 31, nr 29 is dus het Trippenhuis.

Architect Uri Gilad van Office Winhov wijst op de statige voorzijde van het Trippenhuis – de enige van de vijf panden waaraan hij niet mocht sleutelen. In formaat en architectonisch vertoon is er in Nederland nauwelijks een equivalent te vinden van dit burgerpaleis. Het is een dubbel woonhuis met een imponerende gevel in de stijl van het Hollands classicisme. Het ademt in alles dat de opdrachtgevers hun status en macht rijkelijk aan de stad wilden tonen.

‘De opdeling in zeven verticale traveeën, door middel van acht pilasters over de hele hoogte van het pand, de hang naar symmetrie in de plattegronden van beide woonhuizen: in alles zie je dat de proporties en detaillering veel aandacht kregen’, zegt Gilad. En alles heeft betekenis. Tot en met de schoorstenen die zijn gemodelleerd naar mortierlopen, een verwijzing naar de kanonnenhandel van de Trips. ‘Als je iets aan dit complex toevoegt, moet je als architect natuurlijk niet letterlijk de oude details kopiëren. Je moet op zoek gaan naar hoe je dat spel van proporties en vormverwijzingen kunt spiegelen op een hedendaags interieur.’

Gilads opdracht was om meerdere reden een ingewikkelde puzzel. ‘Het was een doolhof van aan elkaar geknoopte grachtenpanden’, zegt Zaanen. Zelfs medewerkers verdwaalden in de sluip-door-kruip-doorgangetjes. ‘De verbouwing moest ruimtelijke oriëntatie bieden. En het complex moest een eenheid vormen.’ Bovendien moest worden afgerekend met weerbarstige betonnen constructies uit de jaren tachtig die delen van de Akademie een crematoriumachtige uitstraling gaven.

De belangrijkste ingreep is de sloop van de vloer tussen het souterrain en de beletage in het grachtenhuis naast het Trippenhuis. Dat pand vormt de entree tot het congres- en theaterdeel, uitmondend in de Tinbergenzaal. Deze volledig vernieuwde zaal staat midden in het grachtenblok, onzichtbaar vanaf de straat, maar kent een levendige programmering en is het voor het publiek toegankelijkste deel van de KNAW.

‘Wetenschap heeft natuurlijk de naam dat ze niet altijd makkelijk toegankelijk is voor een breed publiek’, zegt directeur Zaanen, ‘met deze renovatie willen we die drempel verlagen. Letterlijk.’

Het oude gedeelte van het Trippenhuis. Beeld Hilde Harshagen

Die toegankelijkheid krijg architectonisch vooral vorm in de opeenvolging van verschillende ruimten die leiden van de straat naar de theaterzaal. Architect Gilad bekleedde de ontvangstruimte, het café en de lounge tot en met de Tinbergen-entree met terrazzowerk in de vloer, notenhouten lambriseringen en strak meubilair. Je kunt nu voor het eerst vanaf de straat veertig meter diep het pand in kijken.

Een domper voor de liefhebber is wel dat ook na deze verbouwing het moederschip, het Trippenhuis zelf, slechts mondjesmaat open is. De statige ruimten zijn dagelijks in gebruik door de Akademie. Alleen bij publieksbijeenkomsten of speciale rondleidingen kunnen nieuwsgierigen terecht in de Rembrandtzaal (waar ooit De Nachtwacht hing) of in de Akademiebibliotheek, waar Einstein nog heeft gesproken.

En dus kun je niet alle dagen die curieuze plafondschilderingen zien waarop schattige engeltjes geweren en kanonslopen knuffelen. De broers schaamden zich niet voor hun bron van rijkdom. Sterker nog, ze zagen hun kanonnen als brengers van betere tijden. Ex bello pax, was hun motto: ‘uit oorlog komt vrede voort’.

Die martiale beeldentaal van het Trippen heeft een subtiel contrapunt gekregen in het pand ernaast. De onderpui is door architect Gilad voorzien van massief bronzen panelen, materiaal dat zelden wordt gebruikt als gevelbekleding. ‘Gegoten bij de eeuwenoude Nederlandse gieterij Koninklijke Eijsbouts, die normaal kerkklokken maakt. Maar daar is steeds minder werk in.’ Ten overvloede, het brons is, samen met gietijzer, natuurlijk ook het materiaal van kanonslopen, het oorlogstuig waaraan de stad Amsterdam een burgerpaleis dankt van een ongekende statuur.

Trippenhuis

‘D’Huijsinge der Heeren Trip’ is een 25 meter breed dubbel grachtenhuis in Amsterdam opgeleverd in 1662 naar ontwerp van architect Justus Vingboons voor de broers Louys en Hendrick Trip. De wapen- en ijzerertshandelaren bewoonden allebei de helft van wat de breedste en zwaarste woning van Amsterdam wordt genoemd. Het monument - dat eigendom is van het Rijksvastgoedbedrijf - bestaat uit twee vrijwel volledig symmetrische interieurs, gescheiden door een muur die recht voor de middelste van de zeven vensters stond. Om die muur te verhullen, was die middelste vensterlijn oorspronkelijk geblindeerd.

Het Trippenhuis is gebouwd in de stijl van het Hollandse classicisme, een stijlvorm ontleend aan de Italiaanse renaissance-architectuur van architecten als Andrea Palladio en Vincenzo Scamozzi. Ook het Mauritshuis (1644) en Paleis op de Dam (1665) behoren tot deze stroming.

Het huis is begin negentiende eeuw onderdak geworden van de Koninklijke Akademie van Wetenschap. Van 1814 tot 1885 deed een deel van het huis dienst als Rijksmuseum en hing Rembrandts Nachtwacht in een van de zalen. Het was met scharnieren aan de muur bevestigd, zodat je het donkere werk kon draaien naar het daglicht.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden