recensieklassiek

Het trio van de redelijk onbekende Sándor Veress is meesterlijk ★★★★☆

Veress en Bartók.

Veress en Bartók

★★★★☆

Klassiek

Vilde Frang e.a.

Alpha

Waarom kennen we de naam van Sándor Veress alleen maar uit de muziekgeschiedenisboekjes? Alleen al het begin van zijn strijktrio zet je meteen op het puntje van je stoel. Nou kan dat ook aan de musici liggen. Violist Vilde Frang, altist Lawrence Power en cellist Nicolas Altstaedt schoven tijdens het Oostenrijkse Lockenhaus Kammermusikfest bij elkaar aan voor dit bijzondere stuk uit 1954, dat deze registratie dubbel en dwars verdient.

De Hongaar Veress (1907-1992) hoort tot generatie tussen de vroeg- en de laatmodernen. Hij was een leerling van Bartók en Kodály, en op zijn beurt leermeester van Ligeti en Kurtág. In 1949 week hij uit naar Zwitserland. Dat alles verklaart misschien zijn geringe bekendheid.

Zijn trio is in een woord meesterlijk. Het bevat sporen atonaliteit, maar zweemt ook naar Beethoven. En wat een kleuren! Het tweede deel gaat zo’n beetje verder waar Bartók ophield. Veel spannende ritmiek, een spannende pizzicatopassage en verbazend vanzelfsprekend getik op de klankkast.

Voor het een halve eeuw eerder gecomponeerde pianokwintet van Bartók voegden Barnabás Kelemen, Katalin Kokas en Alexander Lonquich zich bij het ensemble. Het stuk past eigenlijk vrij slecht bij dat van Veress, want op zijn 24ste schreef Bartók nog tamelijk gezwollen hoogromantische muziek. Kwaliteit heeft het natuurlijk wel, maar het samenspel is lang niet zo hecht als in het trio.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden