Het tijdperk van de tegenwind

Robert Gordon gelooft dat de technologische vooruitgang in het niet valt bij al het onheil dat ons wacht.

In de afgelopen veertig jaar hebben de computer en de printer een einde gemaakt aan het eindeloos opnieuw overtikken van contracten, rekeningen, kopij en akten. De personal computer stelt ons in staat zonder hulp van een secretaresse teksten te produceren. Op de hoek van de straat kunnen we geld uit de muur trekken. We checken automatisch in en uit op station en luchthaven. De streepjescode verlicht het werk van de caissière en de boekhouder. De kaartenbakken, de woordenboeken en de encyclopedieën zijn uit de bibliotheken en kantoren verdwenen. En dan hebben we de bekroning van de derde industriële revolutie nog niet genoemd: het internet op computer, tablet en mobiele telefoon maakt informatie en communicatie altijd en overal beschikbaar.

Beeld © Bettmann / HH

Vierde industriële revolutie

Werk en leven zijn sinds de jaren zeventig dus enorm veranderd; oude beroepen zijn verdwenen en nieuwe ontstaan. Maar toch, toont de Amerikaanse economisch historicus Robert Gordon aan in zijn magnum opus The Rise and Fall of American Growth, stelt die derde industriële revolutie veel minder voor dan de transformatie die onze (over-)grootouders hebben meegemaakt tussen 1870 en 1970. Na die 'speciale eeuw' zwakte de stijging van de arbeidsproductiviteit en de economische groei af. Vergeleken met de periode 1920-1970 is de groei meer dan gehalveerd, met een historisch dieptepunt in de afgelopen tien jaar. En de op stapel staande vierde industriële revolutie, met zijn robots, zelfrijdende auto's en medische doorbraken, zal daarin geen verbetering brengen.

De technologische vernieuwingen van de komende decennia zullen het afleggen tegen de headwinds ('tegenwinden') die ons uit verschillende hoeken in het gezicht blazen. Allereerst leiden bevolkingskrimp en vergrijzing tot een afname van productie in de westerse wereld. Vervolgens zorgt de groeiende ongelijkheid voor stagnatie van de welvaart bij 99 procent van de bevolking. Ten derde remmen groeiende schuldenlast en belastingdruk de investeringen die stijging van de productiviteit tot stand moeten brengen. En ten slotte ziet Gordon een afnemende opbrengst van het onderwijs: steeds minder hoogopgeleiden vinden een baan op hun niveau, terwijl hun studieschuld als een molensteen om hun nek hangt.

Permanente obstakels

Gordon is al jaren verwikkeld in een polemiek met wat hij de 'techno-optimisten' noemt: zij die de huidige malaise als een tijdelijke dip zien in afwachting van een digitale kwantumsprong in groei, productiviteit en kwaliteit van leven. Dat debat wordt niet definitief beslist in Rise and Fall, maar iedereen die het boek heeft gelezen zal zijn visie op de toekomst moeten bijstellen. Het effect van de internetrevolutie van de jaren negentig op de economie was al in 2005 uitgewerkt. De tegenwind die de groei in de weg staat, neemt evenwel nog steeds in kracht toe. Voor die tamelijk permanente obstakels hebben de techno-optimisten geen oog.

Het meest overtuigend is zijn vergelijking tussen de tweede en de derde industriële revolutie. Die laatste steekt mager af tegen de unieke transformatie die de wereldbevolking in de 'speciale eeuw' tussen 1870 en 1970 heeft doorgemaakt. Ga maar na: in de keuken is er de laatste veertig jaar nauwelijks iets veranderd (op de magnetron na). En centrale verwarming, stromend water, elektrisch licht, televisie, een wasmachine en een auto voor de deur hadden we ook al. Vliegen naar Amerika kostte in de jaren zeventig niet meer tijd dan vandaag. En ook de gemiddelde leeftijd is niet spectaculair gestegen.

Vergelijk dat eens met de veranderingen die drie tot vier generaties geleden plaatsvonden als gevolg van uitvindingen als elektriciteit, de verbrandingsmotor, riolering, waterleiding en antibiotica. Voordien was het leven zwaar, kort en plaatsgebonden. De meerderheid van de bevolking woonde en werkte op het platteland. De actieradius werd bepaald door paard en wagen. Door kindersterfte, epidemieën en onveilige werkomstandigheden was de levensverwachting laag. De tweede industriële revolutie heeft in het leven een onomkeerbare gedaantewisseling tot stand gebracht. Niet alleen wat betreft groei van de welvaart, maar ook in de omstandigheden op het werk en in de huishouding. Vandaar dat vooruitgang voor ons de normale conditie is geworden. Maar zo normaal is die vooruitgang voor de komende generaties niet meer, wrijft Robert Gordon ons overtuigend in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden