Theater De Wijkjury

Het theaterpubliek te wit? De Wijkjury laat zien dat het ook anders kan

Een overleg van de Wijkjury in de Stadsschouwburg Amsterdam. Op de foto: jurylid Glenda. Beeld Hilde Harshagen

Theaterpubliek mag best diverser. Gelukkig is er de Wijkjury, met mensen die tot dusver niet in de schouwburg kwamen. Wat vinden zij van het huidige aanbod?

Ze heten Wandana, Sinem, Samira of Han. Ze komen uit Amsterdam-Oost, -West of de Jordaan, hebben wortels in Suriname, Marokko, Turkije, Egypte, of zijn gewoon geboren en getogen in Amsterdam-Noord. In leeftijd variëren ze van 20 tot 67 jaar. Het enige dat ze – tot voor kort – met elkaar gemeen hadden, is dat ze nog nooit een voet in het theater hadden gezet. Ja, als kind misschien ooit naar een schoolvoorstelling en later een keer naar een musical, maar het gesubsidieerde toneel? Nee. De stadsschouwburg? Nooit vanbinnen gezien. Tot ze in de Amsterdamse Wijkjury terechtkwamen.

‘Ik dacht altijd: theater is voor rijke mensen’, zegt de van oorsprong Surinaamse Sophia A-Tjak-Hiwat. ‘En kijk: nu ben ik er kind aan huis.’

A-Tjak-Hiwat, door de leden liefkozend ‘Mama Sophia’ genoemd, geeft samen met de Marokkaans-Nederlandse Najat Kaddour leiding aan de jury, die in 2009 door theatermaker Adelheid Roosen werd opgericht. De Wijkjury bestaat uit zeventien niet-professionele toeschouwers met verschillende culturele achtergronden – van de Surinaamse Wandana Jiawan (31) tot de Nederlandse slager Han van de Kolk (58). Leden worden via via benaderd – zo werkt Han in de Marokkaanse slagerij van de vader van Najat – en mogen twee seizoenen meedoen. Samen bezoeken ze per seizoen zo’n vijftien voorstellingen, uit dat aanbod kiezen ze een favoriet. Die mag spelen op het Nederlands Theaterfestival, dat in september de beste voorstellingen van het jaar toont. Daarmee is de Wijkjury een belangrijke aanvulling op de festivaljury, bestaande uit critici, schouwburgdirecteuren en programmeurs.

Aan het begin van het Wijkjuryseizoen selecteren Najat en Sophia de voorstellingen. Najat: ‘We kiezen heel breed, van klassiek repertoire tot nieuwe stukken en van teksttoneel tot mime. Vaak zoek ik iets dat een lijntje heeft met de actualiteit. Plus: we hebben een gemêleerde jury, dus we selecteren ook voorstellingen met een gemengde cast of producties die bijvoorbeeld over migratie, samenleven of racisme gaan.’ Dit jaar omvat hun selectie onder meer de lichtvoetige autobiografische solo Ja van Nasrdin Dchar, naast het highbrow metatheater van Milo Rau bij het Vlaamse gezelschap NTGent.

Overleg van de wijkjury in Amsterdam. Beeld Hilde Harshagen

Doel van de Wijkjury is allereerst om de kijk van de (volledig witte) vakjury te verrijken met een bredere blik op het theaterveld. Soms is er overlap, maar de laatste drie jaar (en ook dit jaar, zie inzet) koos de Wijkjury een productie die niet door de vakjury werd geselecteerd, zoals de Surinaamse muziektheatervoorstelling Woiski vs. Woiski vorig jaar. 

Gunstig bijeffect van de jury is daarnaast dat een nieuw publiek zijn weg naar het theater vindt. Zie je op een avond in de schouwburg plots een grote groep bezoekers van diverse afkomst, op afspraak eensgezind gehuld in zwart en rood (de kleuren van Amsterdam) dan weet je: de Wijkjury is er. Na de voorstelling gaat de groep vaak nog even met de acteurs op de foto. Han: ‘Een beetje gekkigheid, dat hoort er ook bij.’

De juryleden delen hun bevindingen op juryvergaderingen. Op 15 januari, in de ‘wijkwerkplaats’ van Adelheid+Zina in Slotermeer, worden twee voorstellingen besproken: De moraalridder van toneelgroep Echo en Laatste paar dagen van Esther Scheldwacht en Kees Hulst. Het gesprek vindt plaats onder leiding van student theaterwetenschappen Jaïr Buisman. Terwijl er dadels en cake over tafel gaan, wordt er door de juryleden geanimeerd gepraat – over leven, werk, griepjes, kinderen. Herhaaldelijk moeten Najat en Sophia gespeeld streng optreden – ‘even centraal, alstublieft!’ – zodat Jaïr ertussen kan komen.

Als eerste geeft hij jurylid Herma van der Sande (67) het woord, een montere zestiger met een golvende grijze kuif. Herma legt uit waarover De moraalridder gaat. Het is een discussie tussen twee vrouwen, waarbij de een geldt als ‘moraalridder’, die alles goed doet – niet vliegen, geen vlees eten – en een ander die daar lak aan heeft. Maar Herma was er niet erg over te spreken, zegt ze. ‘Het had een heel ruzieachtige sfeer.’ Sophia stemt daarmee in: ‘Het was kut dit, kut dat.’

Manou Dezhan (55) is naast Han de enige andere man in de jury. Hij draagt zijn halflange zwarte haar in een knotje en heeft een modieuze bril met een breed zwart montuur op. ‘Mag ik?’, vraagt hij beleefd, en vult Herma dan bescheiden aan: ‘Het was een kritiek op de dubbele standaard in de maatschappij, dacht ik. Dat je het een zegt en het ander doet. Je eet geen vlees, maar draagt wel leer.’

Nu ontstaat aan tafel een geestdriftig gesprek over wie in de groep vegetariër is en waarom, en hoeveel langer het duurt om een stukje vlees te verteren dan een beetje groente. Sophia: ‘Lieve mensen, even centraal!’

Enthousiaster is het gezelschap over Laatste paar dagen. In die voorstelling, geschreven door actrice Esther Scheldwacht, speelt zijzelf een verpleegkundige die verliefd wordt op een oudere, stervende patiënt, gespeeld door acteur Kees Hulst. Zij maakt zijn laatste dagen aangenamer, en hij geeft haar hernieuwde levenslust. 

Jurylid Ellen Staalberg (57), een statige verschijning met lang grijsbruin haar tot haar middel: ‘Ethisch mag dat natuurlijk niet, maar ze zijn het contact toch aangegaan en toen kroop ze ook bij hem in bed. En de volgende dag is hij overleden. Kort samengevat.’

Gespreksleider Jaïr vraagt aan Han hoe hij de relatie tussen die twee mensen zou omschrijven. Enthousiast steekt die van wal. ‘Nou, die man was dus helemaal alleen, ja, alleen zijn hondje nog, maar daar paste de buurvrouw op. En die man stond overal een beetje negatief in, maar die verpleegster trok hem weer uit zijn dalletje.’

Een overleg van de Wijkjury in Amsterdam. Beeld Hilde Harshagen

Han vond het een ‘heel mooi stuk’, besluit hij. ‘Ik zat er helemaal in. Het duurde anderhalf uur, maar het leek of het in vijf minuten voorbij was.’ Licht blozend: ‘Ik heb bijna een traan gelaten, toch wel.’

Jaïr: ‘Hoe kwam dat?’

Han: ‘Door de liefde die ze uitstraalden. En later hoorde ik dat die acteurs ook in het echt verliefd zijn. Je merkte dat niet, maar het zat er wel in.’

Manou: ‘Mag ik? Op het einde van de voorstelling hadden ze kritiek op het zorgsysteem. Dat er meer liefde nodig is. Dat vond ik mooi.’

Nu delen de juryleden persoonlijke ervaringen in de zorg. Sophia vertelt een ontroerend verhaal over de fysiotherapeut die haar als kind liefdevol verzorgde en een vriendin voor het leven werd, tot Sophia zelf aan haar sterfbed zat. Daar is iedereen even stil van.

Dan zegt Han: ‘De dood is wel de realiteit in het leven, maar het is mooi dat je dan met liefde gaat.’

Ellen: ‘En niet eenzaam en alleen.’

Han: ‘Nee, niet eenzaam en alleen.’

Wijkjurylid Sarina aan het woord, met haar college Samira aan haar rechterkant. Beeld Hilde Harshagen

Kunnen ze de voorstelling in één woord omschrijven? ‘Confronterend’, klinkt het. ‘Liefde.’ ‘Moedig.’ ‘Warm.’ ‘Aandacht.’ En: ‘Leven.’ Han: ‘En respect, dat zat er ook in.’

Half april is er weer een bespreking, van drie stukken dit keer; de laatste voordat de jury half mei haar keuze maakt. Vandaag komt de groep samen in de medewerkerskantine van de stadsschouwburg, met Turks brood, druiven en spekkoek. Een andere theaterstudent, Eva van Bosheide, leidt nu het gesprek. ‘Iedereen, doe maar even je ogen dicht en denk terug aan de voorstelling. Wat zag je toen je binnenkwam? Wat was het eerste dat je dacht? Zijn er specifieke beelden en geluiden die je zijn bijgebleven?’

De voorstelling George en Eran worden racisten heeft in de groep het meest losgemaakt, blijkt vandaag. In deze productie brengen vier acteurs de golfslag van het Nederlandse racismedebat in kaart, snoeihard en onverzoenlijk. Zo gebruiken ze doelbewust het woord ‘neger’, en stellen provocatief dat ‘negers’ op de onderste trede in de maatschappelijke hiërarchie staan. Onaangenaam, vond Sophia dat. ‘Ik had steeds de neiging de zaal uit te lopen. Het was heel hard, ik was soms echt beledigd. Maar dat was ook de bedoeling, besef ik achteraf.’

De wijkjury bespreekt voorstelling. Op de foto: de hand van Roedelchef Sophia en de rug van jurylid Han. Beeld Hilde Harshagen

De Surinaams-Nederlandse Sahrina Wong (36) is deze avond veel aan het woord, maar aarzelt nu met haar commentaar. ‘Ik vind het heel erg om te zeggen, maar ik vond het eigenlijk helemaal niet schokkend. Het raakte me niet eens, ik vond het normaal. Die hardheid, dat is mijn dagelijkse realiteit. Dus ik dacht steeds: oké, voor mij is dit niet heftig hoor, wat jullie doen. In het echt is het nog veel erger.’ De groep zwijgt bedrukt. 

Wandana Jiawan, voorzichtig: ‘Ik heb eigenlijk heel erg moeten lachen. Ja, echt! Omdat je zo meegaat in het stuk. Theater is ook een plek waar dingen kunnen die je in het dagelijks leven niet zou doen. Je scheldt iedereen uit en aan het eind krijg je applaus.’ 

Gemene deler in de gesprekken is het geduld waarmee naar andermans mening wordt geluisterd. Sahrina tegen Manou: ‘Ga door, ik luister aandachtig en graag naar je.’ Over politieke of religieuze overtuigingen gaat het in de groep zelden, vertellen Najat en Sophia: ‘Verschillen worden niet onder het tapijt geschoven, maar we willen ze niet op de voorgrond plaatsen. We leggen bewust de nadruk op wat we gemeenschappelijk hebben. In dit geval: ons plezier in theater zien.’

Af en toe spelen culturele en religieuze verschillen wel op, aan het licht gebracht door het vrijzinnige, soms behoorlijk provocatieve Nederlandse toneel (denk: functioneel naakt). Van dit seizoen schiet hen even geen voorbeeld te binnen, maar vorig jaar zat er nog een tamelijk conservatieve Turkse in de jury, die gedurende de voorstelling Romp onafgebroken met haar handen voor haar ogen zat, om de naakte man op toneel niet te zien. Sophia schaterlacht: ‘Maar het mooie was, dat zij op haar lijstje Romp uiteindelijk op de eerste plaats heeft gezet.’

Landelijk succes

De Wijkjury Amsterdam, een initiatief van Adelheid Roosen, bestaat sinds 2009 en beleeft dit jaar haar 10-jarig jubileum. Een jury van twaalf tot zeventien leden bezoekt gedurende het theaterseizoen zo’n vijftien voorstellingen, en kiest daaruit één winnaar. Het initiatief kreeg landelijke navolging; intussen zijn er ook Wijkjury’s in Groningen, Den Haag, Utrecht, Purmerend en Veenendaal. De Wijkjury Zwolle is in oprichting. Alle jury’s samen staan onder leiding van één landelijke coördinator, dramaturg en regisseur Julie Peeters (29). 

En de winnaar is...

De Keuze van de Amsterdamse Wijkjury 18-19 is de voorstelling Allemaal mensen van Toneelgroep Oostpool, voor vrijwel alle juryleden ‘een onvergetelijke ervaring’. Jurylid Sophia A-Tjak-Hiwat: ‘Ik bleef de hele nacht en daaropvolgende dag in de ban van de voorstelling. Het was één grote spiegel waarin ik aan mijzelf heb gevraagd: ‘Hoe tolerant ben ik?’ Uit het juryrapport: ‘Het thema, mensen werkelijk kunnen zien, heeft ons diep aangesproken.’ Allemaal mensen zal op het Theaterfestival 2019 spelen in Carré.  

Drie juryleden aan het woord

HAN VAN DE KOLK (58)

Werkt als slager bij een horecagroothandel, en bij een Marokkaanse slagerij, waar hij verantwoordelijk is voor de worstproductie. Werd door Najat Kaddour bij de Wijkjury gevraagd.

‘Ik heb best een rotperiode achter de rug in mijn leven. Ik ben alleen, hè. Dan ga je niet zo gauw meer ergens naartoe. En dan ben ik ook nog verlegen, dat zou je niet denken, maar toch. Op een gegeven moment had ik echt wat meer ontspanning nodig. Toen stelde Najat de Wijkjury voor. Ik dacht eerst dat ze een grapje maakte, want daarvoor heb ik in mijn leven alleen maar voetbalstadions vanbinnen gezien.

Maar het is eigenlijk zo leuk. We hebben een leuke groep mensen, en iedereen kijkt met zijn eigen ogen, dat is het mooie. Bij de vergaderingen moeten we echt op de tijd letten, anders wordt het nog nachtwerk, omdat het zo gezellig is. Dat doen Mama Sophia en Najat heel goed, met een hapje en een dingetje erbij. Ik voelde me gelijk op m’n gemak.

’s Morgens op het werk zit mijn hoofd soms nog vol van zo’n theaterstuk, en dan vertel ik mijn collega’s erover. Eerst vonden die het wel raar, theater. Maar laatst is er toch eentje naar een voorstelling gegaan. Ik houd het meest van verhalen over het leven, maar ik vind een voorstelling eigenlijk nooit stom of slecht. Soms spreekt een voorstelling me minder aan, maar die makers doen ook hun best. 

Na dit seizoen moet ik uit de jury, maar ik denk wel dat ik dan naar theater blijf gaan. Een theaterkaartje is nog altijd goedkoper dan voetbal.’

Jurylid Han van de Kolk. Beeld Hilde Harshagen

WANDANA JIAWAN (31)

Kwam als kind uit Suriname naar Nederland. Doet vrijwilligerswerk bij de Amsterdamse dienstverleningsorganisatie Combiwel.

‘Ik doe aan amateurtoneel en werd door mijn dramadocent op de Wijkjury gewezen, dat leek hem iets voor mij. Eerst twijfelde ik daaraan. Jureren? Dat heb ik nog nooit gedaan. Later begreep ik dat het juist de bedoeling is van deze jury, dat je er niet al te veel van weet. Wij mogen op onze eigen manier kijken, daar hoef je niet voor te hebben doorgeleerd.

Het theater biedt levenslessen, met een lach en een traan. Met theater kun  je een boodschap meegeven aan de mensen.Ik vind het mooi dat acteurs daarvoor hun lichaam als instrument gebruiken. Daardoor komt de boodschap misschien nog meer binnen.

Het is ook heel tof dat wij na afloop soms met de acteurs kunnen praten. Normaal mag je dat niet en ga je meteen naar huis. Wij horen nu net iets meer, die ontmoetingen vind ik bijzonder. Wanneer spreek je nou een acteur? Dan moet je echt in het vak zitten.

Ik vind het fijn dat ik zo de kans krijg om er meer over te leren, ook van de mensen die ons begeleiden. Zij doen dat heel goed. Ik kan nu bijvoorbeeld zien of een voorstelling technisch goed is, iets dat ik vroeger niet had kunnen zeggen. Daarnaast luister ik graag naar de andere juryleden. Je bent een team en het is mooi om van elkaar te leren.’

Jurylid Wandana Jiawan. Beeld Hilde Harshagen

SAHRINA WONG (36)

Geboren in Nederland als kind van Surinaamse ouders. Studeerde sociaal-pedagogisch werk en is een platform voor vrouwen aan het oprichten.

‘Twee jaar geleden overleed mijn vader, en toen heb ik mezelf beloofd meer te gaan genieten. Als kind wilde ik actrice worden, maar die droom heb ik nooit actief nagestreefd. Maar toen ik via Mama Sophia over de Wijkjury hoorde, wist ik meteen dat dit de juiste stap voor mij was. 

Mijn collega’s zijn heel leuke mensen, de groep is mooi divers, we vormen een goede afspiegeling van de maatschappij. We luisteren echt naar elkaar, en leren zo te kijken door andermans ogen. Dat levert vaak nieuwe inzichten op. Ik laat me graag prikkelen door andermans mening.

De gesprekken die wij voeren met regisseurs en spelers verrijken mijn beleving; wat wilden zij overdragen, wat is hun boodschap? Ik ben iedere voorstelling weer nieuwsgierig: wat gaat het dit keer bij me losmaken? Welke kennis krijg ik mee? Ik voel me achteraf altijd geestelijk een beetje rijker. Theater maakt onzichtbare werelden zichtbaar, brengt werelden bij elkaar, en dat allemaal terwijl je lekker kunt zitten en het rustig kan laten binnenkomen.

De Wijkjury heeft echt iets in gang gezet: nu wil ik meer zien! Ik kan er geen genoeg van krijgen. Ik geef iedereen continu tips, de buurvrouw, de dokter. Laatst ben ik met mijn moeder naar The Lion King geweest. Dat vond ze waanzinnig. Ik ga absoluut door met theater. Dit laat ik niet meer los. Ik heb er een passie bijgekregen.’

Jurylid Sahrina Wong. Beeld Hilde Harshagen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden