Het theater van het beeld

Fuchs leest de omgeving. Zijn mijmering heet 'Tussen beelden', ja letterlijk tussen de beelden. Op een gelijkaardige manier kijkt Alberto Manguel naar beelden. Een van zijn vroegste herinneringen aan een beeld, schrijft hij in Kunstlezen - Over het kijken naar beeldende kunst (dat vandaag bij Ambo verschijnt), 'waarvan ik mij bewust was dat het bestond uit verf en doek en dat het door een mensenhand was gecreëerd, is het schilderij van Vincent van Gogh met die vissersbootjes op het strand bij Saintes-Maries'.

Manguel was negen of tien jaar oud. Het was een hete en vochtige zomer, in Buenos Aires, en hij was op bezoek bij een schilderende tante in een koel atelier waar het heerlijk naar terpentine en olie rook. In de kamer stonden de doeken in het gelid tegen elkaar aan, ze 'leken op boeken zoals iemand die vagelijk weet wat boeken zijn, zich die in zijn dromen voorstelt: kolossaal en bestaande uit enkele stijve pagina's'. Manguels eigen boeken, zijn kinderboeken, waren allemaal geïllustreerd 'met plaatjes die het verhaal herhaalden of uitlegden'. Hij vergeleek de reproducties van aquarellen in zijn Duitse editie van de Sprookjes van Grimm met de kronkelende lijntekeningen in zijn Engelse editie. De Israëlisch-Argentijns-Brits-Frans-Canadese schrijver Manguel groeide op in een wereld van talen en beelden, van boeken en afbeeldingen. Hij leerde, van jongs af aan, de wereld én de kunst 'lezen'.

De beelden die hij die middag bij zijn tante zag, illustreerden geen enkel verhaal. 'Die beelden stonden beslist op zichzelf, en ze verleidden me tot lezen.' Er zat voor hem niets anders op dan staren naar die beelden: het koperen strand, het rode schip, de blauwe mast. 'Ik bleef maar naar ze kijken. Ik ben ze nooit vergeten.' Er was weliswaar tekst, een biografische schets, passages uit brieven aan zijn broer, titels van schilderijen, hun data en locatie - maar vooral het beeld herinnerde Manguel zich. 'In essentie', schrijft hij in zijn 'beeldenboek' Kunstlezen, 'zijn we wezens van beelden, van afbeeldingen.'

Lezen, heeft hij eerder in A History of Reading geschreven, begint met de ogen. Manguel volgt Cicero: 'Ons scherpste zintuig is het gezichtsvermogen.' De filosoof merkte op dat we een tekst die we gezien hebben, beter onthouden dan een die we slechts hebben gehoord. De ogen zijn de plek waar de wereld binnenkomt. Letters worden opgenomen door de ogen. De weg naar het gezichtsvermogen, zegt Richard de Fournival, de kanselier van de kathedraal van Amiens (in Manguels 'geschiedenis van het lezen'), 'bestaat uit peintures of beelden'.

Gustave Flaubert verzette zich tegen het idee 'woorden aan plaatjes te koppelen'. Zelfs de mooiste literaire beschrijving, vond Flaubert, wordt verslonden door de meest armzalige tekening. 'Zodra het potlood een karakter vastlegt, verliest het zijn algemene aard; het verliest die overeenstemming met duizenden andere bekende objecten waardoor de lezer zegt: ''dat heb ik gezien'' of ''zo en zo moet het zijn''. Terwijl een geschreven vrouw duizenden verschillende vrouwen voor de geest brengt, lijkt een met potlood getekende vrouw op een vrouw, dat is alles.'

Zelf heeft Manguel nooit zo'n onwrikbaar standpunt ingenomen. In zijn essaybundel Into the Looking-Glass Wood, waarin hij over zijn Alice verwondering schrijft, heeft hij het over zijn levensmotto: looking to see. Maar, vraagt hij zich in Kunstlezen af, laat elke afbeelding zich lezen? 'Het beeld schenkt leven aan het verhaal, dat op zijn beurt leven schenkt aan het beeld.' Wanneer we afbeeldingen lezen - alle mogelijke soorten beelden eigenlijk, of ze nu geschilderd, gebeeldhouwd, gefotografeerd, gebouwd of geacteerd zijn - 'geven wij ze de tijdelijke kwaliteit die eigen is aan een vertelling'. Manguel kijkt naar afbeeldingen zoals André Malraux, Frans schrijver en ooit minister van Cultuur, keek naar zijn 'imaginaire museum': het in boeken rijke vertoon van gereproduceerde beelden.

Manguel beschrijft, met veel erudiete verwijzingen en citaten, het beeld als verhaal, als afwezigheid ('beelden het zwijgen opleggen'), als raadsel en rebus, als getuige en inzicht, als nachtmerrie en reflectie, als geweld en ontwrichting, als filosofie en herinnering, en ten slotte als theater.

Boeken zijn 'de spiegel van het universum'. Manguel, die als twintigjarige in Buenos Aires boeken voorlas voor de blinde schrijver Jorge Luis Borges, is een encyclopedische geest. Eerder schreef hij The Book of Imaginary Places, een schitterend naslagwerk over verzonnen en denkbeeldige landen en steden. Spiegels, schrijft hij, hadden in de Middeleeuwen de bijbetekenis verworven van 'encyclopedieën'. Ze zijn in staat alles te reflecteren, ze zijn 'een geslaagde metafoor voor een verzameling kennis die de pretentie heeft allesomvattend te zijn'. Manguel 'leest' de afbeeldingen, herleest ze en gaat zich vervolgens spiegelen in teksten. In Kunstlezen is de tekst met het beeld verweven. Het is een boek over 'beeldtaal'.

De belezen Manguel serveert de lezer, naast 'een eindeloze keten van kunstwerken', ook veel wetenswaardigheden over de lege bladzijde van de dichter Stéphane Mallarmé, over de penis van Christus ('die zich duidelijk in gezwollen staat bevindt'), over Maria's moedermelk en over de representatie van voeten in de middeleeuwse schilderkunst.

Het lezen van kunst is een allerindividueelste ervaring, de beelden worden op een autobiografische manier beschreven, zoals die Van Gogh in het atelier van Manguels schilderende tante. Zo heeft hij ook over het lezen geschreven. A History of Reading is de autobiografie van een hartstochtelijk lezer, Kunstlezen van een kijker.

Het kijken naar afbeeldingen, zegt Manguel, is hetzelfde als lezen. Het is een reusachtige creatieve vorm van lezen, 'een manier van lezen waarin we niet alleen woorden veranderen in geluiden en daarna in betekenis, maar waarin beelden veranderen in betekenis en daarna in verhalen'. Beeld en betekenis weerspiegelen elkaar in een spiegelpaleis. Manguel citeert een regel uit Prediker waarin wordt opgesomd hoe we omgaan met een kunstwerk dat ons ontroert. Het is moeilijk onder woorden te brengen. 'Alle dingen zijn onuitsprekelijk vermoeiend; het oog wordt niet verzadigd van zien, en het oor wordt niet vervuld van horen.' Maar, meent Manguel, de ervaring van een kunstwerk kan zonder twijfel worden begrepen, 'want het is uiteindelijk een menselijke ervaring'.

Een beeld dat is geschilderd, gebeeldhouwd, gefotografeerd, gebouwd en ingelijst, is een theater, 'het is een plaats voor opvoering'. Beelden zijn het razende theater waar Fuchs het in 'Tussen beelden' over had. 'Wanneer het theater erin slaagt de conventies van de dialoog te verlaten', schrijft Fuchs, 'zou dat voor de kunstenaar een dramatisering van het beeld kunnen worden.' Dat geïntensiveerde beeld, vindt zowel Fuchs als Manguel, 'wijst het theater de weg naar nieuwe hartstocht en nieuwe avonturen'.

Manguels Kunstlezen is, net als zijn A History of Reading, een schitterende oefening in zowel lezen als kijken, 'samengesteld uit aarzelingen en toevallige aantekeningen'. Want Manguel betwijfelt of er zoiets als een coherent systeem voor het lezen van beelden zelfs maar mogelijk is, 'een systeem vergelijkbaar met hetgeen we hebben geconstrueerd voor het lezen van geschreven taal'. Zijn boek, zegt hij, lijkt 'net als al mijn andere boeken in essentie te zijn samengesteld uit ontbrekende bladzijden'. We leven in de illusie ondernemende wezens te zijn, schrijft Manguel aan het slot van zijn boek, 'maar het is waarschijnlijk wijzer om onszelf te zien als toeschouwers van een eeuwige uitstraling van beelden'. De wereld én boeken als theater.

Alberto Manguel: Kunstlezen - Over het kijken naar beeldende kunst.
Vertaald uit het Engels door Pieter van Os, Sjeng Scheijen en Elena Beelaerts.
Ambo; 352 pagina's; ¿ 34,90.
ISBN 90 263 1767 0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden