Het theater als wapen tegen bekrompenheid en bezetting

Vijf jaar geleden werd hij vermoord. De Palestijns-Joodse Juliano Mer-Khamis maakte naam met zijn theater in Jenin. Waar is de dader?

Kinderen uit het vluchtelingenkamp in Jenin spelen een spel met de acteurs voor het Vrijheidstheater.Beeld Cigdem Yuksel

Het geluid van vijf geweerschoten rijt de middag open. Tak-tak-tak-tak-tak. In de repetitieruimte van het Vrijheidstheater kijken de jonge acteurs elkaar aan. 'Juliano', zegt een van de actrices meteen. Ze rennen naar buiten en zien de rode Citroën staan, het rechterportier open. Het lichaam van een man hangt er half uit.

Hij overlijdt een paar minuten later in de ambulance. Het is maandag 4 april 2011, in de noord-Palestijnse stad Jenin is regisseur Juliano Mer-Khamis (1958-2011) vermoord in de straat voor zijn eigen theater. Vlak voor de fatale schoten heeft hij zijn 1-jarige zoontje Jay aan de oppas naast hem overgedragen. Oppas en kind overleven, de gemaskerde dader ontkomt. In kringen van internationale activisten en geëngageerde theatermakers is de schok groot. Mer-Khamis, wiens gedurfde producties werden opgevoerd in Parijs en Berlijn, gold als een unieke stem in de Palestijnse cultuur.

Vandaag, vijf jaar na dato, leidt een wandeling naar zijn theater langs falafeltentjes en een geïmproviseerde vuilstort. Bij het betreden van het kamp wijst een bordje de weg. Op de plek van de moord, een stoffig en anoniem steegje, herinnert niets aan de brute moord. Kinderen rennen tussen auto's door, een bananenverkoper roept zijn prijzen door een megafoon.

Juliano Mer-Khamis in het Vrijheidstheater.Beeld epa

Twee Jenins

Voor de mensen in Jenin (spreek uit: djenien) zijn er twee Jenins: de stad en het vluchtelingenkamp. Een derde groep, de nieuwe rijken, koopt huizen in de groene heuvels boven de stad, ver weg van het gekrakeel. Voor de argeloze buitenstaander is het verschil tussen stad en kamp niet te zien, een duidelijke overgang ontbreekt, maar in de hoofden van de inwoners zijn het gescheiden werelden. In het kamp - geen tenten, maar kleine, opeengepropte huizen - wonen Palestijnen die ooit hopen terug te keren naar hun oude dorpen. Joodse milities verdreven hun grootouders bij de creatie van de staat Israël (1948) uit wat voorheen mandaatgebied Palestina was. Hun vlucht bracht hen in Jenin, een stad in het noorden van de Westelijke Jordaanoever, twee uur rijden van Jeruzalem.

Aan de rand van het kamp, weggestopt tussen de woonhuizen, staat de erfenis van Mer-Khamis: twee repetitieruimten, een klein podium voor 200 bezoekers - de enige plek voor zelfexpressie in de wijde omgeving. Deze lente gedenken staf, acteurs en internationale bezoekers de regisseur met een zesdaags festival.

Zijn levensloop, blijkt gaandeweg de week, heeft onmiskenbaar trekjes van een bekeringsverhaal. Het strookje land Israël-Palestina legt inwoners elke dag keuzen op: voor of tegen, zwart of wit, maar Juliano Mer-Khamis spotte met die regel. Hij was een kind uit een gemengd huwelijk en worstelde met zijn identiteit: was hij Joods zoals zijn moeder (Mer) of Palestijns zoals zijn vader (Khamis)? Kon hij beide tegelijk zijn?

Het Vrijheidstheater.Beeld Cigdem Yuksel

Keuze voor het theater

Aanvankelijk niet. Op zijn 18de meldde hij zich aan voor de elitetroepen van het Israëlische leger, tot afgrijzen van zijn communistische ouders. Hij werd gelegerd in Jenin, sinds 1967 bezet gebied. Omgaan met autoriteiten kon hij niet en op een dag knakte hij. Hij deed niet wat hem werd gezegd, mepte zijn commandant tegen de grond en verdween een paar maanden in de cel.

Daarop koos hij voor het podium - een plek zonder hiërarchie of gezag. Hij schreef zich in op de toneelschool in Tel Aviv, liet zijn haar groeien en ontdekte op de Filipijnen dat paddo's de mens in staat stellen met apen te praten. In Israël werd hij een gevierd acteur. In Bar 51 (1986), zijn eerste hoofdrol, speelde hij een plattelandsjongen die in het nachtleven van Tel Aviv kennismaakt met verleiding en seksualiteit - een botsing van normen die later zou terugkeren in zijn theaterwerk.

Het libertaire Tel Aviv werd Mer-Khamis' thuis, precies in een periode dat zijn moeder, kunsttherapeute Arna Mer (1929-1994), een radicaal besluit nam: ze stak in 1987 de grens over naar Jenin. Het waren de jaren van de Palestijnse opstand die later bekend zou worden als de Eerste Intifada (1987-1991). De scholen waren dicht, kinderen plasten door oorlogstrauma's in hun bed, afleiding in de vorm van spel of vermaak was er niet. Arna's verhuizing was een verzetsdaad, al duurde het even voor men in Jenin haar vertrouwde. Op een zolderkamer begon ze een klein centrum voor alternatief onderwijs en toneel. Als Jodin, de enige in de stad, schaarde ze zich achter de Palestijnse vrijheidsstrijd. Haar zoon kwam langs en raakte bevriend met de mensen die hij als soldaat nog had moeten fouilleren.

Een scène uit de voorstelling The Siege, die in het Vrijheidstheater wordt opgevoerd.Beeld Cigdem Yuksel

Geweld en conservatisme

Later, in 2006, na de dood van Arna, vroegen diezelfde vrienden hem terug te keren en het werk van zijn moeder voort te zetten. Samen richtten ze het Vrijheidstheater op - Mer-Khamis werd artistiek leider. In Jenin leerde Mer-Khamis beide identiteiten te omarmen. Hij noemde zich '100 procent Joods en 100 procent Palestijns'. Met het theater nam hij stelling tegen de bezetting en de bekrompenheid van de kampbewoners. Jenin had toen al de reputatie de conservatiefste stad van de Westoever te zijn, en dat is ze nog steeds: meisjes worden thuis gehouden, de wil van de ouders is alles, de islam omkadert het dagelijks leven. Uit verveling en balorigheid gooit de jeugd stenen naar de Israëlische soldaten. Het verzet had in het verleden vaak een militant karakter; zelfmoordaanslagen waren een vaak toegepaste tactiek.

Met beide, geweld en conservatisme, wilde Mer-Khamis breken. Door jongeren op het podium te zetten, zouden ze weer leren dromen. De bezetting, die al drie generaties voortduurt, had zich volgens hem tussen de oren van de Palestijnen genesteld en jongeren verlamd. Nagenoeg ieder kind in Jenin was iemand kwijtgeraakt tijdens de intifada's: een vader, een neef of een vriend. Wat was hun leven nog waard? 'Israël vernietigt ons neurologische systeem', zei Mer-Khamis in een interview.

Zijn oplossing was zang, dans en spel, alle registers van de verbeelding. Hij introduceerde Shakespeare, Orwell en bracht de Rattenvanger van Hamelen, klassieke producties die hij en zijn collega's bewerkten en entten op het Palestijnse leven.

Op bijna elke muur in het kamp hangt een poster van een martelaar.Beeld Cigdem Yuksel

Alice in Wonderland

Het hoogtepunt, daarover is iedereen het eens, was Alice in Wonderland (2011), de laatste voorstelling voor zijn dood. In het stuk volgt Alice een wonderkonijn naar een nieuwe wereld. Daar aangekomen blijkt het een opzet van haar ouders, die een verloofde hebben uitgezocht. Om aan hun wil te ontsnappen moet Alice het hele wonderland door, inclusief een ontregelende ontmoeting met de seksueel subversieve Gekke Hoedenmaker.

Alice was Juliano Mer-Khamis op zijn best: een hoogmis van de sterke vrouw die haar eigen pad kiest. Het stuk werd een succes, honderden kinderen uit het kamp kwamen kijken. Een van de hoofdrolspeelsters, Maryam Abu-Khaled (25), staat tegenwoordig op de planken in het Berlijnse Gorki Theater. Dankzij Juliano, zegt ze erbij. Anders zat ze nu nog thuis, zoals haar vader had gewild.

Slachtofferschap, leerde Mer-Khamis zijn acteurs, staat creativiteit in de weg. In Palestina is iets al snel de schuld van de bezetting. Ruzie met de buren? Komt door de bezetting. Hij draaide dat om: het theater als bewijs dat Palestijnen meer zijn dan slachtoffers alleen. Internationaal sloeg die boodschap aan: er kwam geld uit Zweden en de VS, en de regisseur lokte beroemde linkse intellectuelen als Slavoj Zizek, Noam Chomsky en Judith Butler naar de Westoever. De laatste twee zitten inmiddels in de raad van bestuur.

'Dankzij Juliano sta ik nu op de planken in Duitsland. Anders zat ik nog thuis, zoals mijn vader had gewild,' zegt actrice Maryam Abu-Khaled.Beeld Cigdem Yuksel

Vrijheidsstrijders

In de interviews die de regisseur gaf, werd hij niet moe te benadrukken dat hij geen liefdadigheid bedreef. Hij propageerde de revolutie, maar dan niet met wapens of vlagvertoon, zoals Jenin gewend was, maar met creativiteit en zelfexpressie. Zijn personages liet hij rebelleren tegen gezag en taboes - in politiek, geloof of man-vrouwverhoudingen. 'Ik ben geen goede Jood die de Arabieren komt helpen', zei hij, 'en ook geen Palestijn die gekomen is om de armen te helpen. We zijn geen genezers, noch brave christenen. We zijn vrijheidsstrijders.'

Die strijders kweekte hij zelf - om te beginnen door structuur aan te brengen in hun leven. Een van hen is Saber Shreim (24), goedlachs, met Vans-schoenen aan en een petje achterstevoren op zijn hoofd. Saber komt uit het kamp, zijn verhaal is als honderden verhalen daar.

Als kind wilde hij niet deugen. Hij maakte zijn school niet af, daagde soldaten uit, sprong op tanks. Zijn vader kwam om door de kogel van een Israëlische sluipschutter. Met zijn neefje sloopte Saber eens een hoogspanningskabel - heel de stad zat uren zonder stroom. De schooldirectie werd getrakteerd op een brandbom. 'Ik had een gesloten geest', zegt hij. 'Mijn leven ging nergens heen.'

Saber Shreim in de repetitieruimte van het theater.Beeld Cigdem Yuksel

Omstreden boodschap

Een vriendin raadde hem aan te auditeren bij het theater. Van Mer-Khamis kreeg hij die eerste dag een opdracht. Kom elke ochtend om half acht de vloer vegen. Eerst regelmaat creëren, acteren komt later wel. 'Hij liet ons rennen in de heuvels rond Jenin en tijgeren. We waren soldaten, prentte hij ons in. Zo zag hij dat. Een leger voor cultureel verzet op een podium.'

Wie nu een ommetje door het kamp maakt, merkt hoe omstreden die boodschap is. 'In het theater ben ik nooit geweest', zegt een 58-jarige man in een donker gereedschapswinkeltje. 'Maar wat daar gebeurt, jongens en meisjes die samen dansen, is tegen de islam. Ze worden gebrainwasht.' Voor veel mensen in Jenin is het theater een bordeel, of erger. Ouders zien hun kinderen er liever niet heengaan. Populair is de anekdote dat Mer-Khamis op een dag alle vrouwelijke staf, tot aan de schoonmaaksters toe, mobiliseerde om een familie te overtuigen. Hup, samen aankloppen. Waarom mocht hun dochter niet acteren? Schoorvoetend gingen de ouders overstag.

Omgekeerd is het podium een vrijhaven voor jongeren die los willen breken. Neem 'Fadi' (18), een vrolijke maar stille verschijning uit een voorstad van Jenin. Zijn ouders ziet hij steeds minder, hij woont in een kamer boven het theater. Acteren wilde hij altijd al: als jongetje van 9 speelde hij dat hij een talkshow had, deed hij make-up op bij zijn enige gast - zijn zus. Tegen zijn moeder zei hij dat hij zijn haar wilde laten groeien en een meisje wilde worden. 'Ze zei: 'Dan ben je m'n zoon niet meer.' Buiten speelt hij een rol, alleen binnen de muren van het theater is hij zichzelf. Fadi (niet zijn echte naam) blikt om zich heen en gaat steeds zachter praten. 'Ik ben gay. Mijn moeder weet het denk ik wel, ze voelt het. Mijn vader denkt nog steeds dat ik ga trouwen. Ik ben bang voor wat er gebeurt als ik het vertel.'

'In het theater ben ik nooit geweest,' zegt een 58-jarige man in een donker gereedschapswinkeltje. 'Maar wat daar gebeurt, is tegen de islam.'Beeld Cigdem Yuksel

Gewaagde keuze

De acteurs zijn wereldwijs, reizen met het theater naar Londen, Berlijn en India, maar in Jenin wacht hun vaak hoon. Ahmed al-Rokh (25) vertelt dat er naar hem gescholden wordt op straat. 'Jood, roepen ze, of spion.' Soms gaat hij op de vuist. In het kamp gaan schotschriften rond met bedreigingen.

Zelf speelde Al-Rokh in 2009 de hoofdrol in Orwells Animal Farm, met de despotische varkens als persiflage op de Palestijnse Autoriteit - vanwege zijn samenwerking met de Israëli's niet geliefd bij veel Palestijnen. Een gewaagde keuze, omdat varkens in de islam als onrein worden beschouwd. Er volgden twee mislukte brandstichtingen. Een staflid werd dagen aaneen ondervraagd door politie van de Palestijnse Autoriteit.

De spanningen tussen kamp en theater waren nooit een geheim. Niet gek dus dat veel vingers na de moord op Mer-Khamis naar het kamp wezen. Had men zijn opvattingen niet altijd verafschuwd? Jonatan Stanczak, tot voor kort directeur en van Zweeds-Israëlische komaf, zucht bij het horen van de theorie. 'Die ging er goed in bij de journalisten wereldwijd, maar ik geloof er niet in.' Artistiek leider Nabil al-Raee, net als Stanczak een zeer nabije vriend van Mer-Khamis: 'Als ze hem in het kamp echt hadden willen omleggen, hadden ze dat veel eerder gedaan. Hij liep onbeveiligd rond.'

Acteur Ahmed al-Rokh met een portret van regisseur Juliano Mer-Khamis.Beeld Cigdem Yuksel

In het roddelcircuit van Jenin zijn ze er al enige tijd uit. Israël en de Palestijnse Autoriteit die sinds de jaren negentig op veiligheidsgebied samenwerken, hebben de moord gecoördineerd en houden daarom de dader uit de wind. Volg je hun wel erg idealistische lezing, dan hadden beiden een belang: voorkomen dat de Palestijnse jeugd mentaal wordt bevrijd.

Diezelfde roddelaars zien dat het theater na de dood van de regisseur is veranderd. Oud-acteurs klagen dat de scherpe randjes ervan af zijn, dat het theater te braaf is. Staat Mer-Khamis' filosofie nog wel overeind? Ja, antwoordt Stanczak op zijn sobere kantoortje, al begrijpt hij de vraag. Zo onstuimig en provocatief als het was, wordt het nooit meer. Stanczak is er voor de rust, de meerjarenplannen. 'Ik heb structuur nodig. Anders kan ik niet werken. Juliano had een visie, maar geen plan.'

Reportage gaat verder onder de afbeelding

Een scène uit de voorstelling The Siege, uitgevoerd in het Vrijheidstheater in Jenin.Beeld Cigdem Yuksel

Lokale gevoeligheden

In de keuzen voor de programmering houdt het theater meer rekening met lokale gevoeligheden, legt Stanczak uit. Juliano wilde niet wachten, maar wekte daarmee de woede van het kamp. Geduld is nodig, vindt Stanczak, want uiteindelijk heeft het theater het kamp nodig. Zonder gaat het niet. Zij zijn het publiek, zij brengen nieuwe acteurs voort.

Geduld zal ook Mómin Sweitat (26) moeten hebben, een acteur die aan een verblijf in Londen een vet Brits accent heeft overgehouden. Hij vertelt over een stuk dat hij in zijn hoofd heeft en dat hij ooit hoopt op te voeren: een meisje wil naar een verjaardagsfeest, maar mag niet van haar vader. Op haar kamer maakt ze zich op, belt haar vriendje, loopt naar beneden en schiet haar vader dood. Ze kunnen naar het feest.

Mómin: 'Juliano had dat stuk meteen opgevoerd. Ik wil wel, maar pas als Jenin er klaar voor is.'

Politieonderzoek

Op 4 april 2011 werd de gevierde regisseur Juliano Mer-Khamis vermoord voor zijn theater in de Noord-Palestijnse stad Jenin. Vijf jaar later loopt het politieonderzoek in Israël nog altijd. Bekend is dat de moordenaar Arabisch sprak met een Palestijns accent. 'Bij zo'n beetje iedere gedode Israëli wordt de dader gepakt', zegt Abeer Baker, de advocate van de familie Mer-Khamis. Ze heeft de indruk dat Israël de dader niet wíl vinden. 'Juliano's zaak is de enige die open blijft staan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden