Het tedere lied van een relschopper NANNE TEPPERS HOOFDPERSOON IS EEN KIND VAN DE IRONIE

HIJ MOET het hebben van tegenwerking. Zijn bloed gaat stromen als hij zich opstandig voelt worden. 't Is niet zozeer dat hij zijn zielenroerselen kwijt moet, maar de ergernis over het dilettantisme en de valse romantiek die hem in het oog springen bij de zogenaamde broeders en zusters in het...

Nanne Tepper is de naam, auteur van De eeuwige jachtvelden (1995), voor welke roman hem de Anton Wachterprijs werd toegekend. De geboorte van een schrijver tegen en wil en dank leek het, van een neezegger, een hypergevoelige natuur die als grimmige betweter direct gunstig opviel. Het verhaal over een gebroken gezin en de - mede daaruit voortvloeiende - innige band tussen Victor Prins en zijn zusje Lisa, was minstens zo belangrijk als de kloeke stijl, de van eigenwijze grappen overlopende dialogen, de verwijzingen naar Kerouac, Reve, Nabokov en vele anderen, en bovenal de hoofdstukindeling die exact Gustav Mahlers eerste symphonie volgt, van 'Langsam, schleppend, wie ein Naturlaut' tot en met 'Stürmisch bewegt'. Bijnaam van dat muziekstuk: Der Titan.

Kijk, dat zijn termen die Tepper aanspreken. Niet van dat kinderachtige, maar meteen hoog inzetten, sparrend met de grote jongens, dan kun je altijd nog zien waar het schip strandt. Bovendien kon Tepper zich zodoende positioneren als schrijver, componist en dirigent ineen. Scheppend kunstenaar kortom, zich ervan bewust dat het in proza net als in poëzie aankomt op ritme en tonaliteit. Die bepalen de portee immers in hoge mate. Onder de troetelnaam 'roman' op de markt gekwakte riemen papier vol ongecontroleerde gevoelsuitstortingen, daar veegt Tepper zijn kont mee af.

Verbeten voert hij in zijn tweede boek De vaders van de gedachte een 33-jarige conferencier op die overal moe van is. Ook van de roman. De lezer die gepaaid denkt te worden, omdat hij met zijn goede gedrag aan een boek is begonnen dat op het omslag duidelijk als roman is aangekondigd, krijgt meteen de draai om de oren dat hij zich afgeeft met 'deze verachtelijke kunstvorm, die modderige plas uitgelopen poëzie, die het leven niet imiteert maar voor de voeten loopt als de laatste vertegenwoordiger van het Ministry of Silly Walks'.

Hem niet gezien, de beroepshumorist en dichter Co Starring, want met deze tweederangsnaam heeft de sardonische Tepper zijn hoofdpersoon bedeeld. Net als Freek de Jonge en jongere collega's als Hans Teeuwen en Theo Maassen, ergert Starring zich aan het gemak waarmee het hooggeëerd publiek zich laat inpakken - terwijl dat toch het hoogst haalbare succes betekent. Wat wil je dan eigenlijk, jij met je clownskop op de planken en op de tv, daar dus waar je altijd had willen komen? Anderen vermaken is mooi, maar wanneer je zelf verstart in je verslaving aan de bühne, word je gehinderd door je eigen talent.

Starring is even de weg kwijt, eens temeer nadat zijn verhouding met Esther na twintig jaar samenzijn uiteen is gespat. Merel, hun dochter van dertien, woont bij Esther in een ander huis in hun standplaats Groningen.

Tepper is dermate doordrenkt van Vladimir Nabokov dat hij het Lolita-gegeven niet ongebruikt kan laten liggen, dus mag Starring zijn dochter meepakken als ze uit school komt, en gaan de twee op reis. Je mag best schrijver zijn, en niemand verbiedt je uit te pakken over een volwassene en een ontluikende nimfijn van dertien, maar je bent naïef of een bedrieger als je gaat doen of jij het wiel uitvindt.

Een vader die van zijn weg is geraakt, gaat te rade bij zijn kind en zijn eigen kindertijd. Een schrijver over een vader die het spoor bijster is, gaat in de regel zemelen over het verlies van de onschuld en geeft zich over aan melancholisch gemekker over het verstrijken van de tijd.

Mag Co Starring éven braken? Dank u. Hij heeft de buik vol van romans, omdat de wereld daarin altijd kloppend wordt gemaakt, terwijl de hartenklop onder de warme deken van vertroostend proza wordt gesmoord. Een boek moet niets toedekken, maar bezield zijn, de lezer een mep op de wang verkopen, om hem daarna met 'kräftig bewegte' ritmes en fraseringen op de punt van zijn stoel te krijgen.

Een boek moet geen boek willen zijn. Een goed boek is muziek, een wondere leugen, als poëzie die ruimte schept en de bladzijden niet dicht plamuurt met de oeverloze zwadder die proza heet.

Minstens zo belangrijk als het verhaal is nog steeds de vorm waarin Tepper het giet. Hij maakt commentaarkunst, alludeert op Reve, Wim Sonneveld en Billie Holiday en spuwt op de performende zelfkastijdster Marina Abramovic, die op de tv orakelt over wat te eten om artistieke feces te fabriceren.

Een gelukkige jeugd bestaat niet. En zeker niet als je (zoals Starring) een kind van de ironie bent, begeleid door de gedachte dat volwassenen de erotiek van hun kinderen parodiëren en zich uit onmacht verliezen in excessen. Want dat is de troef van Teppers attitude: hij is tegen van alles, maar schroomt niet daarbij in eigen vlees te snijden. Ironie is een overlevingsstrategie, maar hij die permanent ironisch door het leven stapt, herkent op den duur zijn eigen hartstochten en drijfveren niet meer.

Starring is zijn beschermengel kwijtgeraakt, toen op zijn lieve grootmoeder euthanasie werd toegepast. Hij werd verliefd op Esther, toen zij op de leeftijd was die zijn dochter nu heeft. Hij zag zijn begeerte verdampen toen hij vader werd, van een dochter die hij in zijn bezit kreeg toen ze bleek te lijden aan een geheimzinnige spierziekte.

Daar sta je dan, met je grappen, je kop die bekend is van de tv, en je gepeperde mening over kunstenmakers die er maar op los broddelen. Wat Tepper ook wil, géén roman schrijven over een vader die geroerd is als hij denkt aan het eerste orgasme met Esther, géén gejammer over God die de wereld heeft verlaten (dat heeft Frans Kellendonk al naar behoren gedaan), of over Mereltje die ook al moet beseffen dat er voor haar 'nooit meer een eigen kamer' is, géén roman als waterverfdoekje waar de willige toeschouwer in een handomdraai natte ogen van krijgt.

'Ik verlies de draad in deze notities', schrijft Starring nadat hij heeft besloten zijn theatertournee af te breken, en dat is precies waar Tepper hem hebben wil. Eindelijk een roman zonder kalmerende verhaallijn. Nu kan het leven door de woorden breken. De jonge gescheiden vader neemt zijn zieke dochter op de schouders en loopt met haar de zee in. 'Ik wil nooit meer van je af', zegt hij haar.

Daar. Hij heeft alle kolder afgelegd, wordt niet geplaagd door ergernissen over anderen, heeft alleen liedjes in zijn hoofd die ruimte scheppen. Merel is al bijna geen kind meer, nog even en Co kan haar niet meer beschermen. Gelukkig is ze ziek, zodat hij haar nog even voor zich alleen heeft.

Jazeker, Nanne Tepper zal bijkans vomeren als hij deze zinnen leest, maar zijn roman heeft ze zelf uitgelokt. De hobbel van het tweede boek, altijd lastig voor een warm onthaalde debutant, neemt hij zonder merkbare moeite. Hij is fel gekant tegen elke keukenmeidenthematiek, maar schrikt er niet voor terug zijn Co Starring aan het publiek voor te stellen als een treurwilg van allure, doordat hij uit de worggreep van de ironie ontsnapt. Door eerst flink om zich heen te trappen, schept hij ruimte voor zichzelf. In die ruimte kan het gaan zingen, van tere gevoelens, zelfs op een mierzoete melodie. Met zijn tweede roman bevestigt Tepper zijn statuur van geoefend smokkelaar.

Arjan Peters

Nanne Tepper: De vaders van de gedachte.

Contact; 143 pagina's; * 34,90.

ISBN 90 254 9801 9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden