Het taboe rond dood en sterven

DE BEGAANBAARHEID van de weg naar de dood wordt voor een belangrijk deel bepaald door de kwaliteit en de lengte van het laatste stuk - door vragen als: hoeveel lijden, afhankelijkheid en eenzaamheid stuurt de dood voor zich uit?...

De Amerikaanse psychiater van Zwitserse afkomst Elisabeth Kübler-Ross weet dit als geen ander. Duizenden mensen vergezelde zij op hun laatste tocht, hetzij in onmiddellijke nabijheid, hetzij op afstand, met pen en telefoon. Een veelvoud hiervan bereikte zij met haar boeken, waarvan er enkele wereldwijd een bestseller zijn geworden. Haar bekendste boek is Lessen voor levenden - Gesprekken met stervenden (1969). Overal worden haar inzichten omtrent het proces waar veel stervenden doorheen gaan, gedoceerd.

Meer nog dan door haar ervaringen met anderen weet de 71-jarige psychiater uit eigen ervaring hoe zwaar de weg naar de dood kan zijn. Een aantal beroertes heeft haar volledig afhankelijk gemaakt. In een afgelegen huis in Arizona vecht zij met haar bestaan. Van bed naar de stoel komen is een ramp, werken is onmogelijk en haar gezelschap is beperkt tot enkele keren per week een Mexicaanse vrouw en eenmaal per week een helper, Joseph.

De aanloop naar deze verschrikking begon in 1994. Toen staken onbekenden haar huis in brand. Alles ging verloren, waaronder ook tienduizenden pagina's dagboeken, aantekeningen, ziektegeschiedenissen, herinneringen en gedachtespinsels. Enkele maanden later kreeg zij de beslissende beroerte; eerder had zij al een lichte attaque gehad.

In die periode schreef ze haar memoires, The Wheel of Life, die nu onder de titel De cirkel van het leven - Herinneringen aan leven en sterven in vertaling zijn verschenen. Noodgedwongen schreef zij alles puur op het kompas van haar herinnering, en dat onder ellendige omstandigheden. Alleen hierom al moet haar boek een grootse prestatie worden genoemd. Maar ook gezien het resultaat.

De cirkel van het leven is een met vaart geschreven boek, dat in veel opzichten in gunstige zin verschilt van een aantal eerdere boeken. Waar zij gaandeweg steeds meer verviel in drammerigheid en egotripperij en daardoor aan geloofwaardigheid verloor (vooral in De laatste uitdaging, 1988, over mensen met aids), schuift zij zichzelf nu veel minder naar voren, terwijl het toch om memoires gaat, waarin onvermijdelijk veel 'ik' zit.

Indrukwekkend zijn de pagina's waarin zij vertelt over haar werk in gebieden die door de oorlog waren getroffen, achtereenvolgens in Frankrijk en Polen. Hetzelfde geldt voor haar bezoek aan het voormalige concentratiekamp Majdanek en haar ontmoeting daar met Golda, die als meisje aan de dood was ontkomen, omdat de deur van de gaskamer niet dicht kon en zij naar buiten werd gesleept. Golda zegt haar overleven in dienst te stellen van te proberen 'het leven van één iemand om te zetten van haat en wraak in liefde en meeleven'.

Die ontmoeting zette Kübler-Ross voorgoed op het spoor waardoor zij haar verdere leven herkenbaar zou blijven: een niet aflatend appèl een punt te zetten achter negativiteit, onopgeloste kwesties aan te pakken en zo de weg te effenen naar een leven waarin liefde, aandacht en meeleven kans krijgen.

Zoals een dirigent vaak doorbreekt als hij een 'meester' moet vervangen, gebeurde dat bij Kübler-Ross toen een hoogleraar haar vroeg tijdelijk zijn colleges over te nemen. Zij koos voor het onderwerp sterven, een thema waarvoor medici collectief het hoofd afwendden. Een 16-jarig meisje met leukemie was bereid naar de collegezaal te komen en de studenten geneeskunde haar ervaringen te vertellen.

Dat procédé zou zij nog vele malen herhalen en leidde mede tot haar internationale bekendheid. Zij gaf het woord aan de stervenden zelf en maakte hen op die manier tot leermeesters. Hun ervaringen vormden de basis voor haar boeken, lezingen en workshops over dood en sterven.

Een aantal van haar inzichten is terecht bekritiseerd, bijvoorbeeld haar opvatting dat ontkenning, woede, marchanderen, depressie en aanvaarding fasen van verwerking zijn die in elkaars verlengde liggen. Maar dat neemt niet weg dat er door haar een omslag is gekomen in de omgang met stervenden. Zij heeft het taboe rond dood en sterven doorbroken en de ogen geopend voor waar het in de zorg voor stervenden om gaat, een moeizaam proces dat nog altijd gaande is.

Een nieuw hoofdstuk begon bij de ontmoeting met mevrouw Schwartz. Zij vertelde hoe zij tijdens een reanimatie uit haar lichaam trad en vanaf het plafond zichzelf en de artsen zag. Voor Kübler-Ross was dit de eerste confrontatie met een bijna-doodervaring. Haar nieuwsgierigheid bracht haar in contact met mensen die vergelijkbare ervaringen hadden.

Ze weigerde de realiteitswaarde van die ervaringen te koppelen aan wat wij zien. Uiteindelijk ontsloot zich ook voor haar een spirituele wereld, waarin zij op cruciale momenten 'gidsen' ontmoette of te hulp riep. Zij maakte hiervan geen geheim en dat leverde haar scepsis en vijanden op. Later ontdekte ze overigens dat een aantal 'gidsen' op bedrog berustte. Ook in haar eigen leven ging het mis; een scheiding bleek onvermijdelijk.

Kübler-Ross bleef zich met stervenden bemoeien, wat in de jaren tachtig leidde tot een poging onderdak te bieden aan kinderen met aids. Het verzet van de omgeving was heftig en na een jaar staakte zij haar pogingen. In juli 1990 werd het eerste Kübler-Ross Centrum geopend, waar voortaan de trainingen en workshops over leven en dood zouden worden gehouden, een initiatief dat ook in Nederland navolging vond.

De cirkel van het leven laat zien waarom het leven van Kübler-Ross is gegaan zoals het is gegaan. Op een aantal punten vragen haar inzichten om een weerwoord. Zo heeft zij nogal stellige antwoorden op levens- en zinvragen. Zij weet soms wel erg goed wat God doet en laat. Keuzevrijheid vindt zij het hoogste goed, maar zij wil op aanvechtbare gronden geen ruimte laten voor euthanasie. En ten slotte lijkt zij lange tijd de last van lijden en sterven te hebben weggeredeneerd, bijvoorbeeld met uitspraken als: 'Alles is te dragen zolang er liefde is' en 'Iedereen wordt gezegend en geleid'.

Toch is zij meestal minder radicaal dan in haar vorige publicaties. Nu het spook van een lang en moeizaam laatste traject haar leven heeft verduisterd, is haar toon veranderd van vaak bijna jubelend over de dood en mogelijkheden om te leven tot de dood, tot ingehouden. Misschien staan haar werk en inzichten nog in het zuiverste licht als ze worden gezien in het zwarte licht van haar ervaringen in deze laatste jaren.

Hans van Dam

Elisabeth Kübler-Ross: De cirkel van het leven - Herinneringen aan leven en sterven.

Vertaald uit het Engels door Ad.J. Koekkoek.

Ambo; 300 pagina's; * 39,90.

ISBN 90 263 1511 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden