Analyse Moco Museum

Het succesvolle Moco Museum is een waar selfiewalhalla, maar neemt het niet zo nauw met de regels van de museumwereld

Het laagdrempelige Moco Museum groeit explosief, maar neemt het niet zo nauw met de regels van de museumwereld.

Moco Museum op het Museumplein in Amsterdam. Beeld Anna van Leeuwen

Ze zijn in het centrum van Amsterdam een vertrouwd gezicht geworden, de reclameposters van Moco Museum. Ook op luchthaven Schiphol wemelt het inmiddels van de aanprijzingen van dit particuliere museum, dat nog maar drie jaar geleden brutaal zijn deuren opende tussen het Rijksmuseum, Van Gogh Museum en Stedelijk Museum.

De nieuwkomer op het Museumplein in Amsterdam heeft een explosieve groei doorgemaakt. Moco trok vorig jaar naar eigen zeggen een recordaantal van 550 duizend bezoekers. Daarmee staat het ‘in de top-7 van best bezochte musea in Nederland’, werd trots in een persbericht gemeld. Ter vergelijking: het Rijksmuseum trekt 2,3 miljoen bezoekers per jaar en het Stedelijk Museum 700 duizend. Moco laat met zijn bezoekersaantallen erkende instellingen als Gemeentemuseum Den Haag (415 duizend bezoekers) en Museum Boijmans Van Beuningen (284 duizend) achter zich. 

Het museum ontvangt vooral buitenlandse toeristen, is uit recensies op internet op te maken. Bezoekers klagen geregeld dat het te druk is in het kleine museum, maar de meesten zijn razend enthousiast, vooral vanwege de kunst van Banksy, vanaf het begin de publiekstrekker. De museumwinkel staat vol met zijn artikelen. Weinigen lijken te beseffen dat de anonieme straatkunstenaar Moco op een zwarte lijst heeft gezet.

Een bezoeker van Moco kijkt naar een werk van Banksy. Beeld giorgiafondrini / Instagram

De ligging tussen drie museumgiganten wekt hoge verwachtingen. Bij de buren op het Museumplein wordt er veel aan gedaan om de echtheid en de kwaliteit van de getoonde werken te garanderen. Dat is een van de taken van de conservatoren die zijn aangesteld bij het Rijks, Stedelijk en Van Gogh. Moco heeft geen experts in dienst. Het stelt genoeg te hebben aan de samenwerking met kunstenaars en specialisten van gerenommeerde veilinghuizen en galeries. Onderzoek van de Volkskrant wijst evenwel uit dat het museum het niet zo nauw neemt met de regels die in de museumwereld gebruikelijk zijn.

Moco Museum staat voor Modern Contemporary Museum. De afkorting is slim gekozen; die lijkt op MoMA (Museum of Modern Art) in New York en MOCA (Museum of Contemporary Art) in Los Angeles, instellingen van wereldnaam. Moco Museum mag zich zo noemen: de term ‘museum’ is in Nederland niet beschermd. Zo kent Amsterdam ook het Sexmuseum en het Torture Museum, die net als Moco geen lid zijn van de Museumvereniging, de belangenbehartiger van de 420 ‘officiële’ musea in Nederland.

Affiche Moco Museum aan de Stadhouderskade in Amsterdam. Beeld Michiel Kruijt

Moco is een commerciële onderneming van Kim en Lionel Logchies-Prins, een echtpaar dat al 14 jaar een kunsthandel drijft in Amsterdam. Hun Lionel Gallery organiseerde in 2015 een verkooptentoonstelling met werk van Banksy, die veel publiek bleek te trekken. Het stel wilde daarna meer doen met de straatartiest en zag een gedroomde locatie in Villa Alsberg, een voormalig woonhuis aan het Museumplein. Dat stond al enige tijd leeg en, nog belangrijker, ligt op de looproute tussen de drie grote musea.

WHAT’S IN A NAME?

Kort, krachtig, in diverse talen goed uit te spreken. MoMA is de ideale naam voor een museum. Maar ja, dat museum bestaat al, dus zoeken musea van Luxemburg tot Tasmanië naar andere krachtige afkortingen:

MoMA: Museum of Modern Art, New York
MOCA: Museum of Contemporary Art, Los Angeles
MACBA: Museu d’Art Contemporani de Barcelona
MoMu: ModeMuseum, Antwerpen
SFMoMA: San Francisco Museum of Modern Art
MOCAK: Museum of Contemporary Art, Krakau
MONA: Museum of Old and New Art, Hobart (Tasmanië)
MOBA: Museum of Bad Art, online
MUDAM: Musée d’Art Moderne Grand-Duc Jean, Luxemburg
MAMAC: Le Musée d’Art Moderne et d’Art Contemporain, Nice
MIMA: Millennium Iconoclast Museum of Art, Brussel

Het was een gedurfde gok: op internet werd toentertijd een jaarlijkse huurprijs genoemd van een kleine 600 duizend euro. ‘We willen graag deze kunstwerken met de wereld delen’, verklaarde Kim Logchies destijds tegen de Volkskrant. Het nieuwe museum, dat geen subsidie krijgt, kon volgens haar ook de verkoop in hun galerie stimuleren, maar moest vooral een ‘frisse beweging’ voor bezoekers worden.

Dat is gelukt: Moco trekt veel mensen die, zo blijkt uit hun online commentaar, niet snel naar het Stedelijk of het Rijks zullen gaan. Zij zijn ook stukken jonger dan het gemiddelde museumpubliek. Blijkens de stroom van foto’s op Instagram – het museum is voor velen een selfiewalhalla – laven ze zich aan het tentoongestelde, een mix van erkende kunst en straatkunst die vooral op toegankelijkheid lijkt te zijn uitgezocht.

De 550 duizend toegangskaartjes die Moco vorig jaar verkocht (de prijs was toen 14,50 euro per volwassene; de Museumkaart is er niet geldig), hebben miljoenen in het laatje gebracht. Ondanks hoge kosten is de conclusie duidelijk: Kim en Lionel Logchies hebben goud gevonden op het Museumplein.

Een aanzienlijk deel van het verdiende geld wordt weer uitgegeven aan het bereiken van publiek, getuige de permanente aanwezigheid van het museum in het straatbeeld van Amsterdam – naast de vele reclameborden vaart sinds vorig jaar ook een roze Moco-rondvaartboot door de grachten. In zijn promotiecampagne schermt Moco steeds met de grote kunstenaars die het in huis heeft. ‘Banksy, Warhol, Kusama, Dalí & Haring’, verkondigt bijvoorbeeld een recente reeks reclameborden. In een persbericht van begin dit jaar stelt het museum dat het een ‘breed scala aan moderne en hedendaagse kunst’ presenteert.

Daarmee doet het zich groter voor dan het is. Weliswaar laat Moco Banksy’s zien en is er steeds een tijdelijke tentoonstelling (nu 8,5 maand lang met werk van Daniel Arsham uit New York), maar de vaste collectie-opstelling op de tweede verdieping van de villa, de ‘Moco Masters’, bevat slechts vijftien stukken: twee Andy Warhols, drie Yayoi Kusama’s, een Salvador Dalí, twee Keith Harings, een Jean-Michel Basquiat, een Damien Hirst, een JR, een Jeff Koons, een Beijing WaWa, een OsGemeos en een KAWS. Dat is een minieme verzameling ten opzichte van de zes best bezochte ‘officiële’ musea waarmee Moco zich vergelijkt. Volgens het museum zijn er in de overige zalen en in de tuin nog dertien stukken uit de eigen collectie te vinden. 

Dat marketing door Moco Museum serieus wordt genomen, blijkt ook uit twee benoemingen: in 2017 werd de zakelijk directeur van Amsterdam Marketing naar het museum gehaald en onlangs het hoofd marketing van het Van Gogh Museum, die in 2018 tot ‘digital marketing professional van het jaar’ was uitgeroepen.

Bij de authenticiteit of kunsthistorische waarde van enkele Moco Masters zijn vraagtekens te zetten. Van Keith Haring, de in 1990 overleden popart- en straatkunstenaar, zijn twee ‘subway drawings’ te zien. Dat zijn de vlugge krijttekeningen die hij in de jaren tachtig aan de lopende band op onverkochte advertentieborden in de metro van New York maakte, en die snel een gewild verzamelaarsobject werden.

Een van de metrotekeningen die zouden zijn gemaakt door Keith Haring, in het Moco Museum. Beeld Anna van Leeuwen

Vreemd genoeg heeft een van de twee tekeningen, die van twee poppetjes met hartvormige hoofden, onzekere en opnieuw aangezette lijnen. Dat roept de vraag op of die wel echt is: Haring stond bekend om zijn vaste hand. De Nederlandse tekenaar Jan Rothuizen, bekend van zijn creatieve plattegronden (onder meer gepubliceerd in de Volkskrant), heeft met Haring samengewerkt en kent diens werk goed. Als hij op verzoek de krijttekening in Moco bekijkt, schudt hij meteen het hoofd: dit is volgens hem geen Haring. ‘Ik mis zijn snelheid van tekenen.’

Detail van een van de metrotekeningen in Moco Museum. Beeld Anna van Leeuwen

De schets werd in februari 2017 geveild bij Leclere in Parijs voor 29.348 euro. Volgens de veilingcatalogus komt het werk uit een New Yorkse privécollectie. Het veilinghuis laat desgevraagd weten dat de schets is ingebracht door een verzamelaar, die het van een ‘naaste vriend’ van Haring had gekocht. De onvaste lijnen wijt Adrien LaCroix, directeur naoorlogse en hedendaagse kunst bij Leclere, aan de kwetsbaarheid van het medium: krijt op papier.

De tweede metrotekening die Moco sinds kort toont, van vier dansende zwangere figuurtjes, is technisch duidelijk beter uitgevoerd. Maar er is ook iets geks mee aan de hand: in 2017 is een vergelijkbare tekening geveild. Dat is eigenaardig, want de krijttekeningen ontstonden spontaan en zijn uniek, zo bevestigt Rothuizen. Onduidelijk is of het museum de echte versie heeft, als die überhaupt bestaat – er is veel nep in omloop. Moco stelt beide werken te hebben gekocht ‘via een officieel en erkend veilinghuis’ en te zijn afgegaan ‘op hun en onze eigen expertise’.

Er is geen officiële instantie die uitsluitsel kan geven. De Keith Haring Foundation, opgericht door de erven van de kunstenaar, had een authenticiteitscommissie, maar die heeft nooit de metrotekeningen willen beoordelen omdat Haring die niet voor de kunstmarkt bedoeld had. Toen ze te vaak van de muren werden gestolen, stopte hij met het maken daarvan.

De authenticiteitscommissie is in 2012 opgeheven: doordat een afwijzing geregeld juridisch werd aangevochten, werd het uitgeven van echtheidsverklaringen een te dure zaak. De Andy Warhol Foundation was er als eerste mee gestopt, waarna veel andere stichtingen volgden. In het gat dat toen ontstond, is Richard Polsky gesprongen. Deze kunsthandelaar en voormalige galeriehouder richtte in Californië een bedrijf op dat op verzoek van de eigenaar onderzoekt of werken van Warhol, Basquiat, Haring en Jackson Pollock echt zijn.

Richard Polsky Art Authentication beoordeelt de metrotekeningen van Haring ook, tegen een tarief van 2.500 dollar. Volgens Polsky zijn er veel vervalsingen in omloop. Waaraan een echte te herkennen is? Hij wil er niet te veel over zeggen. ‘De lijnen moeten ononderbroken zijn.’ Daarnaast is de herkomst volgens hem belangrijk: ‘De voorgeschiedenis van het kunstwerk moet logisch zijn.’

Hoe groot het probleem van namaak is, bleek in 2013, toen de Keith Haring Foundation via de rechter erin slaagde een tentoonstelling in Miami te laten sluiten die 175 ‘Harings’ presenteerde. Volgens de stichting waren er maar ongeveer acht gemaakt door de kunstenaar.

De enige ‘Basquiat’ die in de eerste maanden van dit jaar in Moco hing, is zeker niet door de kunstenaar gemaakt. Het is een zeefdruk op papier die in een oplage van 85 exemplaren is gedrukt naar een schilderij van de kunstenaar uit 1982. De vader van Basquiat liet in 2001 vier van deze zeefdrukseries maken. Zijn zoon was toen al 13 jaar dood.

Bij Christie’s worden deze prints geregeld geveild. Het veilinghuis biedt ze dan aan als ‘naar Jean-Michel Basquiat’, waardoor potentiële kopers weten dat het niet van de hand van de kunstenaar zelf is. Het tekstbordje in Moco vermeldde echter Basquiat als maker en als jaartal 1982. In mei blijkt de zeefdruk te zijn vervangen door een andere, die ook na de dood van de kunstenaar is gemaakt. Het museum erkent dat het eerste tekstbordje niet helemaal secuur was.

De enige Dalí die Moco toont, is een schets uit circa 1957, die niet representatief is voor het surrealistische werk dat deze kunstenaar zo beroemd maakte. Op de potloodtekening staan vijf studies van een naakt vrouwenlichaam. 

Salvador Dalí, Trois Graces, ca, 1957, Moco Museum. Beeld Anna van Leeuwen

Eind 2015 werd de schets door een anonieme eigenaar te koop aangeboden op een liefdadigheidsveiling op internet. Die zou zijn verkocht voor 56 duizend euro.

De vraag is of het museum wel goed voor het werk zorgt. Het hangt al zeker sinds het begin van dit jaar op zaal met spotlights erop. Omdat tekeningen lichtgevoelig zijn en kunnen verbleken, worden ze in de museumwereld slechts enkele maanden getoond en daarna weer voor jaren opgeborgen. Tijdens een van de bezoeken van de Volkskrant aan het museum staat er vlakbij de Dalí een raam open; aan klimaatbeheersing – een hoge kostenpost voor veel musea – lijkt Moco niet te doen.

Jeff Koons

Er is meer kunst te zien op de bovenverdieping die niet van museale kwaliteit is. De sculptuur van Jeff Koons, een roze ballonvormige Venus, maakte de Amerikaanse kunstenaar in 2013 op verzoek van champagnemerk Dom Pérignon. Het is een kleinere kopie van een origineel werk dat in een oplage van 650 exemplaren werd uitgebracht, plus 40 stuks voor de kunstenaar. Christie’s en Sotheby’s bieden ze regelmatig voor tientallen duizenden euro’s aan, inclusief de fles roze champagne die erin past. Het is het enige werk dat het museum van Koons toont.

Jeff Koons, Dom Pérignon Balloon Venus, 2013 in Moco Museum Beeld Anna van Leeuwen

Iets dat bewust namaak was, is de Lichtenstein-3D-kamer. Deze week is die afgebroken. De kamer was gecreëerd naar een schilderij van de popartkunstenaar Roy Lichtenstein. De Amerikaan maakte in 1992 Bedroom at Arles, een moderne versie van het beroemde doek dat Vincent van Gogh ruim een eeuw eerder schilderde van zijn slaapkamer. In 2016 liet een cultureel centrum in Los Angeles Bedroom at Arles in 3D nabouwen ter gelegenheid van een Lichtenstein-tentoonstelling.

Toen Moco in het jaar daarna ook werk van de Amerikaan liet zien, werd daar eveneens een Lichtenstein-3D-kamer gemaakt. Na de tentoonstelling werd de slaapkamer gehandhaafd, tot genoegen van veel Instagrammers die zich liggend op bed lieten fotograferen.

Een bezoeker ligt op het bed van de 3D-versie van Bedroom at Arles. Beeld Danette Oberg / Instagram

De Lichtenstein Foundation in New York, die de artistieke nalatenschap bewaakt van de in 1997 overleden kunstenaar, heeft aan de Volkskrant bevestigd dat voor de 3D-kamer in Amsterdam toestemming is gevraagd. Maar uit een e-mail kort daarna, verstuurd op zondag 28 april, klonk opeens verbazing. ‘We hadden geen idee dat deze kamer er nog steeds was nadat de tentoonstelling was afgelopen’, schreef de ‘manager of intellectual property’, die over rechtenkwesties gaat. Ze schreef dat ze contact met het museum gaat opnemen.

Drie weken later meldde Moco dat de Lichtenstein-3D-kamer per 29 mei ophoudt te bestaan. Een reden werd niet gegeven. De Lichtenstein Foundation is ook niet mededeelzaam. ‘Er was een misverstand over de Lichtensteinkamer. Het museum is zeer coöperatief geweest.’

Banksy, de grootste bezoekersmagneet van Moco, heeft zijn eigen zalen. Een daarvan is door het echtpaar Logchies, dat hun museum uitbaat via het bedrijf Prins Museum bv, getooid met de naam ‘anti-capitalism’. De ironie hiervan is kenners van het werk van de protestkunstenaar niet ontgaan, blijkens hun schampere opmerkingen op internet.

Een bezoeker van Moco Museum bij een werk van Banksy. Beeld Bold Sarah / Instagram

In de zalen hangen bruiklenen: het echtpaar heeft de steun van enkele verzamelaars. Op de website staat te lezen dat de expositie niet de instemming heeft van de straatartiest. Op borden aan het toegangshek wordt de bezoeker daar eveneens op geattendeerd: ‘ongeautoriseerde tentoonstelling’.

Banksy is er niet gelukkig mee dat zijn kunst in Moco wordt getoond. Op de website banksy.co.uk, waarvan wordt aangenomen dat die van hem is, wordt gewaarschuwd tegen ‘fake’ tentoonstellingen die over de hele wereld worden gehouden. ‘Ze zijn georganiseerd zonder enige kennis of betrokkenheid van de kunstenaar. Behandel ze alstublieft dienovereenkomstig’, staat er geschreven boven een lijst van niet minder dan 18 exposities in 15 landen. Moco in Amsterdam is daar een van.

De enige museumshow waaraan Banksy meewerkte, vond in 2009 plaats in het Bristol Museum. Bovendien bouwde de kunstenaar in 2015 het ‘dystopische’ anti-pretpark Dismaland in de Britse kustplaats Weston-super-Mare. Moco heeft in de Banksy-zalen een sculptuur staan die daar te zien zou zijn geweest: een Mickey Mouse die is verzwolgen door een python, maar in de buik van de slang nog steeds rechtop zit. Kim en Lionel Logchies waren zo trots op de aanwinst van Mickey Snake dat ze daar in november 2017 een persbericht over uitbrachten: ‘Banksy werk van Dismaland naar Moco Museum’. Die herkomst staat ook aangegeven op het tekstbordje bij het beeld.

Bezoekers bekijken Banksy’s Mickey Snake in Moco Museum. Beeld Anna van Leeuwen

Vreemd genoeg werd de Mickey Mouse in Dismaland opgegeten door een andere slang, zo is op te maken uit de foto’s die bezoekers en persfotografen destijds in het Banksy-pretpark hebben gemaakt. De stripfiguur is daar verorberd door een olijfpython, met een groenbruine bovenkant en gele onderkant. Bij de sculptuur in Moco gaat het om een koningspython, die gele vlekken op een bruine huid heeft.

Na vragen hierover geven Kim en Lionel Logchies toe dat hun versie niet die uit Dismaland komt, maar een van de vier andere versies  is die Banksy volgens hen heeft gemaakt. ‘We zullen de zaaltekst nuanceren.’ Zij benadrukken dat hun beeld is voorzien van een echtheidsverklaring, net als de 41 andere Banksy-werken die Moco toont. Deze certificaten zijn uitgegeven door Pest Control Office Limited, het bedrijf in Londen dat voor de kunstenaar allerlei zaken afhandelt.

Een bezoeker neemt een foto in het Moco Musuem. Beeld Anna van Leeuwen

Banksy reageert niet op vragen die de Volkskrant via banksy.co.uk heeft ingediend over de Amsterdamse Mickey Snake en zijn lijst met ‘fake’ tentoonstellingen. Ook Pest Control mailt niet terug. De zelfgecreëerde geheimzinnigheid van de straatkunstenaar draagt vermoedelijk bij aan de wildgroei aan Banksy-tentoonstellingen: iedereen kan vrijuit ‘Banksy’s’ exposeren en souvenirs met zijn werk verkopen.

Dat gaat misschien veranderen. De straatkunstenaar ondernam onlangs juridische actie tegen een tentoonstelling met werk van hem in Milaan. Die was opgezet door Gianni Mercurio, een Italiaanse curator die de Logchies kennen: hij was een van de samenstellers van de Roy Lichtenstein-expositie in hun museum.

Mercurio had voor zijn tentoonstelling in Milaan eigenaren van Banksy’s benaderd die een echtheidsverklaring bezitten. De Italiaan had vooraf ook Pest Control om medewerking verzocht, maar die niet gekregen. Toen The art of Banksy. A visual protest in november 2018 werd geopend, werd expliciet vermeld dat de expositie ‘ongeautoriseerd’ was.

Niettemin stond op promotiemateriaal en op te koop aangeboden souvenirs de naam van Banksy gedrukt, evenals bekende creaties van hem. Ook was er een catalogus gemaakt waarin foto’s van zijn werken stonden. Een van Banksy's motto's op muren was: ‘Copyright is for losers’. Niettemin spande Pest Control in Italië een proces aan tegen de organisator. Het bedrijf stelde dat door de expositie het merk- en auteursrecht van de kunstenaar was geschonden. ‘Banksy’ blijkt eerder door Pest Control te zijn gedeponeerd als merknaam, evenals door hem vervaardigde teksten en afbeeldingen, zoals het meisje met de ballon.

Een Italiaanse rechter oordeelde op 14 januari van dit jaar dat de verkoop van souvenirs een schending van het merkrecht is en dat die dus moet worden stopgezet. De aankondigingen van de tentoonstelling werden wel toegestaan: publiek moet kunnen worden geïnformeerd over wat er te zien is. Pest Control kreeg ook geen gelijk ten aanzien van het auteursrecht: dit hebben kunstenaars weliswaar over fotografische reproducties van hun werk, zo overwoog de rechter, maar onbewezen is dat Pest Control ook op dit terrein juridisch de vertegenwoordiger van Banksy is.

Het is, voor zover bekend, voor het eerst dat de straatartiest naar de rechter is gestapt vanwege schending van auteurs- en merkrecht. De vraag is of hij daarmee doorgaat en of Moco dan ook een dagvaarding van hem op de mat krijgt.

Entree van de museumwinkel van Moco Museum. Beeld Anna van Leeuwen

In de winkel van het Amsterdamse museum is veel merchandise te vinden met kunst van de straatartiest. Banksy’s meisje met de rode ballon, zijn demonstrant die geen molotovcocktail gooit maar een bos bloemen, zijn aap met een bord om de nek (met daarop de tekst: ‘Keep it real’) – ze zijn op T-shirts, hoodies, mokken, telefoonhoesjes, skateboards en posters te verkrijgen. Op een klein bordje bij de kassa staat: ‘unofficial Banksy merchandise’. Wie iets in de museumwinkel koopt, krijgt daar een papieren zak omheen met het motto van Moco: ‘In art we trust.’

Meer over Moco

- Hoe doen ze het? Twee Amsterdamse galeriehouders beginnen een commercieel museum tussen de gesubsidieerde concurrenten. In 2016 sprak de Volkskrant met Kim Logchies-Prins over de start van Moco. 

- Waar vind je nog zo’n heerlijk krakende parketvloer? Hoe losjes de presentatie ook is, soms is de combinatie van werken verrassend. De eerste tentoonstelling van Moco Museum kreeg drie sterren.  

- Wat vonden we ervan? Bezoekers over Banksy Laugh Now: ‘Het is modern, en absoluut niet saai, want je kunt zijn werk ook op straat vinden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden