Recensie Het echte leven

Het succesdebuut van Adeline Dieudonné zal vooral tieners behagen ★★★☆☆

Het succesdebuut van de Belgische Adeline Dieudonné, over een meisje dat weigert te zwichten voor haar wrede vader, zal vooral tieners aanspreken.

Adeline Dieudonné: Het echte leven. Beeld Atlas Contact

De Belgische theatermaker en schrijver Adeline Dieudonné (1986) had in Franstalig België en in Frankrijk enorm succes met haar eerste roman, een klassiek coming-of-ageverhaal met trekken van een sprookje. Het echte leven speelt zich af in vijf opeenvolgende zomers, waarin we de 10-jarige verteller en haar 6-jarige broertje Gilles zien opgroeien. Ze wonen in een troosteloze wijk van grijze prefabwoningen, aan de rand van een veld met een autokerkhof en daarachter een bos.

In een liefdeloos huishouden waar een gewelddadige vader de scepter zwaait (of: met geweren zwaait, want jagen op exotische dieren is zijn grootste hobby) en een moeder die niet meer is dan een met angst volgelopen amoebe met als belangrijkste taak eten maken, moet de hoofdpersoon geweld en gruwelijkheden doorstaan,  waarbij vergeleken wat Assepoester of Hans en Grietje meemaken povertjes afsteekt. De woorden waarmee ze haar broertje geruststelt, zouden het motto van de schrijver kunnen zijn geweest: ‘Verhalen dienen om er alles in te stoppen wat ons bang maakt, zo zijn we er zeker van dat het in het echte leven niet gebeurt.’

Gelukkig zijn er lichtpuntjes: de dwerggeitjes van hun moeder, de mooie vrouw aan de overkant van het veld aan wie de verteller toverkracht toedicht, de vader van haar oppaskindjes op wie ze verliefd wordt en natuurlijk is er Gilles, het kleine broertje met wie ze speelt en over wie ze waakt, voor wie ze ‘onverwoestbare liefde’ voelt.

Het boek is bijna overvol door de beeldende taal van Dieudonné, maar dat resulteert ook in heerlijke zinnen als: ‘Een man gaf meloen met parmaham over.’ Of: ‘Mijn moeder keek als een koe die net het onzekerheidsprincipe van Heisenberg heeft uitgelegd gekregen.’ Hier geeft die taal wat lucht, maar verder dient ze vooral om een zo benauwd mogelijk, luguber universum te creëren: ‘Bij de deur stonden de resten van wat waarschijnlijk ooit een laminaatkast was geweest te rotten als het gezwollen lijk van een vrouw op de oevers van een rivier.’

Zonder al te veel van het verhaal weg te geven, kunnen we stellen dat het de hoofdpersoon lukt om een wereld voor zichzelf te bouwen, buiten die van haar vader. Ze weigert te eindigen als een bang, opgejaagd dier, net als haar moeder. Haar passie voor wis- en natuurkunde helpt haar daarbij.

Toch schort er behoorlijk wat aan deze roman. Hoewel de schrijver er alles aan doet om je mee te slepen in het verhaal, laat ze haar hoofdpersoon ervaringen en gevoelens analyseren alsof ze twintig jaar ouder is. Dat maakt haar er niet geloofwaardiger op. Ook wordt er op die manier weinig aan de lezer overgelaten, alles wordt voorgekauwd en uitgelegd. Dat, en het feit dat het boek leest als een trein (leestijd: hooguit drie uur) én voornamelijk prijzen heeft gekregen van jongerenjury’s, maakt aannemelijk dat deze roman eerder jongere lezers zal aanspreken dan de meer gevorderde. Voor tieners die alle C-boeken uit de bibliotheek uit hebben, is hier Het echte leven.

Adeline Dieudonné: Het echte leven. Uit het Frans vertaald door Kris Lauwerys en Isabelle Schoepen. 
Atlas Contact; 206 pagina’s; € 21,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden