Het succes van Museum De Pont in vijf topstukken uit de collectie

Een klein privémuseum groeide in 25 jaar uit tot een vermaard instituut: De Pont in Tilburg. Directeur Hendrik Driessen licht het succes toe aan de hand van vijf werken.

Anish Kapoor (rechts) houdt toezicht bij het plaatsen van Sky Mirror (for Hendrik) voor museum De Pont in Tilburg. Beeld Dolph Cantrijn

Hè? Waar? In Tilburg? Onmogelijk! Dat waren 25 jaar geleden toch de eerste gedachten, toen bleek dat ze in de cultuur arme textielstad een nieuw centrum voor hedendaagse kunst aan het bouwen waren.

Toch opende op 12 september 1992, in een verbouwde fabriek tussen het Wilhelminapark en de Goirkestraat, precies zo'n centrum: museum De Pont. En wat blijkt: anno 2017 is het uitgegroeid tot een van de beste, mooiste en geslaagdste kunstinstituten in Nederland en ver daarbuiten. Het verhaal van het jubilerende museum, waarvoor morgen door prinses Beatrix een spiegelend buitenbeeld van Anish Kapoor wordt onthuld, is relatief eenvoudig te vertellen.

De Tilburgse advocaat en auto-importeur Jan de Pont liet een aanzienlijk bedrag achter dat besteed mocht worden ter ondersteuning van hedendaagse cultuur. Edy de Wilde, bestuurslid van De Pont en oud-directeur van het Van Abbemuseum en het Stedelijk Museum, benaderde Hendrik Driessen als directeur voor een nieuw museum. Eerder was Driessen ook werkzaam bij het Stedelijk en Van Abbe. Na enige omzwervingen - ze wilden aanvankelijk iets bouwen in de Noordoostpolder - kwamen ze uit in De Ponts geboortestad Tilburg. Daar vonden ze een oude, nog deels in bedrijf zijnde wolspinnerij, 6.000 vierkante meter groot, die door architectenbureau Benthem Crouwel werd verbouwd, waarna het collectioneren een geweldige vlucht nam.

De rest is geschiedenis, want inmiddels is de collectie uitgegroeid tot werken van tachtig kunstenaars, van wie het museum er zo'n achthonderd in huis heeft, hoewel niet van ieder evenveel. Van Ai Weiwei en Steve McQueen zijn twee werken in de collectie, van Marlene Dumas zestien, Luc Tuymans achttien en van Robert Zandvliet zelfs eenendertig schilderijen en tekeningen.

Jubileumtentoonstelling WeerZien
16 september t/m 18 februari
De Pont, Tilburg

Hendrik Driessen legt uit: 'We verzamelen niet in de breedte, maar kopen van een beperkt aantal kunstenaars veel aan.'

En dat met een 'heel gewoon' budget van een half miljoen euro per jaar. Wat minder is dan je zou verwachten met een collectie bestaande uit grote namen als Richard Serra, Marlene Dumas, Thomas Schütte, Gerhard Richter, Sigmar Polke en Anish Kapoor.

Voor de Volkskrant maakte Hendrik Driessen (65) een keuze uit de verzameling - 'Nee, het gaat niet om smaak, wel om mentaliteit' - die de geschiedenis van de collectie belicht.

Noordoostpolder

Bijna had museum De Pont niet in Tilburg maar in de Noordoostpolder had gestaan. Directeur Hendrik Driessen had, net voor zijn benoeming, een tentoonstelling gemaakt met werk van Donald Judd. De Amerikaanse kunstenaar had in Marfa, Texas een eigen museum van losse paviljoens verwezenlijkt. Dat leek Driessen ook wel wat. Een mooi plan, maar volgens het De Pont-bestuur ietsje te duur. Pas toen kreeg men een al bestaande spinnerij in Tilburg in het vizier.

Vijf werken uit de collectie

Richard Long (Bristol, 1945, daar woont hij nog steeds). Planet Circle, 1991.

'Hoe begin je een kunstverzameling? Ik had in het begin geen idee. Wel dacht ik als een spin een web te weven, vanuit een paar stevige draden. Edy de Wilde adviseerde me met zeven kunstenaars te beginnen. Het werden er uiteindelijk twintig. Daar zaten toen nog geen grote namen bij als Gerhard Richter of Sigmar Polke, wel Richard Long. Ik kwam de cirkel tegen op een tentoonstelling van Long in Frankfurt, in 1991. Daar lagen toen drie kalkstenen cirkels van hem op de grond, twee kleine en een grote. Ik zag gelijk dat die grote goed in ons gebouw zou passen. We wilden iets permanents kopen, dat aansloot bij de architectuur. En ook van een bekende naam. Dat had ik van Edy geleerd, dat je minstens één meesterwerk per jaar moet kopen. Dan heb je na vijf jaar toch vijf meesterwerken in huis. Dit werk van Long gaf ook gelijk onze ambitie aan: 'Dit kunnen we!' Als je een lange polsstok hebt, zoek je ook de breedst mogelijke sloot uit om overheen te springen.'

Richard Long, Planet Circle, 1991.

Sigmar Polke (Oels, 1941, gestorven in Keulen in 2010). Hermes Trismegistos I-IV, 1995.

'We wilden na de 'Richard Long' een volgende grote stap zetten. Ik had mijn oog laten vallen op Polkes schilderij Hope is: Wanting to Pull Clouds, van een man die met een touw een paar wolken in bedwang houdt. Een prachtwerk dat ik in het Stedelijk had gezien. Maar Polke vroeg te veel. Het ging niet door. Hij belde wel later op en zei: 'Het werk is klaar en gaat morgen op transport naar Amerika.' Wat bleek: had-ie speciaal voor ons iets anders gemaakt. In Amerika wilde iedereen het kopen, maar hij zei, nee, het is voor een Europees museum. Dat waren wij, terwijl we eigenlijk pas een paar jaar bezig waren. Het was de gun-factor van Polke die de doorslag gaf.

De vier schilderijen zijn gebaseerd op een vloermozaïek in de kathedraal van Siena: Hermes, een wijze uit het Oosten, die zijn boeken overhandigt aan de wijzen van het Westen. Een oud, maar eigentijds thema. Het staat nu weer helemaal in de belangstelling. Het is een prachtig gelaagd werk: het doek zelf is transparant; de kleuren zijn tegen de binnenkant geschilderd; de zwarte tekening aan de buitenkant.'

Sigmar Polke, Hermes Trismegistos I-IV, 1995.

Tacita Dean (Canterbury, 1965, ze woont nu in Berlijn). Disappearance at Sea I, 1996.

'Een betoverende 16mm-film. Ook omdat-ie zo heerlijk ratelend wordt geprojecteerd. Je ziet alleen de spiegels van een vuurtoren die piepend en krakend rond een lamp draaien. En af en toe hoe het licht over de zee glijdt. Er zit een fascinerend, waargebeurd verhaal achter. Over de Britse zakenman en amateurzeiler Donald Crowhurst (1932-1969) die had opgeschept dat hij een zeiltocht over de wereld zou maken, wat eigenlijk buiten zijn macht lag. Hij zond onderweg allerlei semafoonberichten die niet bleken te kloppen. Hij is ook nooit teruggevonden. Zonder dit te weten, voel je de tragiek in de film.

De keuze voor dit werk laat zien dat we breed verzamelen, multidisciplinair en multimediaal. Reden waarom we onlangs het museum hebben uitgebreid, met zalen waarin film en video goed kunnen worden getoond. Met deze aankoop zeten we een lijn uit die we willen voortzetten, zoals met werk van David Claerbout en Steve McQueen.'

Tacita Dean, Disappearance at Sea I, 1996.

Berlinde De Bruyckere (Gent, 1964, daar woont ze nog steeds). Eén, 2003-200.

'Berlinde is een echte beeldhouwer. Alles wat ze maakt is driedimensionaal, zelfs haar tekeningen. Ze begon met gestapelde dekens, als een monument voor vluchtelingen. Pas later ontstonden de mensfiguren. Eerst met benen die onder die dekens uitstaken, daarna de rest. Maar ook die lijven zelf zijn gestapeld: ze bestaan uit kleurige waslagen waardoor er die typische doorzichtige huid ontstaat. In de ene kast zijn het twee figuren die de liefde bedrijven, in de andere kast zit één lichaam. De lijven zijn getormenteerd. We hebben meer confronterend werk in de collectie, zonder dat het een plaatje van een praatje is. Zoals Luc Tuymans' schilderij van een lampenkap die van mensenhuid is gemaakt, wat je niet gelijk ziet, maar toch voelt. De vervormde baby's van Marlene Dumas. Of Boltanksi's fotoportretten van mensen net voor en tijdens de oorlog, terwijl de titel luidt: Menschlich. Zet je toch aan het denken.'

Berlinde de Bruyckere, Eén, 2003.

Anish Kapoor (Mumbai, 1954, woont nu in Londen). Vertigo, 2008.

'Het is aantrekkelijk en vervreemdend, dit werk. Van een afstand lijkt het spiegelende vlak nog redelijk normaal, maar wat dichterbij kiepert het beeld ineens om. Dan staat alles ineens ondersteboven en smelt iedereen die ervoor staat samen. Een overweldigende ervaring. Subliem. Heel extreem. Het draait de werkelijkheid letterlijk om. We hebben meer van Kapoor in onze verzameling. Je bouwt een relatie op. Van de Gemeente Tilburg kregen we een half miljoen euro voor een permanent beeld buiten, maar daar heb je nog geen Kapoor voor. Toen ik hem vertelde dat we ons 25-jarig jubileum gingen vieren en geld hadden voor een mooi beeld, maar te weinig voor iets van hem, antwoordde hij: 'Hoezo?' Nu krijgen we zijn Sky Mirror (for Hendrik) voor de maakprijs. Het weerspiegelt de hemel en die is nooit hetzelfde. Het laat zien: hier zijn we, met zijn allen. Dat het niet zo verkeerd is in Tilburg.'

Anish Kapoor, Vertigo, 2008. 'Het is aantrekkelijk en vervreemdend, dit werk.'

Cathy Wilkes (Belfast, 1966, ze woont nu in Glasgow). Zonder titel, 2016.

'Toegegeven, in het begin kon ik niets met haar werk. Meestal is dat een goed teken. Gaandeweg begon ik het te herkennen. Cathy is een heel monomane kunstenaar. Bedachtzaam. Toen ik op haar atelier kwam, vroeg ze niet of ik mijn jas wilde uitdoen of koffie wilde. Ze begon gelijk te praten en verplaatste constant een paar walnoten op een stapel papier. 'Om er wat leven aan te geven, voordat ik ga tekenen', was de verklaring. Ze trekt zich niets aan van conventies. Ze poetst en schraapt net zo lang over het papier of doek totdat er bijna gaten in ontstaan. En wat van het doek is geschraapt, vangt ze weer op in een enorme badkuip, voor verder gebruik. Fascinerend.'

Cathy Wilkes, Zonder titel, 2016.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden