ACHTERGRONDDe revival van het stripblad

Het stripblad is aan een serieuze revival bezig. Welke (nieuwe) titels zijn de moeite waard?

Jeugdtijdschrift Jump.Beeld Charel Cambré

Computerspellen, ontlezing, alle reden om géén strips meer te lezen. Des te leuker dat het wel weer gebeurt. De Volkskrant gidst u door de kiosk én het alternatieve circuit. 

Voor striptekenaars is het tijdschrift wat de concertzaal is voor muzikanten en het stadion voor voetballers: de plek waar je kunt laten zien wat je waard bent. In de jaren zestig van de vorige eeuw waren stripbladen met wekelijkse oplagen in de honderdduizenden heel gewoon, maar hiervan is door de veranderde jeugdcultuur (ontlezing, computergames) weinig overgebleven. Alleen Donald Duck verkoopt nog altijd tegen de 200 duizend bladen, Tina haalt er zo’n 30 duizend en Eppo, een titel uit vervlogen tijden die sinds 2009 weer wordt uitgegeven, is goed voor 10 duizend stuks. Daarbuiten was het aanbod schraal, zowel in de mainstream als in het alternatieve circuit. Voor tekenaars is dat problematisch, omdat ze in tijdschriften vanouds hun werk voorpubliceren. Als ze daar niet meer van kunnen leven, daalt hun toch al geringe inkomen naar een bedenkelijk niveau.

Sinds vorige maand lijkt dat tij te keren dankzij Jump, een nieuw jeugdtijdschrift dat zichzelf schaamteloos afficheert als ‘Het leukste stripblad van het universum’. Dat het hier niet gaat om een marginaal blaadje, blijkt wel uit de oplage van 26 duizend exemplaren. Jump is commercieel opgezet, het tweede nummer ligt al in de schappen van de supermarkt en het blad krijgt medewerking van bekende namen als Jean-Marc van Tol, Hanco Kolk en de Vlaamse Charel Cambré. Uitgeverij Personalia brengt het op de markt en is ervaren, want het bedrijf is óók verantwoordelijk voor de hoogglanzende Stripglossy die al wat langer te koop is en altijd werkt met gasthoofdredacteuren. In die rol verraste Hein de Kort de lezer onlangs met Karton Krisis Kunst: knutsel je eigen masker in elkaar.

Maar er verschijnen in het stripuniversum nog veel meer opmerkelijke titels, zodat je zonder overdrijving kunt spreken van een revival van het stripblad. Tekenaars en lezers van diverse pluimage weten elkaar te vinden, en elk tijdschrift hanteert een ander verdienmodel. Commerciële titels mikken vooral op de losse verkoop, terwijl een undergroundblaadje zoals KutLul wordt gemaakt door liefhebbers voor liefhebbers: winst maken is geen prioriteit. Het ambitieuze Wobby houdt de broek op met subsidie, maar is er ook in geslaagd om geïnteresseerde kopers te vinden op de hipste plekken in Londen en New York. Dit najaar wordt werk van de Wobby-tekenaars bovendien tentoongesteld in het Tilburgse museum De Pont. Het aanbod aan nieuwe stripbladen kon verder worden uitgebreid dankzij crowdfunding, waarmee vorig jaar twee titels zijn gerealiseerd die ’n tikkeltje tegendraads zijn (Brul!) of zelfs onvervalst links (Aline). Op de logische vraag of zo’n maatschappelijk geëngageerd tijdschrift wel bestaansrecht heeft, zei Aline-hoofdredacteur Wasco: ‘Ik merk dat mensen iets tastbaars in handen willen hebben. Iets wat je niet met een druk op de knop uitgumt.’ Misschien ligt dat wel ten grondslag aan de comeback van het stripblad: dat het lekker kan kreuken en ezelsoren krijgt.

Jump: de hoofdredacteur is 10

De hoofdredacteur van Jump heet Tim en is 10 jaar jong. Marketingtechnisch is het slim om een blad te laten presenteren door iemand die dicht bij de lezer staat. Tim schrijft de intro voorin het blad en doet ook interviews, met hulp van de grote mensen. Eén van hen is Margreet de Heer, beter bekend als de Stripmaker des Vaderlands, die in Jump echter een andere rol vervult: ‘Technisch gezien ben ik er niet bij betrokken als Stripmaker des Vaderlands, maar ‘gewoon’ als Margreet. Jump-uitgever Seb van der Kaaden geeft ook mijn eigen boeken uit, en sinds coronatijd geef ik zijn zoon Tim tekenles. Daaruit vloeide voort dat ik samen met Tim interviews doe met bekende personen: hij stelt de vragen per Zoom, ik werk ze uit tot stripinterview. Verder houd ik achter de schermen bij Jump een vinger aan de pols over zaken als een goede verhouding tussen Nederlandse en Vlaamse tekenaars en zorg ik er voor dat het blad zowel meisjes als jongens aanspreekt.’

KutLul: laagdrempelig, ouderwets, offline

Stripblad KutLul.Beeld Dirk Verschure

Het is een vraag die je liever niet hardop stelt als je bij de toonbank van een stripwinkel staat: ‘Is de nieuwe KutLul al uit?’ Typisch underground om je geesteskind zo’n idiote naam te geven, maar de tekenaars Joost Halbertsma uit Rotterdam en Dirk Verschure uit Berlijn hadden geen idee dat hun maaksel zo’n lange levensduur zou hebben. Deze maand verschijnt alweer het twaalfde nummer, zowel in de Randstad als in de Duitse hoofdstad, in een oplage van 750 stuks, offset gedrukt. Dat is wel eens anders geweest, zegt mede-oprichter Halbertsma: ‘We zijn dit ‘lullig-kutblaadje’ vooral begonnen om onszelf te vermaken. We hebben het eerst gekopieerd en uitgedeeld aan vrienden. De reactie was: tof! wanneer komt de volgende, en kan ik meedoen? Ondertussen publiceren we gemiddeld twintig internationale artiesten, vooral autonoom werk dat wijzelf interessant vinden. En we kunnen onze drukkosten terugverdienen, zonder enige andere financiële steun, puur van de verkoop: er is dus behoefte aan een laagdrempelig, ouderwets, offline zine.’

Aline: voor mensen die van plaatjes houden

‘Mag het een onsje minder zijn?’ Die prangende vraag staat op het omslag van Aline #2. Hoofdredacteur Aline, een alias van tekenaar Ge Wasco, zegt tegen de lezer: ‘Het thema van mijn tweede nummer is VLEES, want daar hou ik ontzettend veel van, ook al ben ik honderd procent plantaardig. Aan dit nummer zijn geen hormonen toegevoegd, alleen een beetje adrenaline en ecoline.’ Aline verschijnt in een oplage van 1.250 exemplaren en kon in 2019 worden gelanceerd dankzij een geslaagde crowdfundingcampagne. Aan het blad wordt meegetekend door toppers uit de alternatieve scene, zoals Typex, Sam Peeters, Anne Stalinski, Charlotte Dumortier en Wasco zelf, winnaar van de Stripschapprijs 2020. Over het door hem geïnitieerde blad zegt hij: ‘De doelgroep bestaat uit mensen die niet speciaal stripliefhebber zijn, maar wel in het reilen en zeilen van de wereld geïnteresseerd zijn. Het richt zich evenveel op vrouwen als op mannen. Op een breed en intelligent publiek dus.’

Brul!: voor kinderen van 8 tot 108

Stripblad Brul!Beeld Illustratie Jeroen Funke

Jeroen Funke, tekenaar van de kinderstrip Victor & Vishnu en Tommy A., de schepper van Prins Kat, wilden een fris en grappig blad maken waarin kinderen dingen kunnen ontdekken die ze elders niet zo snel tegenkomen. Ze schrijven: ‘Het aanbod voor kinderen is weliswaar groter dan het ooit is geweest, maar inhoudelijk is het verschraald. Juist door het grote aanbod zijn marketeers zich steeds meer met de inhoud gaan bemoeien. Brul! is een geweldig alternatief voor de meer commerciële tijdschriften voor kinderen.”

Inmiddels is alweer het vijfde nummer in de maak. De oplage van dit “supertoffe stripblad” is ongeveer 700 en bedoeld voor kinderen van 8 tot 108, aldus Jeroen Funke. Een van de striphelden in het blad is een roze regenworm, genaamd Ollie, die meters lang wordt als het moet. In strips kan alles.

‘Wobby: voor autonome illustratie’

Magazine Wobby.Beeld Illustratie Joakim Drescher

Als je te koop bent in de museumwinkel van Tate Modern in Londen en bij kunstboekhandel Printed Matter in New York heb je iets goed gedaan. Hoofdredacteur Marjolein Schalk verklaart: ‘Ik zou Wobby zelf niet meer omschrijven als een stripblad, het is eerder een Risograph gedrukt magazine voor visuele kunsten. Een Engelstalig tijdschrift dat vier keer per jaar verschijnt met grafisch werk van kunstenaars uit binnen- en buitenland: experimenteel, grensverleggend, humoristisch, eigenzinnig.’ Het net verschenen 22ste nummer van Wobby is gewijd aan het thema ‘Outbreak’, maar letterlijke verbeeldingen van de virusuitbraak ontbreken: de lezer moet zijn of haar fantasie gebruiken.

Het magazine verschijnt in een oplage van 650 exemplaren, heeft 130 abonnees en wordt gesubsidieerd door de provincie Noord-Brabant. Wobby maakt deel uit van het overkoepelende Wobby.club, dat live radioprogramma’s verzorgt (Radio WobTit), beurzen organiseert (Wobby Wonderland) en tentoonstellingen maakt. Tot begin januari 2021 is in museum De Pont een expositie te zien met origineel werk van Wobby-tekenaars als Jeroen de Leijer, Steppie Lloyd Trumpstein, Bobbi Oskam en Marjolein Schalk zelf.

Gouwe ouwen

Naast de meer recente stripbladen zijn er ook nog twee titels die zich al decennia staande houden. Zone 5300, gewijd aan ‘Strips, Cultuur & Curiosa’, bracht afgelopen week #124 uit, jaargang 26. Met een tekening van Milan Hulsing op de cover. Van Stripschrift, het oudste stripinformatieblad ter wereld, opgericht in 1968, verscheen in juni zelfs het 462ste nummer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden