Essay Stiergevechtkunst

Het stierengevecht was een gruwelijke inspiratie voor beroemde kunstenaars. Hoe moeten we kijken naar de daaruit voortgekomen werken?

Schilders als Goya en Van Gogh hielden van het stierengevecht. Picasso ook. Hoe moeten we naar hun werk kijken nu de ‘rituele slachting’ in de corrida uit de gratie raakt?

La Tauromaquia No. 20: The Agility and Audacity van Juanito Apinani in de ring in Madrid, door Francisco de Goya. Beeld Corbis/VCG via Getty Images

Een jongetje van een jaar of 9 was ik, toen mijn vader mij aan het handje meenam naar een stierengevecht. Het vond plaats in de Plaza de Toros Monumental in Barcelona. Ik droeg een korte broek en mijn vader ook, want we waren met vakantie, we stonden ergens op een camping aan de Costa Brava. 

Het was ons eerste bezoek aan Spanje: dat stierengedoe mochten we niet missen. Ik vond het overweldigend, maar ook eng. Alles verliep rustig tot de picadores te paard de arena binnenreden en één van hen zijn lans met kracht tussen de schouderbladen van de stier dreef, wat een gapende wond veroorzaakte. Daar begon veel bloed uit te stromen. Op dat moment ging mijn vader rechtstaan en riep uit volle borst: ‘Dierenbeul!’ Dit moet zich hebben afgespeeld in de zomer van 1958. Niemand kon toen bevroeden dat ik in de zestig jaar die volgden enige honderden corrida’s zou bijwonen.

Nooit heb ik in al die jaren een corrida bezocht zonder schuldgevoel. Ik wist altijd dat ik getuige ging zijn van een spektakel dat mij op zijn beste momenten tot tranen kon roeren, maar ik voelde me tegelijk medeplichtig aan moord. Misschien maakt die ambivalentie deel uit van de mysterieuze aantrekkingskracht van het fenomeen.

Mijn eerste held was Manuel Benitez, beter bekend als El Cordobès, die in datzelfde jaar 1958 ergens in een Spaanse arena vanuit het publiek de ring in sprong. Voor de politie hem kon arresteren, vertoonde hij een paar briljante passes en zette de stier superieur naar zijn hand. Toen ik hem halverwege de jaren zestig in levende lijve op zag treden was hij al uitgegroeid tot een nationaal idool. Juan José Padilla moest toen nog geboren worden.

Padilla, El Pirata, werd mijn laatste held. In 2011 maakte een hoornsteek hem invalide. Hij verloor een oog en zijn gezicht bleef half verlamd. Maar hij keerde terug en nam pas afscheid in 2018. Ik nam mij voor dat zijn afscheid van de corrida ook het mijne zou zijn. Niet dat ik op mijn oude dag plotseling teerhartig was geworden: ik had de inherente gruwel van deze folklore nooit uit het oog verloren. Maar aan alles komt een eind en zo’n maestro als Padilla komt er nooit meer.

Uit de gratie

Het stierengevecht is al een tijdje op zijn retour. Elk jaar zakken de bezoekersaantallen. De oppositie tegen de corrida groeit. Actiegroepen van fanatieke dierenbeschermers bedreigen toreros en aficionados. Maar wat nu beschouwd wordt als een walgelijk anachronisme, was eeuwenlang een onuitputtelijke bron van inspiratie voor kunstenaars, vooral voor schilders. Moeten de kunstwerken die daaruit zijn ontstaan ook in de ban?

Mariano Fortuny Marsal - Stierengevecht. Gewonde Picador ca. 1867. Beeld © Colección Carmen Thyssen-Bornemisza

Het stierengevecht is helemaal geen gevecht. Het is een rituele slachting van runderen die speciaal zijn gefokt om in een feestelijke entourage om het leven te worden gebracht. Meeslepende muziek, glinsterende kostuums, bloed en heldenmoed vormen de pittoreske ingrediënten. Maar het blijft een openbare slachtpartij. Het bloed moet vloeien en de dood van het beest is het einddoel. Het fenomeen wekt afschuw en ontroering tegelijk. Smerigheid en schoonheid in één pakket.

Kunstenaars zijn kennelijk gevoelig voor de emoties die dit spektakel oproept. In de stierentaferelen uit de Griekse mythologie die ons op muurschilderingen zijn nagelaten, wordt de vechtstier voorgesteld als een iconisch dier, zo krachtig dat een gewoon mens het onderspit delft. Torero’s die door de stier toegetakeld worden, waren trouwens ook een favoriet onderwerp voor Francesco Goya, de Spaanse kunstschilder en graveur, die in 1816 een serie van 33 prenten maakte met als titel La Tauromaquia. Hij maakte graag portretten van stierenvechters, vooral van de in die dagen beroemdste matador Pedro Romero. 

Propagandamateriaal

Ook beeldde hij zichzelf af terwijl hij met een lap een jonge stier uitdaagt (La novillada uit 1779). Goya was dermate gegrepen door de corrida dat hij brieven soms ondertekende met de naam Francisco de los Toros. Het is dus enigszins potsierlijk dat de huidige tegenstanders van de corrida hem postuum proberen in te lijven. Twee jaar geleden vond in Madrid een tentoonstelling plaats, ter gelegenheid waarvan de kunsthistoricus Rafael Doctor verklaarde dat het werk van Goya nu lang genoeg als propagandamateriaal ten faveure van de corrida was gebruikt. Hij zag in de etsen juist een wrede visie op het stierengevecht en volgens hem was Goya eerder een pionier van de verdediging der dierenrechten. Zo haalt elke generatie zijn eigen gelijk.

Ook de latere romantische schilders haalden hun hart op aan de corrida. De Italiaans-Spaanse Mariano Fortuny maakte in 1867 een schilderij dat van de muur afspat door de afgebeelde schittering en sensatie. Het heet in het Engels Bullfight. Wounded picador en is tegenwoordig te bewonderen in het Carmen Thyssen Museum in Malaga. Rechts wordt de onfortuinlijke picador afgevoerd, terwijl links de stier alweer een steek incasseert van de volgende torero te paard. Aquarellen van zijn hand met vergelijkbare voorstellingen hangen in het Louvre en in het British Museum. Een jaar eerder (1866) vervaardigde Edouard Manet zijn Corrida de toros, een werk dat – weliswaar een beetje weggemoffeld – in het Musée d’ Orsay te zien is.

Portret van Pablo Picasso (1881 - 1973), Golfe-Juan, Vallauris, France, 1949. Beeld The LIFE Picture Collection/Getty

Een der meest kleurrijke en overweldigende momenten van de corrida is het plechtige begin. Tijdens de paseíllo, de glorieuze intrede der matadores met hun cuadrillas, brengt de banda de musica een opzwepende paso doble ten gehore. De gezichten van de torero’s staan strak. Voor elk van hen kan het de laatste wandeling zijn.

Nimmer maakte een geschilderd onderdeel uit de corrida meer indruk op mij dan dit: Paseíllo de los toreros, in 1915 vervaardigd door Joaquìn Sorolla, de absolute grootmeester van het Spaanse impressionisme. Dat komt ook door de afmetingen: het is 3.5 meter hoog en 2.5 meter breed. Het sierde decennia lang de wand van de Hispanic Society in New York, maar in 2008 doneerde een Spaanse bank het gigantische bedrag dat nodig was om het meesterwerk in heel Spanje te laten zien. 

Pablo Picasso

In Malaga werd een speciaal gebouw ingericht voor de tentoonstelling van dit kapitale stuk en van de dertien andere grootformaten, waarin Sorolla de Spaanse cultuur heeft vereeuwigd. Daar maakt ook nog een Andalusische ‘Encierra’ uit 1914 deel van uit, een tafereel uit de fokkerij van de toros bravos, 3.5 meter hoog en bijna 8 meter breed. Vele malen stond ik in de brandende zon in een onafzienbare rij wachtende toeschouwers voor het geïmproviseerde Centro Cultural. Ik kom op Sorolla nooit uitgekeken.

Pablo Picasso groeide als jongetje in Malaga op met het stierengevecht. Zijn eerste krabbels stelden de toro bravo voor. In alle fasen van zijn schildersleven heeft hij het gestileerde dier afgebeeld. Voor hem was de corrida een symbool van Spanje ‘net als de paella, de heilige mis en het bordeel’. 

Toen hij, verbannen uit zijn geboorteland, woonde in het Zuid-Franse Vallauris schilderde hij zelfs de affiches voor het stierengevecht. Samen met de beroemde torero Luis Miguel Dominguìn (die zo’n belangrijke rol speelt in Hemingways roman De gevaarlijke zomer) maakte hij in 1961 het boek Toros y toreros dat nu antiquarisch dik € 500 kost. El toro soy yo, de stier dat ben ik, is zijn gevleugelde uitspraak.

Over Picasso maakte Jeroen Krabbé onlangs een tv-serie. Hij vertelde me dat hij dolgraag een paar fragmenten uit een corrida had willen gebruiken om te illustreren hoe hevig dit schouwspel de kunstenaar zijn leven lang had beïnvloed. Hij zag ervan af: ‘In Nederland een bebloede stier op het scherm laten zien, staat gelijk aan zelfmoord.’

In Colombia woedt reeds dezelfde discussie tussen pro’s en contra’s als in Spanje. In sommige steden is de Plaza de Toros op last van de antitaurinos gesloten. Bijvoorbeeld in de hoofdstad Bogotà, waar na een wissel in het stadsbestuur nu toch weer gevechten worden georganiseerd. In Medellìn loopt de spanning op. Het is de stad van de inmiddels 86-jarige Fernando Botero, de man die als het ware de obesitas van mens en dier tot kunstvorm heeft verheven. Hij is wars van zelfcensuur. Hij staat op de barricaden bij de voorstanders. 

‘Wreedheid? Er is zoveel wreedheid in de wereld!’ De liefde voor de corrida stond aan de wieg van zijn wereldroem. ‘Het eerste tekeningetje dat ik verkocht was een voorstelling van een torero. Ik was 12. Met het geld kon ik toegangskaartjes kopen.’ Honderden schilderijen met afbeeldingen uit de corrida vloeiden uit zijn penseel, dat immer dikke, volumineuze figuren produceert. Zijn werk is méér dan anekdotisch, hij heeft zijn eigen, tot komische proporties opgeblazen universum gecreëerd. De corrida speelt daarin een hoofdrol. 

In 2014 verzamelde hij 170 werken op doek en papier in het boek Bullfight. Wie de vaak fiks uit de kluiten gewassen schilderijen in het echt wil zien moet afreizen naar Botero’s geboortestad Medellín, waar het Museo de Antioquia vrijwel geheel aan hem is gewijd. Het plein voor het museum heet Plaza Botero en staat vol met gigantische bronzen in dezelfde kenmerkende stijl. Botero’s koperen stieren wegen tonnen, ze zijn onverzettelijk, net als de fragiele bejaarde die er in zijn jeugd nog van droomde ooit zelf in de arena te staan.

Vincent van Gogh

Slechts weinigen weten dat ook Vincent van Gogh een zwak had voor de stieren. Hij bezocht de gevechten in de tweeduizend jaar oude Romeinse arena van zijn woonplaats Arles. Dit jaar zal daar de jaarlijkse goyesca, dat is een corrida waarin de toreros zich hullen in kledij uit de tijd van Goya, een hommage zijn aan de Nederlandse schilder en medegeorganiseerd worden door de Fondation Vincent van Gogh. In de Hermitage van St.-Petersburg hangt zijn Toeschouwers bij de corrida uit 1888.

En voor wie het niet zo ver wil zoeken: het Stedelijk Museum in Amsterdam bezit een abstract werk van de nog piepjonge Jan Cremer. Het dateert uit 1961 en is getiteld Corrida. Cremer was toen 21. Reken maar dat het bloed en de heroïek hem aanspraken. Want uit de beste bron weet ik: als hij op Ibiza verbleef, meldde hij zich steevast bij de daar toen gevestigde stierenvechtersschool.

Misschien zijn al deze kunstenaars, van Goya tot Cremer, wel gemankeerde torero’s. Er wordt vaak gezegd dat schilders een oog hebben voor kleurenpracht en dat ze trachten de mystiek van ons bestaan op doek vast te leggen. Het is op zijn minst opmerkelijk dat de corrida in de toptien staat van de meest geschilderde onderwerpen ter wereld (naast zaken als het vrouwelijk naakt, besneeuwde berglandschappen en de kanalen van Venetië). De volgens velen smerige corrida blijkt een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit te oefenen op de beoefenaars der schone kunsten.

De corrida heeft geen monopolie op wreedheid. In de moderne massale vleesproductie staan runderen soms levenslang vastgeketend in de stal en mogen daarna door een steriele gang aanschuiven om een schot in hun kop te krijgen. De toro bravo leeft minstens vier jaar in volle vrijheid op de velden, voor hij in een woeste, tien minuten durende confrontatie met de torero het leven laat. In die confrontatie zit onloochenbaar een element van dierenkwelling. Dus het verbod zal er uiteindelijk wel komen: de meerderheid beslist. Kennis van cultuur of natuur is voor stemrecht niet vereist. Maar zouden al die meesterwerken die door de corrida zijn geïnspireerd dan ook op de brandstapel belanden?

Pablo Picasso, Le Taureau State IV Beeld Pictoright Amsterdam 2019
Pablo Picasso, Le Taureau State IV, 1945 Beeld Pictoright Amsterdam 2019
Pablo Picasso, Le Taureau State VII, 1945 Beeld Pictoright Amsterdam 2019
Pablo Picasso, Le Taureau State XI, 1945 Beeld Pictoright Amsterdam 2019
Pablo Picasso, Le Taureau State XIV, 1945 Beeld Pictoright Amsterdam 2019
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden